Essay / Economie

Toen in 1989 de Muur viel, werd dat gevierd als de definitieve eindzege van het kapitalisme. De ineenstorting van het Sovjetimperium werd gezien als het ultieme bewijs voor de langgekoesterde hypothese dat een communistisch systeem per definitie niet kan functioneren. Omdat het fascisme, het ideologische spiegelbeeld van het communisme, vierenveertig jaar eerder al was begraven onder de ruïnes van Berlijn, werd de deconfiture van het communisme beschouwd als het einde van de grote politieke ideologieën als zodanig. Het overwinnende politiek-economische systeem van het zogenaamd Vrije Westen werd en wordt gekenmerkt door een afwezigheid van elke vorm van ideologie. Het was en is gebaseerd op de pluriformiteit van een parlementaire democratie in combinatie met economisch liberalisme. De wetten van de vrije markt waren voor westerse politici bijna zo absoluut als natuurwetten. Het zou nutteloos en dom zijn om ze aan banden te willen leggen of tegen hen in te willen gaan. Marktwerking bleek uiteindelijk na het failliet van het fascisme en het communisme de meest betrouwbare en welbeschouwd de enige garantie voor voorspoed, welvaart en rechtvaardigheid. Zo werd toen gedacht. Sommigen spraken zelfs in termen van het einde van de geschiedenis. Het wereldwijde duizend­jarige rijk van onbelemmerde vrijhandel was aangebroken.

Illusie

Van dat duizendjarig rijk hebben we precies twintig jaar kunnen genieten. Twintig jaar na de val van het communisme staat het kapitalisme aan de rand van de afgrond. Sinds 2008 tuimelen we van de ene crisis in de andere, elke nieuwe crisis is erger dan de vorige en het einde lijkt nog lang niet in zicht. Sterker nog: het ergste moet nog komen. Onze politici en financiële beleidsmakers doen hun uiterste best om zich van hun meest optimistische zijde te laten zien in de hoop de markten daarmee in slaap te sussen en het consumenten­vertrouwen niet nog meer te schaden, maar de waarheid is dat de hele boel op instorten staat. Iedereen met enig verstand van de materie die ik de afgelopen maanden heb gesproken, is uiterst pessimistisch. De kans dat Griekenland het gaat redden, wordt ingeschat op nihil. Dat de schuldencrisis vervolgens overslaat naar Spanje is zo goed als zeker, waarna het op zijn minst hoogstwaarschijnlijk is dat ook Frankrijk in de grootst mogelijke problemen komt. En dan is het afgelopen met de euro, dat zal duidelijk zijn. Dit alles gaat gepaard met dramatische gevolgen voor de materiële welstand van miljoenen burgers en niet alleen in de getroffen landen, maar overal in de eurozone.

In Nederland wanen we ons relatief veilig achter de dijken van onze triple-A-status. We verkeren in de illusie dat we in geval van nood altijd nog terug kunnen naar onze goede oude, keiharde gulden en sommigen denken dat we dan zelfs beter af zullen zijn. Maar het gaat niet om de valuta. Waar het wel om gaat, zijn bijvoorbeeld onze pensioenfondsen. Ongeacht of die nou in euro’s of in guldens rekenen, zullen veel fondsen niet meer aan hun verplichtingen kunnen voldoen. Ik heb geen expert gesproken die daaraan twijfelt. Dat betekent nogal wat. Dat betekent dat het geld dat wij hebben gespaard voor onze oude dag en dat we zo braaf bij de fondsen hebben ondergebracht zodat het ons rendement zou opleveren, niet meer kan worden uitgekeerd. Sorry. ‘Maar het is ons eigen geld. We willen het terug.’ Helaas. Dat geld is er niet meer. Het is geïnvesteerd in allerhande complexe financiële producten die niets meer waard zijn. ‘En dus? Wat moeten we dan? Armoe lijden?’ Er zit helaas niets anders op. Huis verkopen misschien. Maar de huizenmarkt is nu al ingestort. Welbeschouwd is het niet eens een markt meer, omdat de prijzen dalen terwijl de hypotheeklasten stijgen, wat ontwikkelingen zijn die elkaar versterken. En dan zitten we ook nog met een gapende leegstand van kantoren. Sommigen vinden het een goed idee om daar woningen van te maken. We kunnen ons voorstellen wat voor invloed dat zal hebben op de huizenprijzen.

Terwijl we ons in onze dromen veilig wanen zodra we eenmaal van die spilzieke Grieken zijn verlost, wonen we straks in huizen die we niet meer kunnen betalen en evenmin kunnen verkopen, zonder uitzicht op pensioen, met een onbetaalbare zorg. En dat in een krimpende economie waarin iedereen steeds minder te besteden heeft, waardoor er steeds minder werkgelegenheid is. Omdat de staat steeds minder belastingen vermag te innen, wordt ook elke vorm van sociale zekerheid steeds onhoudbaarder. Dat komt niet door de Grieken of door de euro. Het zijn de ijzeren wetten van de markt. En tenzij we ons van die ijzeren wetten bevrijden, is er geen houden aan.

Kettingreactie

De experts denken dat het gebeurt, dus gebeurt het ook. Het is een selffulfilling prophecy. Je kunt ook speculeren op dalende koersen, verlies en faillissementen. Daarmee kun je veel geld verdienen. Omdat iedereen denkt dat de boel failliet gaat, wordt er daarop gespeculeerd. Degenen die bepalen of de boel al dan niet failliet gaat, zijn de speculanten zelf. Die zouden wel gek zijn dat niet te laten gebeuren, want er is veel geld mee gemoeid. Hoe meer speculanten er zo over denken, hoe zekerder het is dat het ook gebeurt, waardoor des te meer speculanten er net zo over gaan denken, zodat het nog zekerder wordt dat het gebeurt. Dat is kapitalisme in een notendop.

De huidige crisis is geen tijdelijk ongemak dat we met de tanden op elkaar wel zullen overwinnen. Zij is de oorzaak van de volgende crisis, die op haar beurt de volgende zal veroorzaken. De verschillende met elkaar samenhangende financiële en economische crises die sinds 2008 over elkaar heen buitelen, zijn inherent aan het kapitalistische systeem. Het zijn geen onschuldige schommelingen van de markt die door de werking van de markt op termijn vanzelf wel weer worden gecorrigeerd, het is een fundamentele systeemcrisis. Zoals het nu gaat, zo gaat het niet langer, daar is iedereen het wel zo’n beetje over eens. Al die honderden miljarden die we in noodfondsen pompen, leveren ons hooguit een paar maanden uitstel van executie op. Ze zijn geen werkelijke oplossing. We moeten het fundamenteel anders gaan aanpakken.

En we waren gewaarschuwd. De huidige economische ontwikkelingen zijn met angstaanjagende precisie voorspeld. Al bijna anderhalve eeuw geleden. Karl Marx refereerde met zijn ‘kritiek van de politieke economie’ in de eerste plaats aan de situatie in Engeland vlak na de industriële revolutie, maar zijn analyses van de fundamentele tekortkomingen van het kapitalistische systeem zijn in deze tijden relevanter dan ooit. De eindfase van het kapitalisme wordt volgens Marx ingeluid door een kettingreactie van financiële en economische crises. Ze worden steeds heviger en ze volgen elkaar ook steeds sneller op. Dat is precies wat we nu zien. Marx zegt dat de winsten privaat zijn, terwijl de verliezen worden afgewenteld op de publieke zaak. Dat is exact wat er nu gebeurt. Al die bankiers mogen de winst die ze jarenlang hebben gemaakt zelf houden en als hun omvallende banken moeten worden gered van een faillissement, komt dat ten laste van de belastingbetaler.

Dan is er ook nog de beroemde accumulatietheorie van Marx, die zegt dat een kapitalistisch systeem de opeenhoping van kapitaal bevordert. De rijken worden rijker en de armen armer. ‘Al die miljarden euro’s vallen heus niet van de aarde af,’ hoorde ik een vrachtwagenchauffeur een keer zeggen in een poging om de crisis te relativeren. Hij had gelijk. We doen altijd net alsof de markten een soort natuurverschijnsel zijn. De markten veroorzaken de crisis en daartegen moeten we ons wapenen zoals we ons met de Deltawerken hebben gewapend tegen springvloed en westerstormen. Maar de markten, dat zijn mensen. Een kleine groep speculanten wordt stinkend rijk van de crisis. Dat is waar al die miljarden blijven die niet van de aarde afvallen. Een natuurverschijnsel kun je niet verbieden, maar schadelijk gedrag van mensen wel. Als de markten in staat zijn om te doen wat ze doen, als ze omwille van onbelemmerde zelfverrijking complete soevereine staten naar de ratsmodee kunnen helpen met concrete gevolgen voor miljoenen en miljoenen burgers, dan is dat misschien wel een heel erg goede reden om die markten te verbieden.

Individuele vrijheid

Liberalisme is een groot goed. Het zo vaak misbruikte woord vrijheid verwijst naar datgene wat in elk politiek systeem het allerhoogste streven zou behoren te zijn. Uiteindelijk is dat de enige taak en de heilige plicht van elke overheid: de individuele vrijheid van haar burgers te garanderen en de voorwaarden te scheppen waardoor elk individu de mogelijkheid heeft zich maximaal te ontplooien en zijn leven in te richten zoals hij wil. Om de vrijheid van allen te waarborgen, dient de vrijheid aan banden te worden gelegd, maar wel zo min mogelijk.

Datgene wat als enige dient te worden ingeperkt, is de vrijheid van het ene individu om de vrijheid van een ander in te perken. Gedrag dat anderen schaadt en daarmee een inbreuk vormt op hun vrijheid, moet worden verboden. Daarom hebben we burgers de vrijheid ontnomen om een ander de keel door te snijden of te bestelen, tegen het verkeer in te rijden, het huis van de buurman in de brand te steken en nog zo wat dingen. Die inperkingen van onze vrijheid vinden wij totaal vanzelfsprekend en terecht, want ze garanderen de vrijheid van anderen.

Hoewel liberalisme voor velen een synoniem is voor de vrije markt, moet er een scherp onderscheid worden gemaakt tussen cultureel liberalisme en economisch liberalisme. De vrijheid om te zijn, te worden, te denken, te geloven en te zeggen wat je wilt, is niet hetzelfde als ongelimiteerde vrijhandel. De individuele vrijheid van zelfontplooiing valt niet samen met de vrije markt. Integendeel. Dat is wat we in deze tijden aan den lijve ondervinden. De vrije markt schaadt de belangen van burgers en vormt daarmee een inbreuk op hun individuele vrijheid. Dat is wat een verbod rechtvaardigt en noodzakelijk maakt. Maar dat betekent natuurlijk nogal wat. Een dergelijk verbod op ongelimiteerde vrijhandel impliceert in feite de afschaffing van het kapitalisme. Het systeem dat daarvoor in de plaats komt, zal hoe dan ook gekenmerkt worden door een in hoge mate door de staat geleide economie en laten we dat dan maar gewoon communisme noemen. Dat is precies de ontwikkeling die Marx voor ogen stond. Maar daar schrikken we van. Want communisme is wel het laatste wat wij willen. We hadden net twintig jaar geleden geconcludeerd dat het niet werkte. Com­mu­nis­me associëren wij met apparatsjiks die de economie om zeep helpen met hun vijfjarenplannen met armoede en hongersnoden als gevolg.

Maar we moeten niet bang zijn voor een staatsgeleide economie. De staat is geen politbureau. In een democratie zijn wij zelf de staat. En wat kan erop tegen zijn om na alle ellende die de vrije markt ons heeft bezorgd de economie ten lange leste in eigen hand te nemen? Welk bezwaar kun je in hemelsnaam maken tegen de gedachte om economische ontwikkelingen te onderwerpen aan democratische controle in plaats van ze volledig over te laten aan gewetenloze speculanten die op niets anders uit zijn dan zelfverrijking?

Klassieke slogan

Dat is ook de reden waarom het niet waar is dat de val van de Muur en de ineenstorting van het Sovjetimperium heeft bewezen dat communisme niet werkt. Dat was geen communisme. Alle zogenaamd communistische staten die in de twintigste eeuw hebben bestaan en de paar die nu nog bestaan, waren en zijn totalitaire regimes. Volgens de klassieke slogan van Marx wordt communisme gekenmerkt door het feit dat de productiemiddelen in handen zijn van het volk. Maar in geen van al die zogenaamd communistische staten was dat het geval. Het volk had helemaal niets te zeggen. Wat de val van de Muur heeft bewezen, is dat dictatuur niet werkt. Het ware communisme, dat per definitie democratisch is, is nog nooit in de geschiedenis uitgeprobeerd.

Er was natuurlijk ook nog nooit een democratisch draagvlak voor. Maar dat is op dit moment aan het veranderen. De Occupy-beweging is een eerste voorbode voor een toenemend protest tegen de ongelimiteerde vrijhandel. De beweging is uiterst interessant, omdat zij spontaan is en van onderaf komt, zoals de opstand van het proletariaat die Marx voor de negentiende eeuw had gepland. De Occupy’ers zijn weinig efficiënt en ze weten niet hoe het dan wel moet, maar van één ding zijn ze zeker en dat is dat het zoals het nu gaat, niet meer gaat. Dit sentiment zal in de komende tijd, naarmate de gevolgen van de crisis steeds pijnlijker voelbaar worden voor individuele burgers, alleen maar steeds breder worden gedeeld. Als de pensioenen niet meer kunnen worden uitgekeerd en als niemand zijn huis nog kan verkopen, kan dat rap gaan. Reken maar dat dan een breed gedeelde overtuiging postvat onder alle lagen van de bevolking dat we alles fundamenteel anders moeten gaan aanpakken.

In een democratisch communistisch Europa zou ik persoonlijk best graag willen wonen. Misschien moeten we het maar eens proberen.