Evert Nieuwenhuis’ laatste bijdrage aan het weekblad is een vergeefse waarschuwing, net als altijd: onze kinderen zullen een heel andere aarde erven.

De droom keert zo nu en dan terug: mijn kinderen gaan in een bootje varen. Helemaal alleen, zonder ouders – ze zijn apetrots. Ik sta langs de kant van het water en zie ze vrolijk instappen. Ze zwaaien en ik zwaai lachend terug. Maar langzaam maakt een onbestemd gevoel zich van mij meester: dit klopt niet, er is iets helemaal mis. Ik peins me suf wat het is, maar ik kan het niet bedenken. Ik zie mijn vrouw lachend naar onze kinderen zwaaien en om ons heen staan ouders die lachend naar hĂșn varende kinderen zwaaien. Het angstige voorgevoel wordt steeds sterker en ik wil uitschreeuwen dat dit helemaal fout gaat, maar ik kan niet verwoorden wat. Iedereen blijft lachen en zwaaien en het bootje met mijn kinderen vaart verder en verder – en verdwijnt achter de horizon.

Afgelopen zomer stond in De Groene Amsterdammer een prachtig...