In memoriam

Toen ik Jan Blokker begon te lezen, was hij nog geen columnist maar een in aanzien stijgende humorist. Hij schreef dagelijks een ‘cursiefje’ in het Algemeen Handelsblad, want iedereen die toen leuk geacht werd schreef scheefgedrukte stukjes, die dus cursiefjes werden genoemd.

‘En wat mag het voor meneer wezen?’ vroeg de man van de pakkenwinkel, waarop wij voor de aardigheid weer eens zeiden: ‘Een pak.’ Dat is een hobby; dat is voor ons precies hetzelfde als voor een ander de postzegelmarkt of oude boeken. Wij vragen in zo’n winkel altijd om een pak, alleen om te zien met hoeveel fijne tact de bediende een dergelijke, lompe vergissing herstelt zonder te laten merken dat hij zijn cliënt vanaf dat moment veracht; alleen om te horen hoe hij dan eenvoudig zegt: ‘Juist, meneer wenst een costuum,’ en hem vervolgens de handen ineen te zien slaan tot een gebaar dat bijna wrijven is, doch halverwege veredeld raakt tot een ijle geste.

Dat is – in een tijdperk dat iedereen...