Na bijna een kwarteeuw Rusland loop ik niet alleen steeds vaker op tegen mijn eigen verleden hier, maar ook tegen dat van het land. Zowel het communistische als het tsaristische. Sommige ontmoetingen zijn zacht, andere hard. De meeste zitten er zo’n beetje tussenin. Ze spelen zich af in het brede gebied tussen poetas (zoals hoeren hier ook soms worden genoemd) en Poetin.
Ik herinner me nog de intense vreugde waarmee ik op een winteravond in de hal van het Leningrad Station in Moskou letterlijk opliep tegen Dmitri Nabokov, in de woorden van diens beroemde en illustere vader Vladimir ‘mijn congenitale vertaler’. Plots stond ik oog in oog met de enige nazaat van de schrijver die ervoor zorgde dat ik op een dag Russisch ging leren en later in Rusland belandde. Toen ik afgelopen augustus in Moskou bij toeval op een terras kwam te zitten naast de achterkleinzoon van Pjotr Stolypin, de even legendarische als omstreden premier onder de laatste tsaar Nicolaas II, was dat op een verwarrend ogenblik in mijn leven. Ook door een ontmoeting. Namelijk die met de dood.
Kort ervoor hadden mijn vrouw en ik haar vader, Rudolf Borisovitsj Pobat, naar zijn graf gebracht. Op 78-jarige leeftijd. Ik hecht eraan dit te memoreren, omdat ik in dit blad ooit zijn biografie kort uit de doeken mocht doen. Tot op het laatst had hij in zijn eenkamerflatje geluisterd naar radiostation De echo van Moskou en het oppositionele digitale tv-kanaal Dozd (Regen), de in zijn woorden ‘corrupte vliegen in het Kremlin’ en ‘de oorlogszoekers met het Westen’ vervloekend. Hij stierf de dood die voor miljoenen Russen exemplarisch is. In een ziekenhuiskamertje waar mijn vrouw in pannetjes het eten bracht, de ‘zaalwacht’ dagelijks zevenduizend roebel (honderd euro) vroeg om de patiënt water te geven, op zijn gekreun te reageren, zijn stoma te verschonen.
En hier zat ik op het terras naast Nikolaj Sloetsjevski, de achterkleinzoon van Stolypin. Every inch een ouderwetse Russische aristocraat. Rijzig, benig, gedistingeerd grijs. Hoewel hij in San Francisco was geboren en opgegroeid, sprak hij een heerlijk prerevolutionair Russisch. Hetzelfde Petersburgse Russisch waarin Dmitri Nabokov tegen me gesproken had. Sloetsjevski (zijn grootmoeder was de oudste dochter van Stolypin) vertelde dat hij vijf jaar geleden het zonnige Californië had verruild voor Moskou om het werk van zijn beroemde voorvader voort te zetten: de hervorming van de nog altijd zieltogende agrarische sector.
‘Rusland kent vrijwel geen boeren meer,’ sprak hij, op het terrasje aan de rand van de Patriarchvijver. ‘Bent u wel eens buiten de stad geweest?’
Ik vertelde dat ik wel eens buiten de stad was geweest.
‘Nou, dan weet u hoe beroerd het er daar aan toe is!’

Fellow traveller van Poetin?
Ik was op mijn hoede. Ik koesterde argwaan. Dat geef ik eerlijk toe. Terwijl mensenrechtenorganisaties als Human Rights Watch en Memorial de afgelopen jaren door de wet gedwongen werden zich te afficheren als ‘buitenlandse agent’ (lees: spion) en Stalin als ‘effectief manager’ in de Russische schoolboeken belandde, was de ster van de conservatieve, nationalistische premier Pjotr Stolypin (1862-1911) tot krankzinnige hoogte gestegen. Toen in 2008 ‘De grootste Rus aller tijden’ werd gekozen, kwam Stolypin als tweede uit de bus, na de legendarische middeleeuwse vorst Alexander Nevski. Hij had boeren in Rusland willen verheffen, onder meer door het verstrekken van kredieten en het geven van landbouwgrond in eigendom, om van hen naast de koopmansstand, de ambtenarij, de bourgeoisie en de adel een extra steunpilaar te maken van het rijk van de Romanovs. Dat onder Stolypin de Russische economie transformeerde, staat buiten kijf. Maar hij stond tevens borg voor een kille repressie (de galg werd de ‘Stolypin-stropdas’ genoemd) totdat hij onder het oog van de tsaar in de schouwburg van Kiev door een revolutionair werd vermoord. De spindoctors van Poetin, zo was duidelijk, hadden hem uit de historische mottenballen gehaald om de huidige autoritaire, patriottistische wind uit het Kremlin te rechtvaardigen.
Zat ik hier niet naast een fellow traveller van Poetin? Iemand die ervan profiteerde dat zijn overgrootvader in het Kremlin ineens goed lag? Om niet te zeggen: bijna heilig was verklaard? Nu mijn schoonvader zojuist was gestorven, een paar jaar nadat mijn schoonmoeder door nalatige, corrupte Russische artsen feitelijk was vermoord, was ik met mijn onverwerkte woede hiervoor extra gevoelig.
In het kort verhaalde Nikolaj Sloetsjevski over zijn emigré-familie. Zijn grootmoeder en vader (toen vijf jaar oud) wisten in 1920 in Sebastopol aan de kogels van de bolsjewieken te ontkomen. Zijn grootvader, hoofdingenieur bij de bouw van de stad Moermansk, was twee jaar eerder in de Peter-en-Paul-vesting in Sint-Petersburg als adellijke vijand van het volk geëxecuteerd. De vader van Sloetsjevski en zijn grootmoeder belandden in Joegoslavië, overleefden de oorlog in Berlijn, werden ausgesiedelt, waarna ze 1948 door een oude vriendin van de familie (vorstin Kropotkina) werden uitgenodigd naar Californië te komen. Daar, in 1953, werd Nikolaj Sloetsjevski geboren. ‘Ik moet nu voor langere tijd naar San Francisco. Maar zullen we elkaar bellen zodra ik weer in Moskou ben?’

Smerige wc’s!
Dat werd november. De oorlog in Oekraïne, anderhalf jaar lang het gas waarop de natie leek te koken, was bijna volledig van de Russische staats-tv verdreven. Dagelijks werd de kijker nu vergast op een militaire Kremlinshow over en vanuit Syrië. Rusland (met een economie amper tweeënhalf keer groter dan die van Nederland) was opnieuw terug als wereldmacht. In mijn portiek had de helft van de bewoners inmiddels moeite de gas- en lichtrekening te betalen. Steeds meer vrienden wilden vertrekken naar het buitenland. Maar desondanks was het land wederom ten prooi aan een patriottistische koorts. Toen Sloetsjevski en ik elkaar weer ontmoetten in een achttiende-eeuws stadpaleisje aan de Mjasnitskajastraat, omgebouwd tot kantoor met stringente bewaking, was de eerste sneeuw al gevallen. ‘Ik ben er zeker van dat de schrijver Konstantin Paustovski als jonge gymnasiast in de schouwburg in Kiev getuige was toen uw overgrootvader werd vermoord,’ begon ik. ‘Ik heb gezocht, maar kon het zo snel niet vinden.’
‘Werkelijk?’ reageerde de Stolypin-nazaat. ‘Heeft Paustovski daarover geschreven? Vreemd, daarvan heb ik nog nooit gehoord.’
Ik beloofde de passage in zijn werk nogmaals op te zoeken, spelend met de prints van de stukken die hij me de avond ervoor had opgestuurd. Sloetsjevski was directeur van het Stolypin Centrum voor regionale ontwikkeling. Doel: het in de geest van Pjotr Stolypin – ruim een eeuw na diens gewelddadige dood –uit de modder trekken van de Russische landbouw. We spraken ditmaal Engels. Met zijn gebruinde hoofd en Californische tongval was hij plots every inch een Amerikaan.
‘Waarom dit centrum? Hoe is dat zo gekomen?’
‘Ik ben in de Verenigde Staten opgegroeid, studeerde af als ingenieur aan Berkeley University. Maar door school, de Russisch-orthodoxe kerk en vooral door de verhalen van mijn grootmoeder was Rusland voor mij altijd een mythisch land. Verdwenen, maar voortdurend aanwezig. Mijn vader, die voor de oorlog van de koning van Joegoslavië in Sarajevo mocht studeren aan de kadettenschool, is altijd een vluchteling gebleven. Een vreemdeling in Amerika. Verwoed alles lezend over Europa. De meeste “Witten” raakten na de revolutie alles kwijt, als ze al niet werden vermoord. Onze familie heeft dat tweemaal meegemaakt. Na de Krach van 1917 hadden ze in Joegoslavië een nieuw leven opgebouwd. Totdat na Lenin Hitler kwam. Bij mij was de gespletenheid altijd groot. Toen ik op mijn vijfde naar de kleuterschool ging, sprak ik, geboren in de Verenigde Staten, geen woord Engels. Het idee dat ons, Russische ballingen, door de geschiedenis een groot onrecht was aangedaan, zat diep. Na mijn studie ging ik werken, zette verschillende bedrijfjes op. Totdat ik in juli 1994 als vertegenwoordiger van Rémy Martin voor het eerst Rusland bezocht…’
‘O, hoe was dat?’

‘Een verschrikking, een verschrikking! Na een uur kwam ik tot het gruwelijke besef dat dat wat ik altijd had gehoord inderdaad waar was. Namelijk dat na de Bolsjewistische Revolutie alles wat stond voor beschaving, voor het oude Rusland, de tradities, de kennis, de overlevering, door de genocides van Lenin en Stalin volledig was vernietigd. Dat de culturele en sociale klasse waarvan ik de telg ben door hen voorgoed van de Russische aardbodem was weggevaagd. De vuiligheid al meteen op het vliegveld van Moskou! De smerige wc’s! De totale degradatie van het land! Ik was geschokt. Een nucleaire grootmacht, die zichzelf nog altijd als zodanig op de borst klopte, maar niet kon zorgen voor schone wc’s. Dat waren mijn eerste indrukken. Eén: vuiligheid. Twee: een land waar alles te koop is. Ik was beland in een caleidoscoop. Ik ging met de trein door naar Sint-Petersburg. Later viel ik naast een taxichauffeur in slaap. Ik had bijna twee dagen niet geslapen. Ik verontschuldigde me tegen de man, die zei: “Twee dagen? Wij hebben hier bijna zeventig jaar niet geslapen.”’
‘En toch ging u later terug?’
‘Ja, toch ging ik later terug. Ik wilde iets doen voor Rusland. Hier kom ik vandaan, hier liggen mijn genen. Noem het de lokroep van mijn grootmoeder, die het oude Rusland nog zeer bewust had meegemaakt. En om dat te doen, moest ik hier permanent gaan wonen. Mijn vrouw, die eenzelfde soort achtergrond heeft, en ik wonen aan de Nikitsky Bulvar boven Zjan-Zjak. Kent u dat?’
Nou en of! Jarenlang was bistro Zjan-Zjak een anti-Kremlin-bolwerk. De afgelopen februari op een brug nabij het Kremlin geliquideerde oppositieleider Boris Nemtsov zat er vaak. De dames van Pussy Riot. Voor een Poetin-fellow traveller vond ik het een nogal merkwaardige plek. Ik had gedacht dat de enige nazaat in Rusland van de heilig verklaarde Stolypin wel zou wonen in een villa in de bossen buiten Moskou. Tussen de Poetinelite. Maar ik zweeg.
Verticale macht
‘Mijn grootvader heeft zijn werk nooit kunnen afmaken. Wat de landbouw betreft, streefde hij naar twee zaken: liberalisatie en bescherming van de rechten van de individuele boer. In 1917 was tachtig procent van de Russische bevolking boer, van wie het gros analfabeet. Lenin kneedde hieruit later met communistische terreur, in combinatie met de slavenmentaliteit, de homo sovieticus. Dat deed hij briljant, werkelijk briljant! Net als zijn opvolger Stalin. Door het eeuwige snakken van het volk naar porjadok – orde – werd de oude wereld waarvan ik een van de laatste nakomelingen ben, vernietigd. Al die miljoenen doden. De genocide vond vooral ook plaats op het platteland. Er ontstond een geheel nieuw etnos. Ook door de psychopathologische gevolgen van zeventig jaar lang niet slapen! Maar het platteland ligt anno 2015 nog steeds in duigen. Dat heeft u zelf gezien. Totale degradatie! Misschien nog wel erger dan toen mijn overgrootvader begin vorige eeuw als premier aantrad. Kijk maar eens hier in Moskou in de supermarkt: bloemkolen, sperziebonen, zelfs uien, alles wordt nog steeds massaal geïmporteerd. Ze zuipen op het platteland, ze werken niet. Dat geldt eigenlijk voor alle sectoren: er zijn geen goede vakmensen in Rusland meer. En tegelijkertijd worden alle initiatieven door de zogeheten “verticale macht”, de corruptie en de incompetentie, meteen verstikt.
Alles wordt nog steeds geïmporteerd, zelfs uien. Ze zuipen op het platteland, ze werken niet.
Wat de landbouw betreft: er zijn veel te veel tussenhandelaren in Rusland die de toegang van de boeren tot de markt afsnijden. Ze houden de prijzen kunstmatig hoog. Het is een maffia. Niettemin begon ik vijf jaar geleden met mijn eigen geld, volledig non-profit, dit centrum op te zetten. Ik heb veel specialisten aangetrokken, van verschillende disciplines. Om de Russische boerenstand met een tot “Stolypin-2.0” omgedoopt programma perspectief te geven. Centraal staat daarbij de individuele boer, de fermer. We willen hem in de eerste plaats grond in eigendom geven. En door speciale programma’s zijn levensniveau, zijn sociale en economische welbehagen verhogen. We willen hem, en daarmee het land, weer perspectief geven. Bij de projecten die we hebben ontwikkeld, zijn zowel privé-investeerders als de overheid betrokken. Ik begon vol hoop. Weet u dat er van de huidige landbouwgrond in Rusland maar een derde daadwerkelijk wordt bewerkt? Nog altijd is 92 procent van de grond in handen van de overheid. En de rest is van speculanten. Ze wachten af tot de grond meer waard wordt. Ze laten alles braak liggen. Rusland heeft ruimte voor wel 40 miljoen boeren, maar er zijn slechts 305.000 agrarische bedrijven geregistreerd. Voor het grootste land op aarde!’
Een adellijk aapje
Er werd op de deur geklopt. Een meisje met wespentaille kwam het in donkergeel licht badende kabinet binnen en bracht thee. Ik moest even slikken. Niet door de lieftallige verschijning, maar omdat ik me voor de zoveelste maal in mijn leven had vergist. Tegenover me zat geen fellow traveller van Poetin, maar een Amerikaan met Russische adellijke wortels die op dezelfde wijze tegen het Kremlin tekeerging als wijlen mijn schoonvader in zijn krappe flatje in Sint-Petersburg. Om van de buitenlandse investeerders die ik in Rusland had zien stuklopen, politieke opposanten en Moskouse taxichauffeurs maar te zwijgen.
‘Wat heeft u in de afgelopen vijf jaar bereikt?’ vroeg ik.
‘Bereikt? De eerste jaren heb ik alle ministeries afgelopen. Ze keken me aan alsof ik een exoot was. Iemand uit een andere tijd. Een adellijk aapje. De achterkleinzoon van de grote Stolypin! Nog altijd worden er miljarden dollars aan overheidsgeld in de Russische landbouw gestopt. Maar zodra ik een pilot-programma aan een ambtenaar had overlegd, heel concrete projecten in bijvoorbeeld de stad Tver, waarvan het de bedoeling was dat we die later elders in het land zouden kopiëren, kwam al snel de vraag: “Wat zit er voor mij in?” Toen ze begrepen dat ik niet te controleren ben, wars van corruptie, was het al snel gedaan. Ook klopte ik aan bij sommige oligarchen. Ik legde alles uit. Ze vonden mijn ideeën geweldig. Belangrijk voor het land ook. Telkens zeiden ze me: “Ik steun je.” Maar weet je wat het betekent als iemand hier in Rusland tegen je zegt dat hij je steunt? Dan betekent dat the kiss of death, de doodskus!’
‘Maar u bent de nazaat van een icoon in Rusland? Helpt dat niet?’
‘De nagedachtenis aan mijn overgrootvader wordt misbruikt. In het huidige Rusland is Stolypin simpelweg een nepheld. Niets waarvoor hij destijds met zijn landbouwbeleid stond – beginnen bij de basis van de boer, die zijn eigen grond in eigendom geven – is hier bereikt. Nog altijd kent Rusland geen goed functionerend hypotheekregister voor landbouwgrond. Hoe kun je de agricultuur, kleine ondernemingen, bedrijvigheid in een land überhaupt stimuleren als er geen bescherming is van eigendomsrechten? En dus blijven ze maar olie, gas en andere grondstoffen verkopen. Voor zolang het duurt. Kunt u me ook maar iets noemen wat ze hier in Rusland produceren? Iets waarop ze trots kunnen zijn? Wat ze kunnen exporteren? Behalve wapens? Zelf kan ik maar één ding bedenken: het anticomputervirusprogramma Kaspersky. Verder is er niets, helemaal niets!’
Arrogant wanbeleid
Inmiddels durfde ik de man, die ik door mijn vooringenomenheid eerder had versleten voor een Kremlin-adept, te vragen wat hij van Poetin vond.
‘Poetin? De propaganda op de Russische staats-tv is niet om aan te zien! Op dezelfde manier als dat de propaganda in de Verenigde Staten op Fox News en CNN niet om aan te zien is. Het is allemaal één pot nat! En zo lelijk! Het voortdurend schelden op de buitenwereld. In het eeuwige verlangen van de Rus naar porjadok (orde) geven ze hun vrijheid op. En altijd, altijd maar schelden op de buitenwereld. De ánder de schuld geven van de eigen misère. Onze wc’s zijn smerig, maar dat ligt aan de ánder. Alles is een internationale samenzwering! Natuurlijk was het verdrijven bijna twee jaar geleden van president Janoekovitsj uit Oekraïne een coup. Een staatsgreep. De hotels in Kiev zitten nog steeds vol met Amerikaanse adviseurs. Maar het Kremlin heeft dat land door arrogant wanbeleid gewoon uit zijn handen laten vallen. En wie zijn inmiddels de bondgenoten van het “grote” Rusland? Venezuela, Noord-Korea, Iran. Voor zover ik weet, is er nog nooit eerder in de wereldgeschiedenis een regering geweest die louter bestaat uit de veiligheidsdiensten. Zelfs in de Sovjet-Unie hield de staat de KGB onder de duim. Nu heeft de FSB in dit land alles te zeggen.’
‘Waarom is er geen Russische oppositie? Waarom is die zo zwak?’
Er zijn nog altijd mensen die verandering willen. Maar er zijn geen krachten die hen samenbinden.
‘U kent toch de negentiende-eeuwse literaire criticus Belinski? Die vertelde destijds dat Rusland geweldige schrijvers had, maar geen Russische literatuur. Met de oppositie is het precies zo. Ja, er is een intelligentsia. Er zijn nog altijd mensen die verandering willen. Maar er zijn geen krachten die hen samenbinden. Niemand kan zeggen hoe het met Rusland afloopt, niemand…’
‘En nu?’
‘Ik heb al mijn privégeld in het Stolypin Centrum gestoken. En vijf jaar onbaatzuchtig werk. Ik beleef op dit moment, dat zeg ik u eerlijk, spannende dagen en weken. Het is nu echt alles of niets. Ik wacht op groen licht van een zekere, zeer welgestelde Rus. Om alsnog een groot project op te zetten. Ik kan niet zeggen waar. Maar het is ergens in het zuiden van Rusland. Als het ditmaal weer niet lukt om mijn idealen te verwezenlijken, ja dan…’
‘Vertrekt u uit Rusland?’
‘Ja, dan verlaat ik Rusland. Dan ga ik terug naar de Verenigde Staten.’

Patriottistische politiek
Ontmoetingen. Vrolijke, treurige. Interessante, saaie. Harde, zachte. De meeste zitten er een beetje tussenin. In de weken na het gesprek met Nikolaj Sloetsjevksi werd de retoriek vanuit het Kremlin nóg harder, grimmiger. Na het neerschieten door Turkije van een Russische Soechoj-24 straaljager boven Syrië verkeerden Moskou en de NAVO, voor het eerst sinds het einde van de Koude Oorlog, op de rand van een echte oorlog. Het visumvrije regime met Turkije werd per 1 januari 2016 afgeschaft. Het handelsverkeer en het toerisme werden ingezet bij een verbale oorlog. De tsaar tegenover de sultan. Voor de Turkse ambassade trof ik een demonstrerende Rus die een bordje omhoog hield waarop slechts stond: ‘Artikel 5’. Toen ik vroeg wat hij ermee bedoelde, grijnsde hij: ‘Een aanval op één is bij jullie van de NAVO toch een aanval op allen? Maar wij zijn niet bang!’
Maar wat heeft Poetins patriottistische politiek het land inmiddels gekost? Mede door de daling van de olieprijs verloor de roebel in een jaar tijd bijna de helft van zijn waarde. De import van veel zaken is stopgezet. Investeerders verlaten massaal het land. Buitenlandse media worden stilaan verdreven. Kantoorpanden, winkels, restaurants raken leeg. De Russische massa wordt getroffen door de grootste daling van koopkracht sinds de economische implosie van 1989. De druk op de politieke en de ‘artistieke’ oppositie blijft onverminderd groot. Op sociale media groeit de zorg over een plan van de Doema om het ‘uitreisvisum‘ (dat van de USSR zeventig jaar lang de grootste gevangenis op aarde maakte) weer in te voeren. Officieel om de burgers te beschermen. Maar feitelijk om de controle op zowel het volk als op de geldstromen terug te krijgen. En nu de Turken plots weer tot staatsvijand zijn verklaard, vraagt het Kremlin het volk als offer niet alleen om de stranden van Egypte te mijden (te gevaarlijk), maar nu ook die van Turkije. De enige bestemming die voor de massa nog te betalen was.
Ondanks het feit dat miljoenen Russen nog altijd snakken naar fatsoenlijke gezondheidszorg, onderwijs en een stabiel leven, lijkt het collectivisme na de annexatie van de Krim amper geluwd. Eerder toegenomen. Men lijkt in te stemmen met, blijft althans zwijgen over de aanhoudende internationale confrontaties, verdere isolatie, stagnatie.
Op een middag, tijdens een wandelingetje door het Gorky Park, belde mijn vrouw me op uit Sint-Petersburg. ‘Heb je het bericht dat ik je heb gestuurd gelezen? Dit is toch krankzinnig!’ Het mailtje betrof een plan van het Petersburgse stadbestuur om het aantal bombestendige schuilkelders in de stad vanaf begin volgend jaar snel uit te breiden.
Toen een dag later Nikolaj Sloetsjevski mij belde, vroeg ik als eerste hoe het stond met zijn grote beoogde project in Zuid-Rusland. ‘Het is nog steeds spannend. De belangrijkste beslissingen hier in Rusland worden voor het einde van het jaar genomen.’
‘Maar u heeft nog steeds hoop?’
‘Natuurlijk!’
Lijden voor de natie
Terwijl het zacht begon te sneeuwen, bedacht ik het volgende: dat het grootste deel van het Russische volk, ook al werkten ze in moderne kantoren, reden ze in dure auto’s en gingen ze modieus gekleed, in wezen nog altijd boer was. De aardappelen, de penen, de uien en de kool die ze op hun datsja’s verbouwen, zouden in geval van nood – als het land zou komen te staan voor een werkelijk isolement, voor een werkelijke catastrofe – genoeg zijn om te overleven. Het vermogen om in het uiterste geval te lijden voor de natie is enorm. Waarmee tegelijkertijd het belangrijkste verschil tussen Rusland en het Westen is aangegeven. Dat weet Poetin. Hij kan teren op de onuitputtelijke menselijke reserves die in de Middeleeuwen de Mongolen hebben doorstaan, later in een oceaan van heldenbloed Napoleon en Hitler verdreven. Daarom ook heeft hij eerder de grandeur van Pjotr Stolypin nodig om zijn eigen grandeur kracht bij te zetten, dan diens landbouwhervormingen. Desnoods zet hij het volk weer op een Stalin-rantsoen van 200 gram brood per dag. Dat pikt men in Berlijn niet, noch in Palermo of Bordeaux. Maar wel in Moskou, Perm of Astrachan. Althans, dat mogen de machthebbers in het Kremlin hopen. Maar voor mijn vriend Nikolaj Sloetsjevksi en de Russen hoop ik dat het anders gaat.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.