De wereld vergaat

Henk van Renssen
Onder het smeltende ijs van Groenland zit een kapitaal aan olie: kassa voor de inwoners. Foto: Getty Images
Een groot deel van het leven op aarde is bezig uit te sterven. De schuldige is de mens. En die weet er nog geld aan te verdienen ook.

Als over honderd miljoen jaar geologen (dan misschien wel gigantische ratten, of konijnen) in oude gesteentelagen naar sporen van onze tijd zullen zoeken, dan zullen ze waarschijnlijk een flinterdun streepje vinden in de rotsen, niet dikker dan een vloeitje. Dat laagje sediment zal dan alles zijn wat er over is van wat officieus het Antropoceen heet, het mensentijdperk (het begrip werd in 2002 gemunt door de Neder­landse Nobelprijswinnaar Paul Crutzen en zal waarschijnlijk in 2016 een officiële status krijgen).

Van de resten van de oude Soe­merische beschavingen tot de nieuwste iPhone, alles zal zijn samengeplet tot die ene millimeter gruis, een onbeduidend hoofdstukje in de eindeloze geschiedenis van planeet aarde. Maar als we Elizabeth Kolbert, de milieujournalist van de The New Yorker, mogen geloven, dan zal het ook een ontzettend belangrijk hoofdstuk zijn. Die reuzenratten zullen hun studenten meenemen en het aanwijzen: kijk, daar, zie je dat: de Zesde Grote Uitstervingsgolf. Want dat betoogt Kolbert in haar boek The Sixth Extinction, in navolging van wat onderzoekers sinds een paar jaar in de wetenschappelijke tijdschriften melden: we leven in een tijd waarin een groot deel van het leven op aarde bezig is uit te sterven, een catastrofale tijd die in de vijfhonderd miljoen jaar voor ons nog maar vijf keer eerder voorkwam. En deze keer is geen inslaande meteoriet de schuldige, of een massale uitbarsting van vulkanen, maar dat zoogdier dat als een plaag over de aardbol woekert: de mens.

Geldverslindende boeken

Dat de aarde opwarmt dankzij alle CO2 die de mens sinds de Industriële Revolutie de atmosfeer in spuwt, is inmiddels wel een wetenschappelijk onomstotelijk feit. Dat daardoor de ijskappen smelten en het zeewater stijgt ook. Maar wat zullen daarvan precies de gevolgen zijn voor het leven op aarde? En hoe gaat de mens daar dan weer mee om? Zulke vragen hebben complexe, onzekere antwoorden, die meestal in stukjes en beetjes in wetenschappelijke tijdschriften verschijnen, waarover dan weer een summier nieuwsbericht in de krant komt. Of het is, in het geval van de menselijke reactie op de opwarming, gewoon moeilijk duidelijk inzicht te krijgen: waarom mislukken klimaatverdragen? Gaan we het redden met elektrische auto’s en wind- en zonne-energie? En kunnen mensen überhaupt overtuigd worden van de noodzaak hun gedrag radicaal te veranderen?

Nederlanders zijn grote oplossers van waterproblemen

Dit is in een notendop, stelt Kolbert, de betekenis van het Antropoceen. De mens gooit de hele natuurlijke orde om. Organismen die op gescheiden continenten evolueerden, brengt hij bij elkaar – via zijn koffer in het vliegtuig, met het ballastwater in zijn schepen, als verstekeling in zijn containers. De oceaanbarrières tellen niet meer, de wereld wordt in feite weer één continent, het Nieuwe Pangea (naar het supercontinent Pangea dat tussen 250 en 110 miljoen jaar geleden bestond). En die organismen beginnen elkaar uit te roeien, omdat ze niet samen zijn geëvolueerd en zich dus niet tegen elkaar kunnen verdedigen. Kolbert ziet bij haar om de hoek in de VS ook bijvoorbeeld vleermuissoorten massaal het loodje leggen door weer een andere schimmel. Maar amfibieën, die er al waren vóór de dinosauriërs, zullen volgens de voorspellers de grootste slachtoffers van die nieuwe soortenmix zijn: veel meer dan een vijfde van hen zal uitsterven.

Omdat er mensen zijn

Transport is natuurlijk lang niet de enige schuldige van het grote uitsterven. De reuzen­alk, een soort grote pinguïn, verdween in de negentiende eeuw omdat er zo intensief op werd gejaagd – het bekende dodo-lot dat nog altijd voor veel diersoorten dreigt, vooral grote zoogdieren. Ook het verkleinen van de leefwereld van veel organismen, door land- en bosbouw, de aanleg van wegen en kanalen, de komst van steden, heeft allerlei soorten de das omgedaan en doet dat nog steeds. En dat gebeurt volgens Kolbert allemaal op veel grotere schaal dan we denken, zo blijkt uit onder meer onderzoek in de Amazone. Want als er één dier uit de keten verdwijnt, volgen er meestal meer die er afhankelijk van waren.

Kolbert besteedt verder een aantal heldere hoofdstukken aan de geschiedenis van de Big Extinctions, en komt uit bij het geologisch recente uitsterven van enorme beesten als de mastodont, zo’n tienduizend jaar geleden – de zogeheten ‘megafauna extinctie’, een van de kleinere extincties. Ook deze, stelt Kolbert, is waarschijnlijk al te wijten geweest aan de mens, die toen net kwam kijken. Zelfs de Neandertaler wordt inmiddels beschouwd als slachtoffer van zijn slimmere concurrent.

Twee gouden klompvoetkikkers in gevangenschap, mogelijk de laatste in hun soort. Foto: HH
Twee gouden klompvoetkikkers in gevangenschap, mogelijk de laatste in hun soort. Foto: HH

Maar de grootste boosdoener is momenteel natuurlijk de opwarming van de aarde dankzij de toename van CO2 in de lucht. Cruciaal is daarbij de snelheid waarmee dat gebeurt: boomsoorten zijn daardoor bijvoorbeeld niet in staat mee te ‘migreren’ naar voor hen leefbare gebieden. Kolbert vertelt ook dat de oceanen een derde van alle extra CO2 opnemen, een nog onderschat probleem. Daardoor verzuren ze namelijk, wat de dood van nog weer talloze zeediersoorten tot gevolg zal hebben.

Op haar reizen ontmoet de journaliste allerlei idealistische mensen die door onderzoeken tot op de onmogelijkste plaatsen proberen de wereld bewust te maken van de komende ramp. En ze vraagt zich af of de mens, die toch ook in staat is tot allerlei moois en goeds, de komende decennia zijn leven zal kunnen beteren en schoner zal gaan leven. Haar conclusie is somber: ‘Het maakt niet uit of mensen betrokken zijn of niet. Het gaat erom dat mensen de wereld veranderen.’ Gewoon omdat er mensen zijn, omdat dit het Antropoceen is, gaat die extinctie er volgens haar komen.

Zwart goud

Over die mensen en hun gedrag in het licht van de klimaatproblemen doet de journalist met de mooie naam McKenzie Funk een onthullend boekje open. Jazeker, stelt hij, veel mensen doen hun best er iets aan te doen. Maar veel anderen, belangrijke mensen die soms heel grote bedrijven leiden, hebben het klimaat eigenlijk al zo’n beetje opgegeven. De wereld wordt warmer, punt. En nu is het zaak daar een slaatje uit te slaan.

Dat is namelijk heel goed te doen. Ten eerste heeft de opwarming van de aarde voor sommige landen ook positieve gevolgen. Het is natuurlijk erg dat de ijskap op de Noordpool smelt, maar daardoor worden wel mooi nieuwe olievoorraden bereikbaar. Funk is bij een veiling waar stukken land in Alaska worden verkocht: bedrijven als Shell en BP kopen daar bevroren plots voor miljoenen dollars omdat ze vermoeden dat er zwart goud onder schuilt.

In Groenland gaat de journalist mee op campagne met politici die zich al rijk rekenen – onder het smeltende ijs van Groenland zit een kapitaal dat van zijn paar inwoners in één klap oliesjeiks kan maken. En in Canada wrijven ze zich al in hun handen omdat de Noordwestelijke Doorgang vrij komt te liggen, de bevroren vaarroute tussen de Atlantische en Grote Oceaan die dwars door Canada loopt (hoewel het eigendom van de route zelf wordt betwist: Funk begint zijn boek met een grappige reportage over een oefening van het klunzige Canadese leger op een ijskoud eilandje in de doorgang).

Dood van een eland

En weer dreigt een aansprekend dier plotseling en op mysterieuze wijze te verdwijnen. Na de door Elizabeth Kolbert beschreven kikkers en vleermuizen kwam The New York Times afgelopen week met het nieuws dat de elanden in onder meer Minnesota razendsnel het loodje leggen. Het artikel komt met een tragisch filmpje over het elandmysterie, met onder meer boswachters die in een besneeuwd bos een doodzieke eland omleggen. Waaraan sterven ze? De opwarming van de aarde, die de op kou gebouwde eland hard treft? Jagers? Of toch winterteken, breinwormen of ander, nog onbekend ongedierte dat mee oprukt met de warmte?

Elizabeth Kolbert, ‘The Sixth Extinction. An Unnatural History’, Bloomsbury, 319 p.

McKenzie Funk, ‘Windfall. The booming Business of Global Warming’, The Penguin Press, 310 p.

Sluit je nu aan voor slechts €4,99 per maand

Sorry, je hebt op het moment geen toegang tot dit artikel.

Waarschijnlijk heb je een abonnement zonder digitale toegang. Wil je deze content graag lezen, sluit dan snel een abonnement af.

Heb je wél een abonnement met digitale toegang, neem dan contact op met onze klantenservice: 020 – 5518701.