De onlangs in Trouw tot ‘vogel des vaderlands’ gekroonde grutto dankt zijn aanvankelijke opkomst aan de intensivering van de landbouw. En een blik op de archieven levert meer opmerkelijke vogelfeiten op. Sinds 1850 nam het aantal soorten in Nederland toe.
Aandelenkoersen, daarmee vergelijkt hij het wel eens. De vogelpopulatie van de verschillende soorten in Nederland kent evenveel pieken en dalen, bedoelt Jan de Rijk. Deze week promoveerde de historicus op de wisselwerking tussen mens en vogels in de periode 1500 tot 1920.
Voor zijn onderzoek maakte De Rijk gebruik van jachtwetten, jaarverslagen en in archieven beschikbare lijsten met overtredingen van de regels. En dat levert opmerkelijke conclusies op. Bijvoorbeeld dat de vogelpopulatie in Nederland veel geprofiteerd heeft van menselijke ingrijpen. Door strenge jachtregels en de inzet van vele jachtopzieners konden broedvogels beschermd worden. Op roofvogels werd weliswaar lange tijd gejaagd, vanaf halverwege de negentiende eeuw werden ook hiervoor strenge regels opgesteld die het nuttige effect van de vogels op de landbouw juist moet behouden.
Ook wat betreft soortenrijkdom levert het langetermijnvisie van De Rijk opmerkelijke conclusies. ‘Anders dan je misschien zou verwachten, is het aantal soorten vogels sinds 1850 toegenomen,’ vertelt hij. Door een gebrek aan tellingen is het vóór die tijd lastig betrouwbare schattingen te maken. En het betekent ook niet dat er sindsdien geen vogels verdwenen zijn, benadrukt De Rijk. ‘Maar uiteindelijk is de balans positief. Er zijn meer soorten bijgekomen dan verdwenen.’
Dat nieuwe vogels in de twintigste eeuw voet aan de grond kregen in Nederland, komt bovenal door een intensivering van de landbouw. Het gebruik van kunstmest leverde veel weidevogels een veel rijker aanbod aan voedsel. De kievit en de onlangs tot ‘vogel des vaderlands’ uitgeroepen grutto, namen pas vanaf toen gigantisch toe in aantal.
Het is een vreemd proces, legt De Rijk uit. Als de intensiteit van landbouw toeneemt, zal het aantal vogelsoorten in eerste instantie ook groeien. Pas als de intensiteit een bepaald kritiek niveau bereikt kan dat weer omslaan. Maar, benadrukt De Rijk: dat het aantal grutto’s nu zo spectaculair daalt, komt bovenal omdat er halverwege de twintigste eeuw een grote piek zat in haar aantal. ‘De grafiekjes beginnen allemaal pas daar. Op de lange termijn zie je iets anders.’
Andere vogels profiteren juist van de toegenomen landbouwintensiteit, zoals de eenden en ganzen. Een soort aandelenkoersen dus, zegt De Rijk. Dat er wordt nagedacht over het remmen van de groei van die vogels, bijvoorbeeld door jacht, vindt hij dan ook vanzelfsprekend. Maar als vogelaar begrijpt hij het belang van de bescherming van de uitstervende grutto ook. ‘Dat hij er dankzij onze eigen landbouw is maakt daarvoor niet uit. Omdat we in Nederland zo’n unieke populatie grutto’s hebben gekregen hebben we ook een verantwoordelijkheid die te bewaren.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.