Onderhandelen over een interview is juist zo oud als het genre zelf

Ongelezen was het Volkskrant Magazine van die zaterdag in de papierdoos verdwenen. Een special over het nieuwe neuken – ik geloofde het wel. Maar precies een week later viste ik het nummer er toch weer uit.

Wat was het geval? Niet alleen kwam de Ombudsvrouw van de krant erop terug omdat lezers hadden geklaagd, ook mediawatcher denieuwereporter.nl besteedde er een blogpost aan. Per abuis was namelijk in het magazine een ‘werkversie’ terechtgekomen van een reportage over tantraseks, geschreven door Wim de Jong. Op de site van de Volkskrant werd alsnog (‘De hoofdredactie betreurt deze vergissing’) de voor publicatie bedoelde tekst geplaatst.

Voor mediageleerde Piet Bakker was het een aansporing om ijverig aan het collationeren te slaan. En inderdaad: smeuïge zinnetjes waren vervangen door formele, expliciete termen door eufemismen, namen waren geanonimiseerd, geldbedragen weggelaten, een kader was toegevoegd. ‘Opmerkelijke verschillen,’ vond Bakker, en ‘een mooi inkijkje in de praktijk van het interview’. Waar­aan hij fijntjes toevoegde dat je met ‘die De Jong’ dus moest oppassen.

Uiteraard reageerde de betreffende journalist furieus. Het waren ‘minimale veranderingen’, beet hij terug. Bovendien was het volgens hem ‘heel gebruikelijk tegenwoordig’ dat je over ‘de strekking van verhalen’ onderhandelt met de organisatie die je beschrijft en de personen die je spreekt.

Het is niet voor het eerst dat de verkeerde versie van een tekst in druk verschijnt. Die nachtmerrie overkomt iedere journalist wel eens. Meestal treedt daarna de stilte in en kom je er als lezer niets van te weten. In die zin had De Jong pech.

‘Uitgerekend over de strekking hebben geïnterviewden niets te zeggen’

Neemt niet weg dat zijn verweer me verbaasde. Onderhandelen over de strekking van verhalen zou tegenwoordig heel gebruikelijk zijn? Dus moet je daar wel (‘Het is niet anders’) in meegaan?

Onderhandelen over een interview is juist zo oud als het genre zelf. Toevallig verscheen deze week de alleraardigste bundeling De eerste interviews uit Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift, voorloper van het huidige weekblad. Ook in 1898, blijkt uit de epiloog, gaf de journalist zijn tekst vóór publicatie al ter inzage (en vermeldde dat er keurig bij).

Eigenlijk is er ook weinig op tegen. Als geïnterviewden het verhaal per se van te voren willen lezen, geen punt. Je dient ze wel te houden aan de klassieke afspraak dat ze uitsluitend ‘feitelijke onjuistheden’ mogen aanwijzen. Steggelen over citaten die héél anders waren bedoeld, mag ook nog. Uitgerekend over de strekking hebben ze niets te zeggen. Die is en blijft de verantwoordelijkheid van de auteur – om de simpele reden dat wij geen pr maar journalistiek bedrijven.

Mij lijkt dat een preutsheid die we in ere moeten houden. Zelfs als het gaat om het nieuwe neuken.

elma.drayer@vn.nl