Fidans vriendin Gülsüm studeerde af aan de Toneelacademie en ging reizen, ook al wilden haar Turkse ouders dat niet. Waar een wil is, is een weg.
We leerden elkaar kennen op de basisschool in Rozenburg, onder de rook van Rotterdam. Ik was rustig, timide en verlegen, Gülsüm was uitgesproken, eigenzinnig en stoutmoedig. Een mooi meisje met een karakteristiek gezicht, een Barbra Streisand-neus, dikke wenkbrauwen en felgroene ogen.
Haar ouders waren net als de mijne begin jaren 70 als gastarbeiders naar Nederland gekomen. Het gezin kwam in een straat achter ons te wonen, in de ‘Turkenbuurt’. Gülsüm en ik konden uren praten over onze families, school en toekomst. We waren bang dat onze ouders zomaar konden besluiten terug te keren naar Turkije. In de zomervakanties dacht ik: misschien zie ik haar nooit meer. Het was vaak genoeg voorgekomen dat klasgenootjes niet meer terugkeerden. De gedachte daaraan maakte me misselijk van heimwee. Maar we bleven.
Ik had bewondering voor mijn nieuwe vriendin. Ze had een enorme drang naar vrijheid en onafhankelijkheid. Van het geloof moest ze niks hebben. ‘Ik vond dat de islam mij werd opgelegd. Ik associeerde het met alles wat mij werd ontnomen en verboden. Later begreep ik dat het niet alleen ging om dogma’s, maar vooral over cultuur, traditie, rituelen, conservatisme, onwetendheid. Alles werd op een hoop gegooid met het geloof: “de islam staat het niet toe”. Uitgepraat was je,’ zegt ze nu.
Haar wereld stortte in
Gülsüm en ik groeiden op in een wereld waarvan we nog niet begrepen hoe ver die van Nederland afstond. Pas toen de tijd van zorgeloos buitenspelen voorbij was en onze leeftijdgenoten gingen stappen en verkering kregen, beseften we hoe afgesloten wij leefden. De tentakels van de sociale controle hielden ons gevangen in een angstige gemeenschap. Onze ouders wilden ons beschermen, maar we begrepen nooit precies waartegen. In het dorp gingen spookverhalen rond over kinderen die de ‘wijde wereld’ ingingen en op het slechte pad raakten. Mijn ouders wisten zich enigszins los te maken van de invloeden van de gemeenschap. Mijn zus en ik waren een van de eerste Turkse jongeren die buiten Rozenburg, in Spijkenisse, naar de middelbare school mochten. Wij móésten studeren, zodat we een beter bestaan konden opbouwen in dit land. Het geroddel namen ze voor lief. Maar Gülsüm mocht na de basisschool niet meer verder leren. Haar wereld stortte in. Ook die van mij. Turkse meisjes die ouder waren dan wij trouwden, kregen kinderen en bleven thuis. Een van die meisjes was de zus van Gülsüm. Dat mocht mijn beste vriendin niet overkomen. Zij had ambities, dromen, idealen. Samen zouden we de wijde wereld intrekken. Ik vreesde dat we uit elkaar zouden groeien. Thuis huilde ik dagenlang om het naderende afscheid. Uiteindelijk ging haar vader akkoord: Gülsüm mocht naar school. In Rozenburg, waar alleen een mavo was.
De beperkingen golden niet voor de twee broers van Gülsüm. ‘Mijn zus wilde eigenlijk ook verder leren. Zij mocht alleen de huishoudschool doen. Mijn vader wilde dat ze ging trouwen. Ik wilde dat niet. Na de mavo moest ik hem weer overtuigen om door te leren. Ik won. Het werd een opleiding tot winkelbediende in Spijkenisse, want verder van huis mocht ik niet. Maar het was tenminste iets.’ Daarna wist ze hem weer over te halen om door te leren; ze voltooide een hbo-opleiding cultureel maatschappelijke vorming. Toen kwam de volgende stap – een grote: ze wilde op zichzelf gaan wonen. In die tijd, in onze gemeenschap, was dat zoiets als een eerste stap op de maan. ‘Mijn vader was er kapot van. Hij kon het echt niet aan. Hij wist niet beter dat zijn dochter bij hem onder één dak zou wonen totdat ze trouwde.’
Onze ouders wilden ons beschermen; we begrepen nooit precies waartegen.
Toen Gülsüm 26 was, ging ze uit huis. De bekoelde relatie tussen vader en dochter herstelde zich na een tijd, als een wond die heelt. ‘Hij ondervond telkens dat mij vrijlaten niet het einde van de wereld betekende.’
Mij fascineerde hoe Gülsüm en haar zus leefden, samen in één huis, onderdeel van één familie, en toch apart. Naarmate Gülsum stappen richting haar vrije toekomst zette, raakte ze verder verwijderd van haar zus. Ze begrepen elkaars wereld niet meer. Ik heb de zus weleens gevraagd hoe het voelde dat Gülsüm zich wist vrij te vechten. Ze kreeg een verdrietige blik in haar ogen: ‘Zo ging het nu eenmaal. Gülsüm is het gelukt, mij niet.’
Bijzonder aan Gülsüm is dat ze niet zoals veel meisjes in haar situatie koos voor een breuk met haar familie. Ze houdt van haar ouders en wilde hen meenemen in haar reis naar persoonlijke vrijheid. Eigenlijk bevrijdde ze hen zo ook. Haar vader overwon zijn angsten, emancipeerde in zekere zin: hij vertrapte de dogma’s die hij van huis uit had meegekregen. Gülsüm zag dit toen niet, zegt ze; zij voelde vooral de steun van anderen. Zoals Bram, haar buurman. ‘Hij liet mij zien wie ik was en wie ik kon zijn. Hij luisterde naar mij. Daar was vrijheid die ik thuis niet had. Hij was een troostende tweede vader en bleef dat totdat hij vorig jaar overleed.’
Gülsüm studeerde af als regisseuse aan de Toneelacademie in Maastricht. Haar moeder, zus en vrienden waren bij de diplomauitreiking; voor haar vader was die nog een brug te ver. Haar moeder was heel trots. Dit was de beste toneelacademie van Nederland en haar dochter was daar onderdeel van. Gülsüm ging reizen, dook in spirituele boeken en bouwde zo verder aan haar innerlijke kracht. ‘Mijn vader zoekt nu meer toenadering en steun bij mij. Mijn vechtlust en kracht waar hij zich altijd tegen verzette, laat hij nu toe. Ik zie nu dat hij die kant van mij altijd heeft gewaardeerd, maar hij kon het niet toelaten: hij moest altijd de sterkere zijn.’ De relatie met haar zus verbeterde. ‘We kunnen nu door onze verschillende werelden heen prikken, elkaar emotioneel opzoeken en toelaten dat we elkaar weer vinden omdat we het allebei willen. De mist is opgetrokken.’
Wanneer ik zie hoe jonge generaties Turken en Marokkanen in Nederland klagen dat ze geen gelijke kansen krijgen in dit land, denk ik altijd aan Gülsüm. Waar een wil is, is een weg. Wat zij op eigen kracht voor elkaar heeft gekregen, maakt mij soms nederig.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.