In tijden van oorlog, ik verklap geen geheim, is het voor de gemiddelde nieuwsconsument bijna onmogelijk om een beeld te krijgen van wat er werkelijk gebeurt. Maar als de pleuris uitbreekt tussen Israël en zijn buren slaat de vertroebeling per definitie toe.
Een opvallende bijrol bleek tijdens de demonstratie te zijn weggelegd voor ‘de media’
Zondagmiddag liep ik tegen drieën naar het Museumplein. Daar vond, het zal u niet zijn ontgaan, een demonstratie plaats ten faveure van de Palestijnse zaak. De zoveelste in korte tijd, maar dankzij de Amsterdamse burgemeester verliep het samenzijn ditmaal uiterst vredig. Er was veel politievolk op de been, de zon scheen uitbundig en er werd geestdriftig met vlaggen gevendeld.
Uiteraard fungeerde Israël bij publiek en sprekers als Enige Bron van Alle Kwaad. Maar een opvallende bijrol bleek te zijn weggelegd voor ‘de media’. Zo stond er een mevrouw van Abvakabo FNV op het podium die helaas niet duidelijk maakte wat een vakbond aldaar te zoeken had, maar wel mededeelde dat ‘het grootste deel van de media kritiekloos de Israëlische propaganda blijft napapegaaien’. Op spandoeken moest in het bijzonder onze nationale nieuwsleverancier het ontgelden. ‘Propagandazender NOS shame on you’, las ik. En: ‘NOS stop met witwassen van Israëlische apartheid’. Later begreep ik dat er een jongeman was geweest die zijn ongenoegen had gekoeld door tegen een NOS-busje te schoppen.
Alsof de duvel ermee speelde, hoorde ik, eenmaal thuis, van iemand die de laatste weken telkens in woede uitbarstte over de ‘eenzijdige anti-Israëlberichtgeving’ van het NOS Journaal.
Je zou zeggen: het kan niet allebei waar zijn. Maar zelfs dat wil geloof ik niemand geloven.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.