Moet de eurozone een hechtere muntunie worden (met gedeelde staatsschulden) óf opgesplitst worden in een noordelijke en een zuidelijke munt? VN fileert het debat en zet de argumenten onder elkaar.

Voor

Principieel voor

1. Eurocrisis onvermijdelijk.
‘De Griekse crisis laait binnenkort weer op. Buiten Brussel en Berlijn gaan zo’n beetje alle economen daarvan uit. Om maar te zwijgen van de Italiaanse bankencrisis,’ zegt Stiglitz in de Volkskrant. Ook professor Otmar Issing, ex-hoofdeconoom van de ECB, voorspelt in Central Banking ‘een ramp voor de monetaire unie’. ‘Overheden blijven maar schulden opstapelen – en dan, op een dag, stort het hele kaartenhuis in elkaar.’

2. De euro vergroot de kloof.
Ewald Engelen zegt in De Groene. dat de fixaties op begrotingstekort, staatsschuld, inflatie en het mandaat van de ECB alle één richting opwijzen: ‘(…) concurrentieverschillen kunnen in een muntunie niet langer worden opgevangen door de munt te devalueren, maar vereisen verlaging van de arbeidskosten door de verzorgingsstaat af te breken, arbeidsmarkten te flexibiliseren en de rechtsbescherming van werknemers te ontmantelen.’

3. De euro bedreigt de Europese eenheid.
Verwar de kritiek van Wilders en Le Pen op de euro niet met die van Stiglitz, zegt hij in de Volkskrant: ‘Het verschil is dat politici als zij de Europese Unie willen vernietigen. Ik steun het Europese project juist! Daarom reik ik alternatieven aan waarmee we het project kunnen redden. (…) We moeten echt ophouden de eenheidsmunt te verwarren met het Europese project. (…) De waarheid is, dat als we de deze cruciale fout niet rechtzetten, je de Le Pens en Wildersen alleen maar in de kaart speelt.’

Praktisch voor

1. Aanmodderen is geen optie.
Doormodderen leidt tot generaties massawerkloosheid en meer Europese samenwerking is politiek onhaalbaar, zegt Stiglitz in NRC. Hij pleit voor een noordelijke en zuidelijke euro, waardoor de waarde van de laatste daalt: ‘Dat zorgt ervoor dat hun producten goedkoper en concurrerender worden, hun economieën weer kunnen groeien, en dat ze schulden beter kunnen dragen. Als jullie munt duurder wordt, worden jullie buitenlandse schulden goedkoper en zijn jullie beter af.’

2. Scheiding is niet zo dramatisch.
‘Natuurlijk, bij een transitie horen kosten. (…) Twee experimenten hebben daarin de laatste tijd inzicht gegeven: de Europese reddingsactie voor Griekenland en de Brexit. De Brexit heeft niet de kosten meegebracht die sommigen voorspelden.’ Stiglitz in NRC.

3. De euro is helemaal niet belangrijk.
‘Als de euro wordt opgeheven, hoef je echt niet meer zoals vroeger te reizen met al dat papiergeld en muntjes in je zak. Ik reis naar zoveel landen zonder dat ik ooit contant geld gebruik. We gaan toch naar een wereld met digitaal geld. Om de euro nou zo belangrijk te vinden, komt op mij als econoom nogal maf over.’ Stiglitz in FD.

Tegen

Principieel tegen

1. Stiglitz maakt de verkeerde analyse.
Het probleem met de euro is niet het verlies van wisselkoersen, schrijft Jeroen Dijsselbloem in NRC: ‘Het onderliggende probleem is (…) de concurrentiekracht van de verschillende gebieden in de eurozone. Die loopt uiteen, maar dat was voor de euro ook al zo. In de jaren voor de crisis steeg de welvaart in Griekenland, Spanje en Portugal, mede dankzij de euro. (…) Door de euro zijn de onderliggende problemen met onder meer de concurrentiekracht lang uit beeld gebleven.’

2. Eruit is te pijnlijk.
Vermogensbeheerder M&G Management stelt in 2013 in een blog dat: ‘Het sterkste argument om in de EMU te blijven is dat de kosten van uittreden te pijnlijk zullen zijn ten opzichte van de voordelen. Kapitaalvlucht, torenhoge inflatie, faillissementen op nationale schaal, massawerkloosheid en sociale onrust maken deze optie niet bepaald aantrekkelijk.’

3. Onderschat de politieke steun voor de euro niet.
Ondanks alle problemen in de eurozone is er geen enkel land uitgestapt, terwijl er wel drie landen (Slowakije, Estland en Letland) zijn bijgekomen, stelt M&G. Blijkbaar leeft Europese samenwerking nog steeds sterk, doen de EU en ECB het niet zo slecht en ‘misschien blijft de euro wel veel langer bestaan dan sommige economische commentatoren nu verwachten.’

Praktisch tegen

1. Markten willen de euro.
Ondanks crises is de koers van de euro nooit ingestort, zegt oud-minister van Financiën Onno Ruding in Elsevier: ‘Ook niet toen het een paar jaar geleden erger was dan nu. Ik heb jarenlang in de financiële markten gewerkt en die willen wel degelijk de euro. (…) Nederlandse exporteurs krijgen door de euro zekerheid voor export naar Italië en Spanje. En als toerist heb je minder gedonder.’

2. Stabiliteitspact werkt.
Er is veel kritiek op het Stabiliteitspact, zegt Dijsselbloem in Trouw, maar de begrotingstekorten zijn van gemiddeld 6 naar 2 procent teruggebracht. ‘Ik weet zeker dat je die ontwikkeling niet had gehad zonder dat pact.’ Het pact geeft ‘financiële markten en investeerders het vertrouwen dat die kwetsbare landen hun financiële verplichtingen nakomen’.

3. Hervormde eurozone kan problemen aan.
De muntunie was niet voorbereid op een zware crisis, maar sindsdien zijn belangrijke stappen gezet: Europese noodfondsen, de bankenunie, en aanscherping van het bankentoezicht. Andere regels gaan op de schop, schrijft Dijsselbloem in Trouw: ‘De begrotingsregels zijn te ingewikkeld geworden (…). Dus moeten ze veranderen. En de indicatoren – moeten we sturen op schuld, de uitgaven of structureel tekort – gaan ook veranderen.’

Conclusie:

Opsplitsen is de beste optie.
De economie in de eurozone blijft maar kwakkelen, voortmodderen is geen optie. Verdere politieke integratie met gedeelde staatsschulden lijkt politiek onhaalbaar, dus blijft splitsing van de euro in een noordelijke en een zuidelijke munt als meest realistische optie over.