Het medisch beroepsgeheim staat op de tocht. Maar in de strijd tegen fraude delft privacy al veel langer het onderspit. Kennis delen geeft nu eenmaal voordeel.

Als het om een eed gaat, is de ophef nog altijd nét iets groter. En de eed van Hippocrates, die is natuurlijk al helemaal heilig. Het roept dan ook de nodige onrust op, het nieuws dat de politiek aan het medisch beroepsgeheim wil morrelen.

Op dat gemorrel kon je wachten. Al twee jaar wordt gewerkt aan een wet die het mogelijk maakt patiëntgegevens in te zien bij een redelijke verdenking van fraude met uitkeringen. Want laat het woord fraude vallen en je hebt de publieke opinie al vlug mee.

Maar voor veel artsen blijft het natuurlijk onverteerbaar: het druist in tegen een van de kernprincipes van hun vak. Hun felle kritiek zal de scherpe randjes er waarschijnlijk nog wel van afhalen. Dan volgt er een compromis, waarbij we een beetje meer fraudeaanpak krijgen en een beetje minder beroepsgeheim. Voorlopig dan. De aanpak van fraude blijft immers topprioriteit.

De strategie van de overheid lijkt wat dat betreft de afgelopen jaren wel een bewuste trial and error politiek te zijn geweest. In de aanpak van uitkeringsfraude werd zo’n tien jaar geleden bijvoorbeeld begonnen met het controleren van waterverbruik, om mogelijke clandestiene samenwoners te betrappen. Mag niet, oordeelde het College Bescherming Persoongegevens (CBP) in 2007. Toch wel, vond de hoogste bestuursrechter in 2010. Twee jaar geleden leidde het nog tot het stopzetten van een aantal uitkeringen.
Hoe terecht de kritiek op het plan ook is, eigenlijk zou het maar een klein beetje meer informatie opleveren

Databanken van bijvoorbeeld arbeids- en huisvestings- en uitkeringsgegevens koppelt de overheid al sinds 2008. Mag niet, vond het CBP in 2011, waarna het experiment werd stopgezet. Tot vorig jaar de vervangende wet Systeem Risicoindicatie (SyRI) werd ingevoerd, die van zowel het CBP als de Raad van State nog altijd felle kritiek kreeg. Een wet die nog verder gaat is inmiddels trouwens in de maak. Kennis delen geeft kracht, noemt men dat.

Zo verschuift de grens steeds een beetje. Uit de ophef van de afgelopen dagen blijkt: hier zijn we nog niet aan toe. Maar hoe terecht de kritiek op het plan ook is, eigenlijk zou het maar een klein beetje meer informatie opleveren. En hoe cynisch voor de artsen ook: zelfs als het beroepsgeheim stevig verankerd blijft, is er al flink wat over ons te achterhalen. Alles voor de fraudeaanpak.

Een ander bericht gisteren is in dat verband ook interessant. Na een proefperiode wordt de chip die voorzichtige autorijders korting geeft op hun verzekering nu breed in de markt gezet. Kies je er zelf voor een beetje privacy op te geven, dan kun je je dus lekker voordelig verzekeren. Kennis delen geeft voordeel. Je bent haast gek als je het niet doet.

Het is wachten tot dat ook tot de zorgverzekeraars doordringt. Misschien kun je met een vrijwillig geïnstalleerde app wel je stappen tellen, of je voedingspatroon bijhouden. Leef je gezond, dan krijg je korting. Allemaal vrijwillig, maar wel met een fiks financieel voordeeltje.

Volgens de overheid kost uitkeringsfraude jaarlijks miljoenen. Kennis delen geeft voordeel. Dan kan zelfs de eed uiteindelijk het onderspit delven.