Er komt weer een polderimam, als het aan Jet Bussemaker ligt. Maar er bestaat grote twijfel of je jonge moslims wel weghoudt van het radicalisme met een staatsvoorganger.

Aloisius Luyben en Theo graaf van Lynden van Sandenburg, wie kent ze niet. De heren waren de laatste ministers van Eredienst in Nederland. De een voor de rooms-katholieken, de ander voor de overige godsdiensten. De departementen stamden uit de tijd dat de koning nog zoveel mogelijk greep wilde houden op wat geestelijken binnen de kerkmuren verkondigden. Of wat predikanten en priesters op theologische opleidingen kregen bijgebracht. De grote liberaal Thorbecke had de religieministeries al de nek proberen om te draaien, maar pas in 1868 verdwenen ze definitief.

Vandaag meldde Trouw dat minister Bussemaker van Onderwijs de beroepsopleiding tot ‘polderimam’ weer nieuw leven wil inblazen. Zij heeft er bij de Vrije Universiteit en bij de hogescholen Inholland en Windesheim op aangedrongen een studie op te zetten voor moslimgeestelijken ‘op Nederlandse leest’. Volgens de minister is er vraag naar een goede opleiding met een ‘imam-traject’. Tot dusver worden veel imams in Nederlandse moskeeën nog steeds uit het buitenland gehaald.

De tijden van Luyben en Van Lynden zullen zo gauw niet meer herleven. Toch voelt de Nederlandse overheid sinds 9/11 onmiskenbaar meer behoefte zich bezig te houden met de inhoud van religie, in dit geval die van de islam.

Verbod op salafisme

De polderimam van Bussemaker is moeilijk los te zien van de ‘integrale aanpak jihadisme’ die dit kabinet voorstaat, met maatregelen tegen moslimextremisme op haast elk denkbaar leefgebied. Bussemaker zelf zegt in Trouw ook dat een nieuwe imamopleiding een goed medicijn tegen radicalisme kan bieden. Moslimjongeren zouden iemand zoeken die hen ‘moreel de weg’ kan wijzen. ‘Iemand die grenzen trekt.’ De Tweede Kamer heeft onlangs op initiatief van de coalitiepartners PvdA en VVD zelfs een onderzoek gelast naar de mogelijkheid om een verbod in te stellen tegen salafisme – een ongekende ingreep op de vrijheid van godsdienst. Die radicale variant van de islam propageert een terugkeer naar de tijd van de profeet en zou een voedingsbodem vormen voor radicalisering

De grote vraag is dit soort maatregelen het juiste effect hebben. De belangstelling voor een door de Nederlandse overheid gepropageerde opleiding is onder moslimjongeren waarschijnlijk minder groot dan Bussemaker hoopt of denkt. Een vorige imamopleiding van Inholland werd drie jaar geleden gesloten. Te duur en haast niemand maakte de studie af.

In de strijd tegen terreur wordt door overheden al jaren veel heil gezien in het propageren van alternatieve varianten binnen de islam, counter narratives in jargon. Salafisme-experts als Ineke Roex, die ik onlangs sprak, hebben daar echter weinig fiducie in. Zij denkt dat een tegenverhaal altijd uit de gemeenschap zelf moet komen, anders mist het autoriteit. Een overheid kan volgens haar onmogelijk zeggen ‘dit is een goede islam en dit niet’.