Vandaag, in onze rubriek Wat de geachte afgevaardigde had moeten zeggen?: Alexander Pechtold.

Wat vooraf ging.

Tijdens de Kamerdebatten naar aanleiding van de regeringsverklaring van het kabinet Rutte lll kwam het tot een korte confrontatie tussen de heren Pechtold en Wilders. Wilders zat met zijn naald in de groef dat het vroeger allemaal beter was en de heer Pechtold wilde weten wanneer dat vroeger dan precies was. Waarop de heer Wilders zei: ‘Voor u in de politiek zat!’

De heer Pechtold verstomde onder gelach van de Kamerleden. Dit had hij moeten zeggen:

‘Mevrouw de voorzitter! De opmerking van de geachte afgevaardigde Wilders is uitermate geestig. Indien in het café gemaakt had ik het hoofd moeten buigen en moeten meelachen als een boer met kiespijn. Maar, mevrouw de voorzitter, wij zitten hier niet in het café maar in het parlement. De plek waar wij als gevolg van onze staatsinrichting in alle ernst debatteren over zaken die het algemeen belang betreffen. In die ernst is humor natuurlijk welkom als Haarlemmer olie om een betoog verteerbaar te maken. Maar de Kamer is niet de plaats voor de jij-bak, de oneliner of de dooddoener die geen ander doel heeft dan het debat in de kiem te smoren of de discussie over de kern van de politieke overtuiging te ontlopen. Daarom zal ik mijn vraag nogmaals en, om flauwiteiten te voorkomen, in multiple choice– vorm aan de geachte afgevaardigde Wilders voorleggen en ik hoop dat u, mevrouw de voorzitter, vanuit de aard van uw positie er streng op toe wilt zien dat de geachte afgevaardigde zich er dit keer niet met een Jantje van Leiden vanaf maakt:

Geachte afgevaardigde Wilders, u mag, met de hunkering van uw achterban in gedachten, graag herinneren aan een periode waarin ons land een aan volmaaktheid grenzende harmonie van welvaart en welzijn vertoonde. Kunt u als u over vroeger spreekt aangeven over welke periode u het heeft? Was dit A. Voor de oorlog, B. Tijdens de oorlog? C. Na de oorlog?’