De groei van de Nederlandse lonen is in 20 jaar niet zo laag geweest. Werknemers krijgen een steeds kleiner deel van het nationale inkomen. Meer loon is welverdiend, en goed voor de economie omdat werknemers meer gaan besteden.

Voor

Principieel voor

1. Gewone werknemer staat al heel lang stil.
De lonen zijn vorig jaar met slechts 0,6 % gestegen, het laagste percentage in twintig jaar tijd, volgens het CBS. ‘Het reële inkomen van de tien procent minst verdienende huishoudens is in Nederland sinds 1977 met ruim dertig procent gedaald. Ook zijn de cao-lonen, gecorrigeerd voor inflatie, sinds 1980 niet gestegen,’ schreef Mirjam de Rijk vorig jaar al in De Groene.

2. Kapitaal wint van arbeid.
Het aandeel van de lonen in het nationaal inkomen – de arbeidsinkomensquote – is gedaald van 78 % in 2003 naar 73 %, becijferde DNB. Er dreigen ‘Victoriaanse toestanden op de arbeidsmarkt’, schrijft Maarten Schinkel in NRC. Een krimpende middenklasse is slecht voor de maatschappelijke stabiliteit: ‘En groeiende ongelijkheid, of dat nu het vermogen, het inkomen of de meegekregen gezinscultuur betreft, fragmenteert de samenleving.’

3. Leven wordt leuker.
Een loonsverhoging zou goed zijn voor de sfeer in ons land, betoogt econoom Robin Fransman in De Telegraaf: ‘Er zou minder boosheid zijn. We zijn obsessief bezig met het verlagen van andermans inkomen. Denk maar aan de discussies over wachtgeld, over beloningen van de top van het bedrijfsleven, hoeveel bestuurders bij goede doelen mogen verdienen. Het leven is leuker als we allemaal meer verdienen.’

Praktisch voor

1. Bestedingen aanzwengelen.
De consumptie in Nederland is al jaren te laag, schrijft Michiel Dijkstra in Elsevier: ‘Nederlanders geven weinig uit – ze hebben het geld er vaak ook niet voor – waardoor er voor anderen weer weinig te verdienen valt. (…) Een vicieuze cirkel is het resultaat. (…) De oplossing is simpel. Bedrijven zouden minder bang moeten zijn om hun personeel goed te betalen.’

2. Er is ruimte voor loonsverhoging.
‘De grote bedrijven zitten goed bij kas en de economie trekt aan. Na jaren is er daarom weer ruimte voor koopkrachtverbetering,’ zei DNB-president Klaas Knot in april. Angst voor inflatie of onze concurrentiepositie is niet nodig, zegt econoom Steven Brakman in het Dagblad van het Noorden: ‘Juist door jarenlange loonmatiging is het concurrentievermogen van ons bedrijfsleven vergeleken met dat in de ons omringende landen juist prima.’

3. Wel meer geld, maar dan als flexibele bonus.
In plaats van loonsverhoging te eisen, zouden vakbonden moeten aandringen op winstdelingsregelingen en werknemersaandelenplannen, schrijft Paul de Beer in het FD. Dan ‘profiteren ook de werknemers van de groei van het kapitaalinkomen en is er minder reden tot zorg over het slinkende loonaandeel.’

Tegen

Principieel tegen

1. Lonen zijn helemaal niet achtergebleven.
‘Van onderbetaling is helemaal geen sprake,’ zegt Cees Oudshoorn van VNO-NCW in het FD. De reële lonen zijn niet achtergebleven bij de arbeidsproductiviteit: ‘Die lopen juist heel synchroon aan elkaar.’ De koopkracht is achtergebleven, maar dat komt door te hoge belastingen en premies.

2. De politiek moet zich er niet mee bemoeien.
‘Niet gebruikelijk’ noemen oud-staatssecretarissen Willem Vermeend en Rick van der Ploeg in De Telegraaf het PvdA-pleidooi voor hogere lonen: ‘Den Haag gaat daar niet over. De loonhoogte en andere arbeidsvoorwaarden worden in het Nederlandse bedrijfsleven vastgesteld op basis van onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers. (…) Daarbij wordt mede rekening gehouden met de financiële positie en winstgevendheid van de betrokken bedrijven.‘

3. Loongolf kan niet wegens arbeidsoverschot.
De jarenlange loonmatiging is niet het gevolg van beleid, maar van de markt, schrijft Frank Kalshoven in de Volkskrant: ‘Een overschot aan mensen die wilden werken maar geen baan konden vinden, duwde de loonstijgingen omlaag.’ De lonen kunnen alleen omhoog ‘als er spanning is op de arbeidsmarkt’. Die is er nu niet: ‘Op een ruime arbeidsmarkt pleiten voor een loongolf – omdat het macro-economisch lekker zou uitkomen – is wel begrijpelijk. Maar het gaat niet gebeuren.’

Praktisch tegen

1. Het leidt niet tot economische groei.
Een algemene loonsverhoging is duur en ineffectief, stelt Forum van VNO-NCW: ‘Door de hoge premies en belastingen vergt het immers 300 euro aan extra loonkosten voor de werkgever om de werknemer 100 euro extra bestedingskracht te geven. Dat maakt Nederlandse bedrijven duurder zonder dat ze de totale loonkostenstijgingen kunnen terugverdienen aan extra binnenlandse bestedingen.’

2. Het kan niet, er is geen vet op de botten.
Loonsverhoging kán bij veel bedrijven helemaal niet, zegt Michaël van Straalen van MKB-Nederland: ‘Veel ondernemingen herstellen nog van de economische crisis en hebben weinig vet op de botten. Dan kan het wel zijn dat ze meer omzet boeken, maar de marges zijn flinterdun.’

3. Verkeerde moment, verkeerde land.
Het is een ongelukkig moment voor een loonsverhoging, schrijven Vermeend en Van der Ploeg in De Telegraaf: ‘Voor de komende jaren wordt een lagere groei van de wereldeconomie verwacht. Voor veel bedrijven, vooral in de exportsector, leidt dat tot lagere winsten.’ Bovendien: ‘In de EU behoort Nederland nu al tot de landen met de hoogste loonkosten (brutoloon plus werkgeverslasten).’