De schrijnende geschiedenis van blackface en whitewashing in Hollywood én Nederland

Kees Driessen
Marlon Brando doet zijn eigen visagie voor The Teahouse of the August Room (1956). Foto: George Rinhart/Getty Images
Hollywood is erom berucht dat het witte mensen cast voor gekleurde rollen. Nu dat niet meer kan, worden juist de personages wit gemaakt. Twee vormen van het zogenaamde Whitewashing. Dat moet anders.

En ja hoor. We hebben er weer één. De Tibetaanse wijze uit de stripboeken van Doctor Strange wordt in de nieuwe verfilming gespeeld door… een witte vrouw. Keltisch, is ze nu – dat klinkt ook best wijs. En leuk voor de vrouwenemancipatie dat deze mannenrol nu gespeeld wordt door Tilda Swinton. Maar als Aziatisch acteur schiet je er weinig mee op. Noch als Aziatisch-Amerikaanse kijker, die zichzelf vaker vertegenwoordigd wil zien in grote Hollywood-producties.

Whitewashing is het fenomeen gedoopt – een goed label is de eerste voorwaarde voor effectief activisme. En natuurlijk zou Swintons casting helemaal geen probleem zijn geweest, als het de uitzondering was. Maar in Hollywood is het witwassen van gekleurde rollen pijnlijk genoeg de regel.

Een paar recente voorbeelden. Swintons tegenspeler Benedict Cumberbatch (Doctor Strange) speelt in Star Trek Into Darkness de voorheen Indiase slechterik Khan, waarbij een gelijktijdig uitgebracht stripboek moet uitleggen dat zijn personage met plastische chirurgie letterlijk wit is gemaakt. Jake Gyllenhaal speelt, zonder zo’n vergezochte verklaring, gewoon de Prince of Persia; Johnny Depp de Comanche Tonto in The Lone Ranger; Gerard Butler en andere witte acteurs de Gods of Egypt en Christian Bale en Joel Edgerton Mozes en Ramses in Exodus: Gods and Kings.


Tilda Swinton speelt de oorspronkelijk Tibetaanse ‘Ancient One’, en voor Chiwetel Ejiofor werd het oorspronkelijk witte personage Baron Mordo zwartgewassen. Foto: Jay Maidment

En dat zijn dan allemaal nog fantasiefiguren. Maar in A Mighty Heart speelt Angelina Jolie de echte, donkere Mariane Pearl, terwijl Juliette Binoche in The 33 de echte Chileense mijnwerkersvrouw Maria Segovia speelt. En raad eens wie Michael Jackson mag spelen in de televisiefilm Elizabeth, Michael and Marlon? Witte Brit Joseph Fiennes. ‘Ik ben ook nogal geschokt,’ reageerde die. Maar hij nam de rol wel aan.

Witte Jezus

Vaak blijven de witte acteurs er dan gewoon wit uitzien. Net zoals alle witte filmsterren die ooit de semiet Jezus speelden. Maar regelmatig ook wordt hun huid een paar tinten donkerder gemaakt en met make-up de suggestie van een andere etniciteit gewekt – zie Jolie’s Mariane Pearl en Edgertons Ramses. Het resultaat is vaak belachelijk.

Daarmee past whitewashing in de lange Amerikaanse traditie van blackface. Die begon bij de negentiende-eeuwse Amerikaanse ‘minstreelshow’, waarin witte artiesten hun gezicht schoensmeerzwart schminkten, met wit of rood uitvergrote lippen, als karikatuur van een zwarte landgenoot. Díé vorm van blackface is sinds de zwarte burgerrechtenstrijd van de jaren zestig taboe, maar de term wordt ook gebruikt voor realistischer gevallen. Naast brownface, yellowface en redface, voor witte acteurs die doen alsof ze latino, Aziaat of indiaan zijn.

Dat inpikken van gekleurde rollen door witte acteurs is zo oud als Hollywood zelf. Zeer geliefde artiesten hebben zich eraan bezondigd. Marlon Brando als Japanner in The Teahouse of the August Moon moet je zien om te geloven. Evenzo John Wayne als de Mongoolse Dzjengis Khan in The Conquerer. Het ene ziet er achteraf gênanter uit dan het andere: vergeleken met Katherine Hepburns kunstmatige spleetogen als Chinese in Dragon Seed valt Elvis Presley’s redface in Stay Away, Joe nog best mee.

Nu zijn dit allemaal relatief onbekende films. Maar geverfde witten tref je ook aan in geliefde klassiekers. Mickey Rooney’s pijnlijk overdreven Japanner, inclusief valse voortanden, vormt een eeuwige smet op Breakfast at Tiffany’s – regisseur Blake Edwards is er zich tot zijn dood voor blijven verontschuldigen. Alec Guinness speelde een Arabier in Lawrence of Arabia en een Indiaër in A Passage to India. Linda Hunt (man noch Chinees) kreeg een Oscar voor haar half-Chinese man in The Year of Living Dangerously. Nathalie Wood liet zich voor West Side Story schminken tot de Puertoricaanse Maria; Charlton Heston tot Mexicaan in Touch of Evil. Dit zijn films die ons zullen blijven achtervolgen.

Donkere Heathcliff

Maar tegenwoordig speelt vaak een andere vorm van witwassen: het veranderen van de etniciteit van een personage naar wit – zoals bij Tilda Swinton. Het is eigenlijk een dubbele vorm van witwassen: niet alleen de acteur, ook het personage zelf wordt vervangen door een witte variant. Zo kun je uit The Hunger Games niet opmaken dat de hoofdpersoon, gespeeld door de witte Jennifer Lawrence, in het boek eigenlijk een ‘olijfkleurige huid’ had – en wat pas echt schandalig was: alleen witte actrices mochten auditie doen. Omgekeerd verraste regisseur Andrea Arnold door in 2010 als eerste voor Wuthering Heights het boek te volgen en eindelijk een donkere Heathcliff te casten. En wie weet dat Kapitein Nemo, wit in vele verfilmingen, in Jules Vernes 20.000 Thousand Leagues Under the Sea eigenlijk een Indiase prins is?

Het wordt nog ongemakkelijker als het gaat om echte mensen – zeker als ze nog leven. De Indiaas-Amerikaanse Divya Narendra was verbaasd dat hij in The Social Network door ‘een witte acteur’ werd gespeeld. En in 21 werd zelfs het complete, beroemde Aziatisch-Amerikaanse blackjack-team van MIT witgewassen. Hoofdpersonage Ben Campbell, gespeeld door witte Brit Jim Sturgess, was in werkelijkheid de Chinees-Amerikaanse Jeffrey Ma.

Blackface Sjimmie

Filmmakers verweren zich tegen beschuldigingen van whitewashing met enkele vaste argumenten. Het eerste is dat de meeste witte filmsterren nu eenmaal meer geld in het laatje brengen – en dat, derhalve, een film zónder witte sterren vaak niet eens van de grond komt. Zo zei Ridley Scott over zijn bijbelepos Exodus: Gods and Kings: ‘Ik kan niet aankomen met hoofdrolspeler Mohammed die-en-die uit weet-ik-veel-waar. Dan krijg ik de film niet gefinancierd. Dat is überhaupt geen optie.’

Engelstalige media constateerden dat veel witgewassen films het de afgelopen jaren slecht deden, terwijl televisieseries juist succes hebben met gemengde ensembles

Dat zal tot op zekere hoogte kloppen. Aan de andere kant constateren Engelstalige media dat veel witgewassen films het de afgelopen jaren slecht deden, terwijl televisieseries juist succes hebben met gemengde ensembles. Een onderzoek van UCLA concludeerde vorig jaar dat ook in Hollywood diversiteit in de casting een gunstig effect had op de box-office. Het lijkt erop dat Hollywood – waar makers en acteurs meestal progressief, maar financiers en studiohoofden vaak conservatief zijn – achterloopt bij maatschappelijke ontwikkelingen. Bovendien, stelde racebending.com terecht, blijken mensen zich zelfs te kunnen identificeren met ‘robots, zeesponsen en pratende teddyberen’, dus waar hebben we het over?

Een ander argument dat veel wordt gebruikt: we hebben gezocht, maar niet gevonden. Ook dat kán kloppen. Het was misschien inderdaad niet gemakkelijk, zoals producent Sam Raimi stelde, om de Inuit-hoofdrol van 30 Days of Night te casten – en dus werd het personage witgewassen voor acteur Josh Hartnett. Toen Henk van der Linden in 1955 zijn Sjors en Sjimmie-films maakte, was een zwarte Sjimmie moeilijk te vinden: ‘Echt een negerjongetje, die was er gewoon niet in Nederland. Die keek je na, dat was iets bijzonders. Hoe moest ik aan zo’n donkerkleurig jongetje komen?’, zei hij twee jaar geleden tegen Andere Tijden. En dus gaf hij voor Sjors en Sjimmie op het Pirateneiland dan maar zijn eigen dochtertje een blackface.


Geen ‘negerjongetje’ te vinden voor de Sjors en Sjimmie-film in 1955.

En toen acteur en producent Aziz Ansari vorig jaar in The New York Times schreef over zijn schok en woede toen hij ontdekte dat zijn jeugdheld, het Indiase personage in de sciencefictionkomedie Short Circuit 2, een witte Amerikaan in brownface bleek, vertelde hij er eerlijk bij dat hij zelf óók moeite had gehad om voor een rol in zijn hitserie Master of None een goede Indiaas-Amerikaanse acteur te vinden.

Let wel: hierin zitten vicieuze cirkels verborgen. Hoe minder rollen minderheden krijgen, hoe minder van hen hun brood in Hollywood verdienen en hoe minder van hen de kans krijgen uit te groeien tot echte sterren.

Iedereen wit

De makers van Doctor Strange – een overigens amusante superheldenfilm – kunnen ter relativering wijzen op het oorspronkelijk witte personage Baron Mordo, dat in de film wordt gespeeld door de zwarte acteur Chiwetel Ejiofor. Het aanpassen van The Ancient One, Tilda Swintons rol, werd waarschijnlijk vooral gedreven door economische motieven: de scenarist liet zich ontvallen dat de filmmakers de belangrijke afzetmarkt China niet voor het hoofd wilden stoten met een Tibetaans personage.

Dat klinkt aannemelijk, wat niet wegneemt dat de makers in interviews nog een ander, interessanter argument inbrachten. The Ancient One was in de originele strips ‘een heel oud Amerikaans cliché van oosterse personages’, aldus regisseur Scott Derrickson. Zoiets als de veelvuldig in yellowface geportretteerde Chinese snoodaard Fu Manchu. Daaraan niet mee willen doen, getuigt van sensitiviteit. Maar om het personage dan maar helemaal wit te maken is het ene racisme oplossen met het andere.

Angst voor het begaan van een racistische blunder – dus maken we maar iedereen wit.

Scenarist Ari Handel verdedigde de geheel witte cast van het bijbelverhaal Noah met vergelijkbare argumenten. Hij merkt op dat het verhaal een mythe is, zodat het ras van de acteurs eigenlijk niet uitmaakt. Dat is op zich terecht. En ze wilden Russell Crowe hebben – met het oog op de box-office. Die is wit, kreeg dus een witte familie en toen maakten ze iedereen maar wit, want: ‘We konden absoluut geen rassenverschillen hebben tussen wie overleefde en wie stierf. Dat zou een verschrikkelijk statement geweest zijn.’

Ook hier angst voor stereotypering en het begaan van een racistische blunder – en dus maken we maar iedereen wit. Zoals elk argument daar lijkt te eindigen: we willen een ster, we moeten het gefinancierd krijgen, we willen stereotypen vermijden – we maken iedereen wit.

Brownface Gandhi

Het lijkt simpel: er zijn te weinig rollen voor niet-witte acteurs in Hollywood en de paar rollen die er wel zijn gaan te vaak alsnog naar witte spelers. En zo is het ook. Punt. Whitewashing is, als we alle films op één hoop gooien, echt een probleem.

Maar op het niveau van individuele films ligt het toch vaak ingewikkelder. Wat te denken van colorism bijvoorbeeld? Dat is discriminatie op kleur, niet op ras. De Brit Ben Kingsley heeft een deels Indiase achtergrond, via zijn Keniaanse vader, en werd geboren met de naam Krishna Bhanji. Was hij daarmee Indiaas genoeg voor de hoofdrol in Gandhi? Hij leek best op Gandhi, maar maakte wel zijn huid donkerder – is dat brownface?

Je zou de eenvoudige regel kunnen hanteren: als je de kleur van de huid moet veranderen, heb je verkeerd gecast. Maar wat dan te denken van Forest Whitaker, die voor zijn magistrale rol als Idi Amin in The Last King of Scotland zijn huid nog iets donkerder maakte? Of Samuel Jackson, die hetzelfde deed in Django Unchained? De zwarte, licht getinte actrice Zoe Saldana kreeg harde kritiek op haar rol van Nina Simone in Nina: ‘De filmmakers hebben zo’n extreme voorkeur voor lichtgekleurde actrices met Europese trekken, dat ze dan maar Saldana donker verven en een afro en neusprothese opzetten’, schreef The Odyssey boos. ‘Dat Nina Simone een donker-zwarte huid en kroeshaar had, was integraal onderdeel van haar identiteit en kunst.’

En het klopt dat zwarten met een lichtere huidskleur het in Hollywood gemakkelijker hebben. Maar dan komen we weer terug bij Michael Jackson. Niet alleen had die zijn neus operatief veranderd, ook zijn huid was veranderd van donker naar zeer licht. ‘Qua huidskleur lag hij uiteindelijk dichter bij mij dan bij zijn oorspronkelijke kleur’, merkte zijn witte vertolker Joseph Fiennes terecht op. Elke zwarte acteur, ook een lichter gekleurde, zou voor deze rol waarschijnlijk witter geschminkt moeten worden.

Yellowface Ushi

Zo kom je bij de vraag of het allemaal draait om uiterlijk of innerlijk. Het antwoord is: zeker óók het laatste. De tekortschietende representatie van minderheden in Hollywood gaat niet alleen over huidskleur, maar ook over clichématige en stereotiepe verbeeldingen. Zie de discussies over cultural appropriation. Daarom wordt zelfs bij animatiefilms gesproken van whitewashing als, zoals gebeurde bij Aladdin en onlangs bij Kubo and the Two Strings, de stemmen van gekleurde personages worden ingesproken door witte acteurs. Voor de aankomende animatiefilm Vaiana (in Amerika Moana) selecteerde Disney daarom een Polynesische stemmencast. Helaas blunderde de merchandise-afdeling: een kostuum van een Polynesische godheid, met bruine huid en traditionele tatoeages, moest na protesten worden teruggetrokken. Niemand had bedacht dat als zwarte Amerikanen het niet leuk vinden als je je witte gezicht zwart verft, Polynesiërs het misschien niet leuk vinden als je hun hele huid aandoet.


Forest Whitaker met een iets donkerder getinte huid in ‘The Last King of Scotland’.

Want dat is duidelijk: dankzij voortdurend zwart activisme is blackface taboe. Niet alleen de karikaturale variant (die, ondanks historische verschillen, genoeg raakvlakken heeft met Zwarte Piet om ook bij de eindeloze reeks Nederlandse Sinterklaasfilms van blackface te spreken), maar ook serieuzere vormen zoals de Othello waarvoor Laurence Olivier nog in 1966 een Oscar-nominatie kreeg. Maar latino, Native en Aziatische Amerikanen hebben die taboestatus voor brownface, redface en yellowface nog niet in dezelfde mate veroverd.

Zo liggen zelfs in de boekverfilming Cloud Atlas, waarin acteurs om de haverklap veranderen van leeftijd, ras en sekse, de verhoudingen nog scheef. Want ja, de film breekt (dankzij de make-up-afdeling) met allerlei conventies: waar zie je anders een zwarte actrice een witte vrouw of een oude Koreaanse man spelen, zoals Halle Berry hier doet? Heerlijk! Maar, zoals de kritische ‘Asian-American Media Watchdog’ Kulture opmerkt: de filmmakers durfden blackface niet aan – alle zwarte personages worden gespeeld door zwarte acteurs – terwijl alle Aziatische mannen gespeeld worden door witte acteurs met yellowface en geen enkele Aziatische acteur een dragende rol kreeg.

Let ook op het publiek van komiek John Oliver, die in zijn talkshow Last Week Tonight een sterk item had over whitewashing. Zijn toeschouwers reageren op de blackface van Othello met een geschokt ‘ooohhh….’, maar lachen om yellowface en brownface. Net zoals de zwarte Amerikaanse sterren Lionel Richie, La Toya Jackson en Will.i.am gewoon moeten lachen als hun interviewer, de gek pratende Japanse Ushi, een typetje van Wendy van Dijk blijkt te zijn – inclusief vals gebit. Haha, die rare Japanner was een soort Hollandse Mickey Rooney! Ik vermoed dat ze lang zo hard niet gelachen zouden hebben als Van Dijk hen had geïnterviewd als dat andere typetje van haar – de zwarte Antilliaanse Dushi.

Whiteface Whoopi

Met whitewashing hebben strijders voor een betere vertegenwoordiging van álle minderheden in Hollywood een label in handen dat net zo’n taboe kan worden als blackface. En dankzij veel online aandacht en activisme lijkt het te werken: niet alleen moeten filmmakers steeds vaker hun whitewashing verklaren, het omgekeerde gebeurt ook: het wordt voor filmmaatschappijen steeds interessanter zich te onderscheiden met het tegenovergestelde.

En met ‘het tegenovergestelde’ doel ik dan niet op whiteface. Dat bestaat wel, maar is zeldzaam. Naast Cloud Atlas hebben vooral zwarte komieken zich eraan gewaagd. De Brit Lenny Henry werd redelijk overtuigend wit geschminkt in True Identity, Whoopi Goldberg werd een witte oude man in The Associate en Eddie Murphy was onherkenbaar als witte aerobics-leraar in The Nutty Professor. Een Nederlands voorbeeld biedt rapper Fresku, die zich in zijn videoclip Zo doe je dat langzaam wit schminkt, met een moedeloze gezichtsuitdrukking: ‘Hilversum wil blanke rappers per se. Geen blackface, nigga.’ Dat zijn aardige voorbeelden, maar whiteface blijft een fenomeen met beperkte reikwijdte.

Nee, met ‘het tegenovergestelde’ bedoel ik blackwashing. Rollen die oorspronkelijk bedoeld waren voor een witte acteur laten spelen door een zwarte (en hetzelfde geldt natuurlijk voor yellowwashing, brownwashing en redwashing). Toeval of niet: je ziet dit vaker gebeuren sinds Obama gecast werd voor de traditioneel witte rol van President van de Verenigde Staten.

Voorbeelden? Will Smith heeft er meerdere: zijn rollen in I Am Legend, Men in Black, I Robot, Wild Wild West en Suicide Squad waren allemaal oorspronkelijk wit. Of denk aan Quvenzhané Wallis als Annie; Jamie Foxx als Little John in Robin Hood Origins; Idris Elba als de Noorse God Heimdall in Thor; Michael B. Jordan als Johnny Storm in Fantastic Four; Michael Clarke Duncan als Kingpin in Daredevil. En soms helpen de strips mee: dankzij nieuwe, alternatieve verhaallijnen in de comics kon Nick Fury in The Avengers, voorheen wit, nu gespeeld worden door Samuel Jackson en valt over enige tijd een zwarte Spider-Man te verwachten.

Van sommige zwartgewassen rollen is het inmiddels zelfs ondenkbaar dat ze door iemand anders gespeeld zouden zijn – en toch waren de zeer geliefde personages van Morgan Freeman in The Shawshank Redemption en Pam Grier in Jackie Brown in de boeken nog wit.

En is de hoofdrol die Denzel Washington in de western-remakeThe Magnificent Seven overnam van zijn witte voorganger Yul Brynner niet ook blackwashing? Let ook op Washingtons medespelers: Mexicaan Manuel García-Rulfo, Native American Martin Sensmeier en Koreaan Lee Buyng-hun. Maar historici zien dat anders: een boeiend artikel in The Atlantic beschrijft hoe het Wilde Westen veel meer zwarte, latino en Aziatische cowboys had dan wij tegenwoordig denken en oordeelt: ‘Hollywood is verantwoordelijk voor de populaire onwaarheid van het totaal witte Wilde Westen.’ Met andere woorden: deze casting is juist een historische correctie op honderd jaar Hollywood-whitewashing.

Kleurenblinde Shakespeare

Terug naar Shakespeare. Ja, het is frustrerend dat die ene zwarte rol, Othello, óók nog door een witte wordt gespeeld. Maar willen we daarmee zeggen dat dat de énige grote rol is die voor zwarte acteurs is weggelegd? Nooit Hamlet? Dat kan niet de bedoeling zijn. In 2000 castte The Royal Shakespeare daarom, voor het eerst, een zwarte acteur in een koningsrol: de Nigeriaans-Britse David Oyelowo, ook bekend van zijn waardige Martin Luther King in de film Selma. Ook Kenneth Branagh heeft hier in zijn Shakespeare-films geen problemen mee. In Much Ado About Nothing, As You Like It en Love’s Labour’s Lost spelen wit en zwart door elkaar – ook als ze familieleden verbeelden. Maakt dat iets uit? Nee, zeker bij Shakespeare niet. Dat zijn mythen die, zoals bijbelverhalen, inderdaad door alle rassen gespeeld kunnen worden, ook door elkaar heen.

Wat Branagh deed is daarom geen blackwashing meer, maar color-blind casting. Kleurenblind casten. En dat moet de toekomst zijn. Laten we cowboys niet wit houden omdat we dat zo gewend zijn. Laten we de vaak getipte Idris Elba gewoon casten als de volgende James Bond (zoals Miss Moneypenny, voorheen wit, nu wordt gespeeld door de zwarte Naomie Harris). Laten we een voorbeeld nemen aan de Londense theatervoorstelling Harry Potter and the Cursed Child die dit jaar de rol van Hermione Granger, wit in de films, liet spelen door de zwarte actrice Noma Dumezweni – met de zegen van JK Rowling. En laten we vooral, vooral – want daar ligt het dieperliggende, belangrijkste probleem – al die honderden, duizenden kleinere rollen evenredig verdelen over rassen en kleuren. In Hollywood, en in Nederland.

Doctor Strange’ van Scott Derrickson draait vanaf 27 oktober in de Nederlandse bioscopen en ‘Vaiana’ van Ron Clements en John Musker vanaf 30 november. De serie ‘Master of None’ is te zien op Netflix.
Sluit je nu aan voor slechts €4,99 per maand

Sorry, je hebt op het moment geen toegang tot dit artikel.

Waarschijnlijk heb je een abonnement zonder digitale toegang. Wil je deze content graag lezen, sluit dan snel een abonnement af.

Heb je wél een abonnement met digitale toegang, neem dan contact op met onze klantenservice: 020 – 5518701.