11-05-2002
Door Martin Bril

Evelien van Brakem bracht de kinderen naar school. Regina, de oudste, tien jaar, fietste voor haar uit. Julia van acht zat bij haar achterop. Juul had net een nieuwe fiets, maar die wilde ze sparen. Als je er mee naar school ging, werd hij veel te oud, redeneerde ze. De fiets moest in haar kamer staan. Mama mocht hem op mooie woensdagmiddagen de trap af zeulen.

Op school bracht ze Julia naar haar klas. Zoals altijd waren ze een van de eersten. De juf was er nog niet eens. Evelien ging even aan Julia’s tafeltje zitten en trok zonder er bij na te denken haar laatje open. ‘Niet doen, mam, dat is van mij!’ riep Julia meteen. Het was een enorme rommel in het laatje. Evelien schoof het weer dicht.

‘HĂ©, wat leuk,’ klonk toen ineens een bekende stem.

Jenny.

‘HĂ©, goedemorgen,’ zei Evelien zonder op te kijken. Ze hoopte dat het zou helpen. Ze had helemaal geen zin in Jenny. Jenny was de moeder van Brigitta en Brigitta was een moeilijk meisje dat van haar moeder...