Kerst? Doe ons maar Revenge Giving

Freke Vuijst
Revenge Giving! Foto: Polaris Images/Piero Oliosi/HH

Het heet ‘Revenge giving’: met Kerst geen cadeautjes geven, maar geld doneren aan organisaties die de maatregelen van president Trump gaan aanvechten. Correspondent Freke Vuijst maakt haar lijstje.

Het is de Kerst van de zoete wraak voor progressieve Amerikanen. Deze feestdagen niet weer een pashmina-sjaal voor oma, maar 100 dollar voor de burgerrechtenbeweging ACLU om immigranten zonder papieren te beschermen tegen deportatie door de regering-Trump. Het heet revenge- of rage giving.

Het begon kort na de verkiezing met donaties aan Planned Parenthood, de organisatie  die vrouwen in klinieken in het hele land voor een gereduceerd bedrag gezondheidszorg biedt. Planned Parenthood heeft ook abortusklinieken en de organisatie ligt daarom al jarenlang onder vuur van conservatieve Republikeinen. Vrouwen doneerden aan Planned Parenthood in naam van vice-president Mike Pence, een antiabortusactivist, zodat Pence duizenden bedankbriefjes van Planned Parenthood zou ontvangen.

Een ludieke actie die het begin vormde van een tsunami aan donaties aan organisaties die beloofden de maatregelen van de regering van Donald Trump aan te vechten. De American Civil Liberties Union (ACLU) was de eerste. Zij plaatste een foto van Trump op haar site met daarover in grote letters de tekst: ‘See you in court’. De organisatie somde alle campagnebeloftes van Trump op die de grondwet aantasten: het verbod op moslims om naar Amerika te reizen of te immigreren; de registratie van moslims in een databank; strafrechtelijke vervolging van vrouwen als ze een abortus plegen; de herinvoering van waterboarding en andere vormen van martelen; de wijziging van de smaadwetgeving waardoor de vrijheid van meningsuiting wordt beperkt.

Voor de goede orde vermeldde de ACLU dat deze voorstellen niet alleen on-Amerikaans en moreel fout zijn, maar ook onwettig en bovendien dus ongrondwettelijk. Ze schenden het eerste, vierde, vijfde, achtste en veertiende amendement op de grondwet. De organisatie had die waarschuwing aan Trump nog niet geplaatst of de site crashte, overspoeld door aanmeldingen van nieuwe leden en donaties.

Maar aan wie?

Wel of niet revenge giving met Kerst? Zes weken later voerden we de discussie in onze familiekring (die overigens meer dan alleen de familie van bloedverwanten is, maar de familie is die we zelf hebben gecreëerd). Iedereen was het direct eens: geen cadeaus – aan kinderen uitgezonderd – maar revenge giving. Wat bij mij persoonlijk tot de vraag leidde: aan wie geef ik, en waarom? En dan was er nog de ongemakkelijke realiteit dat mijn budget niet dat van een filantropische miljardair is, maar bestaat uit zo’n vijfhonderd dollar, give or take a few. Dus keuzes moesten worden gemaakt.

De ACLU was een makkie. Ja, oppositie tegen de meest antidemocratische maatregelen van Trump zal in de rechtszaal worden uitgevochten. Niettemin moest ik, terwijl ik het geld overmaakte, terugdenken aan een van de meest verhitte politieke discussies die ik ooit met mijn Joods-Amerikaanse echtgenoot heb gehad. Het was 1978 en de ACLU verdedigde het recht van neonazi’s om in Skokie, Illinois, een stadje waar veel Holocaust-overlevenden woonden, te demonstreren. De optocht van de neonazi’s (die overigens nooit heeft plaatsgevonden) was een provocatie, daarover was iedereen het eens. Ik vond dat zoiets niet moest worden toegestaan. Mijn prille echtvriend Daniel vond dat het principe van vrijheid van meningsuiting belangrijker was dan het verbieden van een haatboodschap. Inmiddels ben ik zo veramerikaniseerd dat ik het daarmee eens ben, maar vergeten ben ik het nooit.


Kinderen protesteren bij een Trump-gebouw. Foto: Zuma Press/Carol Guzy/HH

Sindsdien is er ook het een en ander veranderd in de VS. Als neonazi’s vandaag in Skokie zouden marcheren, dan hebben ze daar nog steeds het recht toe. Maar als een neonazi uit ideologie een misdrijf pleegt, dan maakt hij zich schuldig aan een hate crime en wordt hij door de federale overheid vervolgd. De Southern Poverty Law Center inventariseert hate crimes en extremistische groeperingen. Zo’n organisatie is essentieel, met de normalisering van de ‘alt-right’, de online beweging van witte suprematisten die een belangrijke fanbase van Trump vormt. Dus weer een donatie.

Als er een aspect van de Amerikaanse samenleving is die ik echt goed ken, dan is het de media. Het is mijn vak en ook mijn taak als ingezetene om goed geïnformeerd te zijn, wat betekent dat ik jaarlijks veel geld uitgeef aan media-organisaties, zowel in de vorm van digitale als papieren abonnementen. Ik stelde mezelf de vraag: is het genoeg?

De rol van de media tijdens de afgelopen verkiezingen is uitentreuren door de media zelf geanalyseerd. Vooral de New York Times moet het ontgelden. De Times plaatste een week voor de verkiezing drie artikelen over de het nieuwe onderzoek van de FBI naar Clintons e-mails. Dat is voor progressieve Amerikanen hét bewijs dat de krant een vendetta voerde tegen Clinton. Die kritiek is, achteraf gezien, misschien ook wel terecht. De FBI, zo bleek later, had in feite geen enkele aanwijzing om te roepen dat Clintons e-mails in dit zogenaamde nieuwe onderzoek een probleem zouden zijn.

Ik geef jaarlijks veel geld uit aan media-organisaties, zowel in de vorm van digitale als papieren abonnementen. Ik stelde mezelf de vraag: is het genoeg?

Veel Democraten, waaronder Clinton en haar naaste medewerkers, zijn ervan overtuigd dat deze zogenaamde onthulling haar de verkiezing heeft gekost. Het is mogelijk. Maar is dat dan de schuld van de New York Times? Niemand die het met zekerheid kan zeggen. Persoonlijk herinner ik me dat Newsweek in augustus een artikel publiceerde over de internationale betrekkingen van de Trump Organisation. Ik dacht toen: ik hoop dat de New York Times dit onderzoekt. Dat is de enige mediaorganisatie met de wereldwijde reikwijdte om dit echt goed uit te zoeken. De krant deed dit inderdaad, maar pas weken na de verkiezingen.

Dus wat doe je als correspondent en consument van Amerikaanse media? Geld geven aan non-profit mediaorganisaties die ik al jaren volg, maar die de financiële middelen nodig hebben voor diepgravend onderzoek: Mother Jones, Pro Publica, The Nation: ik maak geld over. De ‘fourth estate’, de media als controlerende macht, zal de komende jaren belangrijker zijn dan ooit. Ook binnen de media is een strijd gaande. Wie zet de toon, wie zet de agenda, wie zijn de stemmen die aandacht krijgen? Ok, nog meer revenge donations.

Nu is mijn geld, gereserveerd voor kerstcadeaus, uitgegeven. En nee, ik zal die pashmina-sjaal niet krijgen met kerst, Ja, ik ben de oma waarmee ik dit verhaal begon. Geen probleem, ik kan nog wel een jaartje met die van vorig jaar. Onze kinderen en kleinkinderen zullen we niet tot slachtoffer maken van onze revenge giving. Ze krijgen wel presentjes, op de avond dat zowel de lichtjes in de kerstboom als de kaarsjes in de Chanoeka-menorah schijnen. Happy holidays.

Sluit je nu aan voor slechts €4,99 per maand

Sorry, je hebt op het moment geen toegang tot dit artikel.

Waarschijnlijk heb je een abonnement zonder digitale toegang. Wil je deze content graag lezen, sluit dan snel een abonnement af.

Heb je wél een abonnement met digitale toegang, neem dan contact op met onze klantenservice: 020 – 5518701.