Schrijfster Elfie Tromp woont met haar naakthond Chin-Chin in een verzorgingshuis. Drie weken lang, terwijl ze schrijft en proeft aan het leven van een senior. ‘Hoe langer ik hier ben, hoe meer ik besef dat niets echt van jezelf is.’

Vrijwel niemand is hier vrijwillig gekomen. Dat vergeet ik weleens. Het is altijd een omstandigheid van buitenaf – een overleden partner, een ongelukkige val, een afgebrand huis – die ze dwingt hier te komen wonen. Na het joggen sta ik te stretchen in de gang. Als ik me niet aan mijn trainingsschema houd, word ik onrustig. Vriendelijk groet ik de dames met rollator die voorbij schuifelen. Het prettige branden van verzuring in de benen, dat gloedvolle van snel stromend bloed; zij zullen het nooit meer voelen. Hoe langer ik hier ben, hoe meer ik besef dat niets echt van jezelf is. Niet je leven, niet je lijf. Het enige waar je je aan vast kunt klampen, zijn gewoontes en je waardigheid. Maar ook die kun je niet altijd meer waarborgen.

In de borrelzaal, een hoge, grote zaal met ronde tafels en luxe zitfauteuils, ga ik naast mevrouw Been zitten. Ik heb haar al eerder gezien. Ze is altijd piekfijn gekleed. Het haar gitzwart geverfd en in een sierlijke wrongel vast gezet, make-up op en getailleerde jasjes aan. Ze zit van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat in de borrelzaal. Steevast met een glas wijn voor zich. Dat is een gezellige, denk ik.

 ‘Ik heb niks meer,’ zegt ze als ik aanschuif. ‘Mijn man is dood.’

‘U hebt uzelf nog?’ probeer ik.

‘Ken ik u?’ vraagt ze.

 Ik heb me al twee keer eerder aan haar voorgesteld. Beleefd stel ik me een derde keer voor.

 ‘Ik kom uit 1931. Hoe oud ben ik?’

 Samen rekenen we haar leeftijd uit.

 ‘Ben ik echt al vijfentachtig?’ vraagt ze ongelovig.

Daarna rekenen we de leeftijd van haar dochter uit. Vertelt ze me dat haar man dood is. En moet ik me opnieuw voorstellen. Dan is het tijd voor het eten. Mevrouw Been staat op.

 ‘Ik zit hier om acht uur ’s ochtends. Om vijf uur eet ik en om acht uur ’s avonds ga ik naar bed.’

Ze scharrelt naar de eetzaal. Er staat sudderlap met puree op het menu. Ook dat is een soort houvast.