Elke maand presenteren Daan Doesborgh, de SLAA en Vrij Nederland een nieuwe Poëziepodcast. Een podcast over dichters, hun gedichten, en de wereld waar ze die vandaan halen. Deze maand: Ingmar Heytze.

Met Ingmar gaat het gesprek vooral over generaties in de poëzie. Hijzelf behoort tot de generatie die door Ruben van Goghs bloemlezing Sprong naar de sterren in 1999 werd voorgesteld als ‘de laatste generatie dichters van de twintigste eeuw’. Ingmar leest een gedicht van een vertegenwoordiger van de nieuwste generatie in de eenentwintigste eeuw: de dit jaar gedebuteerde Mieke van Zonneveld. Uit haar bundel Leger, verschenen bij de Bezige Bij, leest Ingmar het gedicht ‘Gebed’:

Gebed

Om te staan op het veld en niet steeds ernaast
heb ik een cliché van U gemaakt, een leeg
omhulsel van taal door necrofielen herhaald.

Advertentie

Advertentie

Achter het woord staat alleen een ander woord
en dat ad infinitum. Ik heb U getypeerd, genummerd
en gearchiveerd. De kast een stoffig woordengraf.

Dit is mijn extra tijd en ik jongleer met glazen seconden:
nieuwe talen, nieuwe rituelen en gebaren. Ontbonden
leef ik, opgeheven en ontbonden zonder U.

Vrijheid is een plakkerige afgod en een deken
die niet werkelijk bedekt. Ik mis U en dat is het.
Te worden aangeraakt. Te worden opgewekt.

– Mieke van Zonneveld

Met Ingmar bespreek ik in welke traditie Mieke staat, en wat het in het moderne poëzielandschap eigenlijk betekent om als nieuwe generatie aan te treden. Het lijkt wel alsof er vroeger veel vaker ruzie was tussen dichters. Wanneer en waarom is dat veranderd? Tijdens die zoektocht stuit Ingmar op een anekdote waar hij al lang niet meer aan had gedacht, met in de hoofdrollen onder andere Elly de Waard, een masseuse en een kooi vol duiven.

Uit zijn eigen bundel Ademhalen onder de maan leest Ingmar het gedicht ‘Wasstraat’, waarin een kenmerk van Ingmars poëzie naar voren komt waarvan ik in de podcast tevergeefs nog een ander voorbeeld zoek: het schrijven van zinnen die heel terloops en natuurlijk klinken, en toch zoveel klankspel bevatten dat je als lezer vaak denkt: ‘Dit kan eigenlijk niet, maar het kan toch.’

wasstraat

Er is geen leven in de wasstraat, maar beweging –afgezien van de man in overall die het geld aannam,
het spoor wees en in de wolken verdween.

Op de radio na ben je alleen. Dit is een goed moment
om een moord te beramen of een godsdienst te beginnen.
Er zijn sponzen en sproeiers en wuivende gordijnen,
blauwe derwisjen komen uit de coulissen, slaan aan,
tollen met paniekerige zeemleerledematen op je af.
Spoelwater davert, geselt ramen en plaatwerk.
Misschien dat je hier en nu het ware bestaan
krijgt opgedist: een kokend, mechanisch heelal
met vrij spel voor wind en water, uitgeknobbeld
door een zekere afwezigheid, een tunnel waar je
stuurloos door rijdt in zijn vrij en als oud licht
uit tevoorschijn komt – stralend.

– Ingmar Heytze

Ingmar vertelt over de inspiratiebronnen voor zijn dichterschap, de dichters van wie hij heeft geleerd licht en speels te schrijven zonder frivool en inhoudsloos te worden. Aan het slot lijken we op een heuse conclusie voor deze aflevering te stuiten: als dichter heb je veel meer aan kameraadschap dan aan polemiek.

Volgende maand is het de beurt aan debutant Vicky Franken om haar poëzie en die van een collega voor te stellen. Gelijktijdig met het debuut van Mieke van Zonneveld verscheen Vicky’s bundel Röntgenfotomodel. Katapulteert De Bezige Bij een nieuwe stroming? We horen het eind maart van Vicky.

De Poëziepodcast wordt gepresenteerd en geproduceerd door Daan Doesborgh, en mogelijk gemaakt door de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam, Vrij Nederland en muziekpodium Splendor, waar de podcast wordt opgenomen. De tune van De Poëziepodcast is een compositie van Bart de Vrees. Het concept is geïnspireerd op de New Yorker Poetry Podcast.

Meer poëzie? Ontvang de nieuwsbrief van Vrij Nederland.