De laatste keer dat ik Halbe Zijlstra ontmoette was op Lowlands. Het jaartal ben ik vergeten. Halbe was staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Hij kwam er zijn rigoureuze cultuurbezuinigingen verdedigen. Zelf las ie wel eens een detective en was een liefhebber van het werk van Rien Poortvliet.

Het was zondagmorgen en voor mijn doen vroeg. Ik had nog niet ontbeten. Op weg naar het podium haalde ik de heer Zijlstra in. Als Bekende Nederlander wachtte mij een standaard hartelijke begroeting. Gezellig, leuk.

Van huis uit begon ik tegen hem over de cultuurafbraak te mopperen. Ik voorspelde hem dat als over een paar jaar de onvermijdelijke Parlementaire Enquête zou volgen, hij met pek en veren Den Haag kon verlaten.

De gezelligheid was verdwenen.

Van die Parlementaire Enquète zal het nooit komen, maar die pek en veren liggen inmiddels alweer achter ons.