In Aleppo regenen de vatbommen op Syrische burgers. Minka Nijhuis bezocht de vluchtelingen. ‘We zijn net proefdieren.’

Terwijl moeder Amira uitpuilende tassen met dekens en kleren naar een auto zeult, vertelt de twaalfjarige Ramien waarom de familie uit Aleppo is gevlucht.

‘Barmiel’ (vatbom) zegt ze met een hoog stemmetje. Ze spreidt gedecideerd haar armen om de grootte van het oorlogstuig aan te geven. ‘Ze vielen van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat,’ vertelt Amira over de vaten met explosieven en andere projectielen die de afgelopen dagen heviger dan ooit hun wijk in het oosten van de stad teisterden. ‘We zijn net proefdieren op wie ze alles uitproberen.’

Meer wil de weduwe met drie jonge kinderen niet vertellen. Ze heeft haast om weg te komen van de grens – naar een veiliger plek, al heeft ze net als veel van de duizenden vluchtelingen die deze dagen Turkije binnen komen, nog geen idee waar die plek zal zijn. Verder dan het busstation van Kilis een paar kilometer verderop reiken haar gedachten niet.

‘Vanaf het moment dat je ze ziet heb je vijftien seconden om te vluchten’

Naast haar ratelt een vrouw met een uitdrukkingsloos gezicht maar door, ook al luistert niemand van de lotgenoten om haar heen naar de woordenstroom waarin regelmatig het woord ‘barmiel’ klinkt. Na een paar minuten heft ze haar handen ten hemel en zucht dan: ‘Soerya khalas’, ‘Afgelopen met Syrië.’

Uit de verte klinkt af en toe een explosie. Als even later een vliegtuig overscheert, richten alle hoofden zich automatisch naar de hemel.

‘Ik speel voor God’

Langs de groepjes vluchtelingen loeien ambulances naar het ziekenhuis in Kilis. In de gang naar de operatiekamer duwen hulpverleners iedereen gejaagd opzij met een brancard waarop een stukgereten mannenlichaam ligt. Voorlopig heeft niemand tijd voor Hussein en Bayaan uit Aleppo, die lijkbleek en te uitgeput om te praten bij de deur van de operatiekamer al urenlang op verdere behandeling wachten. De 22-jarige Hussein verloor beide benen, zijn zusje Bayaan van 13 mist haar onderbeen. Hun moeder is omgekomen bij de luchtaanval. Tevergeefs klampt de meegereisde oma medisch personeel aan voor hulp.Een Syrisch-Turkse vrijwilligster die als tolk fungeert, bladert door haar notitieboekje. De afgelopen weken schoot het aantal gewonde patiënten omhoog van enkele per dag naar 25 à 30. De meesten zijn burgers uit Aleppo. ‘Soms sterven mensen omdat we ze niet snel genoeg kunnen helpen. Dit ziekenhuis is maar klein en het ligt afgelegen. Transport naar een ander hospitaal laat door allerlei rompslomp soms dagen op zich wachten.’ Een van de weinige artsen die nog in Aleppo werkt, zegt tijdens een kort bezoek aan de Turkse grens: ‘lk speel voor God. Wie help ik wel en wie help ik niet?’

‘De hele wijk trilde’

Bij het busstation in Kilis hopen de vluchtelingen zich op. Binnen kamperen tientallen families op de vloer tussen de balies. Sommigen met niet meer dan wat ze konden meegrissen, anderen met kleding, dekens, gedroogde groenten en andere etenswaar. In een poging tot orde manoeuvreert een schoonmaker met zijn bezem rond de minikampjes.

Buiten op het met sigarettenpeuken bezaaide grasveldje warmen vier zussen en hun broer zich op in de zon. De oudste, de 25-jarige Riem, vertelt in bedachtzaam Engels hoe het gezin van zes kinderen de afgelopen twee jaar noodgedwongen gewend raakte aan de luchtaanvallen. Toen hun appartement zeven maanden geleden door een raket getroffen werd en ze hun broertje van zeven als door een wonder met alleen wat schrammen uit het puin bevrijdden, verhuisden ze naar een benedenverdieping. Maar nu werd de situatie onleefbaar. ‘De hele wijk trilde door de vatbommen.’ Haar zus Mona van 16 vertelt hoe er geen beginnen aan was de lichaamsdelen die ze overal zag liggen, nog te bergen. ‘Mijn vader dacht een vrouw te redden, maar hij trok slechts twee benen uit de brokstukken van een gebouw,’ zegt ze. Hun broer legt uit wat de vatbommen die vanuit helikopters worden afgeworpen, zo extra afschrikwekkend maakt. ‘Vanaf het moment dat je ze ziet aankomen heb je zo’n vijftien seconden om te vluchten, maar je weet niet waarheen omdat ze zwabberen.’

’s Nachts is het nog koud, maar overdag zijn de februaristralen al warm. Toch is de zon slecht nieuws, vertellen de zussen. Een heldere hemel garandeert goed vliegweer voor de helikopters met hun dodelijke lading.

Geen militaire doelen

In augustus 2012 kwamen er voor het eerst berichten over het gebruik van vatbommen. Ze kunnen gemaakt zijn van een oliedrum, maar ook van een container of een stel buizen. Gevuld met TNT, metaalscherven of spijkers en brandstof is het een goedkope manier om lukraak en op grote schaal destructie te veroorzaken. Het wapen kan gebouwen van vijf à zes verdiepingen hoog wegvagen. Als de berichten kloppen dat sommige bommen zo’n 200 kilo aan explosieven bevatten, behoren ze tot de dodelijkste wapens onder het oorlogstuig.

Na een bombardement met een vatbom kijken inwoners van Aleppo of er nog meer bommen worden gedropt (foto: Mahmoud Hebbo / Reuters)
Na een bombardement met een vatbom kijken inwoners van Aleppo of er nog meer bommen worden gedropt (foto: Mahmoud Hebbo / Reuters)

Volgens de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) nemen alle strijdende partijen burgerwijken onder vuur. Maar de vernietiging die het regime op zijn geweten heeft, is verreweg het grootst, mede vanwege het gebruik van vatbommen. HRW documenteerde de afgelopen maanden de dood van honderden Syriërs, merendeels burgers, en de laatste weken waren het vooral vatbommen die slachtoffers maakten. Vanwege het recente geweld waarbij dagelijks alleen al in Aleppo tientallen doden vallen, zijn de cijfers uit het rapport achterhaald. De meeste geïnterviewden verklaarden dat zich geen militairen doelen of oppositiestrijders in de omgeving bevonden. Diverse Syrische organisaties bevestigen de bevindingen, net als vele van de nieuwe vluchtelingen.

HRW beschouwt het gebruik van de explosieven als een oorlogsmisdaad en pleit voor berechting van de schuldigen. Internationale pogingen om de inzet van deze wapens te veroordelen leidden schipbreuk. De Ameri­kaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry noemde het afwerpen van vatbommen ‘de nieuwste barbaarse daad van het Syrische regime.’ Maar de ontwerptekst die bij de Verenigde Naties klaarlag om de Syrische president Assad te veroordelen voor de willekeurige aanvallen op burgerwijken werd door Rusland tegengehouden. Het is een terugkerend patroon. Als een van de belangrijkste bondgenoten van het Syrische regime heeft Rusland totnogtoe elke poging tot gezamenlijke actie in de Veiligheidsraad geblokkeerd.

Paniek

Waarom het Syrische bewind de primitieve wapens inzet is onduidelijk. Het leger is vooral door Rusland ruim voorzien van modern oorlogsmaterieel. Bovendien exploderen de vatbommen soms te hoog in de lucht of belanden ze zonder te ontploffen op de grond. Deskundigen betogen dat het een eenvoudige en goedkope manier is om reguliere troepen te sparen. In en rond Aleppo worden de vatbommen ook ingezet om aanvoerroutes van de oppositie te treffen. Sommige experts denken dat de bom vooral een middel is om de bevolking te demoraliseren en zo veel mogelijk paniek teweeg te brengen. Dat is gelukt. Er is inmiddels waarschijnlijk geen Syriër die het woord niet kent. Velen duiden alles wat maar uit de lucht komt vallen tegenwoordig aan met ‘barmiel’.

Tot voor kort ontsnapte het gebruik van vatbommen grotendeels aan de internationale aandacht. Maar onder Syriërs wekken ze al maandenlang grote woede. Op Facebook en andere sociale media wemelt het van de video’s waarin stipjes aan de hemel enkele seconden later dood en verderf zaaien. Ook een tekening van wolken waaruit het vaten regent is populair. Met een bittere grap wijzen de Syriërs erop dat de inzet van chemische wapens internationale verontwaardiging wekte, maar dat conventionele wapens veel meer burgerslachtoffers maken: ‘Geef Assad zijn chemische wapens maar terug en laat hem de vatbommen inleveren.’

‘Geef Assad zijn chemische wapens terug en laat hem de vatbommen inleveren’

De Syrische autoriteiten ontkennen dat bommen op burgerwijken worden afgeworpen – de doelwitten worden door hen als terroristen aangeduid.

Ook andere delen van Syrië moeten het ontgelden, maar de opstandige wijken van Aleppo worden extra bestookt. De uitgestrekte miljoenenstad, die sinds 2012 voor een deel in handen is van gewapende oppositiegroepen, is van strategisch belang voor de controle over het noorden. De vatbommen en andere luchtaanvallen namen sinds eind november in hevigheid toe nadat een offensief van het Syrische leger tegen het noorden te weinig succes opleverde. De wijken waar het bewind geen toegang heeft, moeten ontvolkt worden.

In brand gestoken

Betrouwbare cijfers over de uittocht van burgers zijn er niet. Sommige Syrische hulpverleners schatten dat er nog maar 250.000 over zijn van de twee miljoen burgers die enkele maanden geleden in het door gewapende oppositiegroepen gecontroleerde deel van Aleppo (voornamelijk het oosten) woonden. De route naar wijken waar het regime de scepter zwaait, voert door een frontliniegebied met sluipschutters en controleposten. Toch zit dat traject nu dagelijks verstopt met een stroom zwaar bepakte burgers. De familie van Riem en Mona waagt zich niet aan die oversteek. Enkele verre familieleden vechten in een rebellengroep. ‘Onze achternaam maakt ons wanted.’

De angst van Mona’s familie is gegrond. Er zijn verhalen genoeg over hoe mensen op hun vlucht naar westelijk Aleppo door veiligheidstroepen van Assad uit de stoet worden gehaald en afgevoerd, of naderhand worden opgepakt. Een activist uit Aleppo kwam begin deze week met beelden van twee jongemannen die door figuren in uniform en burger werden meegesleurd. Ze werden in elkaar geslagen en in brand gestoken.

Het gezin van Riem en Mona trok voorbij de overvolle kampen langs de grens en voorbij de duizenden die daar in de open lucht bivakkeren. Ze kwamen vervolgens Turkije binnen via een smokkelpad omdat ze geen van allen een paspoort hebben. Via bekenden die al eerder vluchtten hoopt hun vader ergens onderdak te vinden. Rondom de zittende meisjes verdringt zich een kluwen van ontheemden. Woede voert de boventoon. ‘Waar blijft de no fly zone?’ roept een man die tijdens zijn vlucht vader werd. Het is een vraag die vaker opduikt onder de ontheemden die zich door de wereld in de steek gelaten voelen. Maar zolang het leger van Assad over een aanzienlijke hoeveelheid afweergeschut beschikt, is het inzetten van buitenlandse straaljagers voor het uitvoeren van patrouilles geen optie. Ook de aanwezigheid van extremistische groepen maakt het Westen huiverig voor directe betrokkenheid. De ironie is dat die groepen juist door de afwachtende houding van het Westen terrein konden winnen. Een van de omstanders begint over de hernieuwde onderhandelingen in Genève. Het eerste overleg eind januari eindigde zonder concreet resultaat, al hoopten optimisten dat er binnenskamers een fragiel contact op gang zou komen tussen de tegenstanders. Ook de tweede bijeenkomst, die afgelopen zaterdag afsloot met een zitting die nog geen half uur duurde, was zo vruchteloos dat onderhandelaar Lakhdar Brahimi zijn excuses aanbood aan de Syrische bevolking. Wanneer het vervolg komt is nog niet duidelijk.

‘Genève?’ De andere mannen in het groepje spugen het woord bijna uit en beginnen dan schamper te lachen. ‘Sinds Genève vallen bij ons alleen maar meer bommen,’ zegt man die net vader is geworden. Hij is lang niet de enige die meent dat er een verband bestaat tussen het intensiveren van de bombardementen en het overleg in Zwitserland. Het is een manier om de positie aan de onderhandelingstafel te versterken. En als de agenda wordt gedomineerd door de humanitaire nood die het gevolg is van de bombardementen, verdwijnt het oorspronkelijke doel van de top – het samenstellen van een transitieregering – vanzelf meer naar de achtergrond. Assad weet hoe hij tijd moet kopen, menen de mannen. De gedelegeerden uit de diaspora oogstten in Genève hier en daar lof voor hun professionele houding, maar de vluchtelingen op het grasveld in Kilis voelen zich niet vertegenwoordigd door de Syriërs die al jaren in het buitenland verkeren.

Als voor de zoveelste keer het woord onderhandelingen valt, krijgt het gezicht van Riem iets verbetens. Ze wrijft haar handen langs elkaar. Waardeloos, wil ze daarmee zeggen. Haar zusje brengt de graffiti in herinnering die het leger van Assad en de milities op de muren van verwoeste plaatsen achterlieten: ‘Assad of het land gaat in de as.’

Deze reportage kwam tot stand met een bijdrage van het Postcode Loterij Fonds/Free Press Unlimited