ij vallen ze al niet meer op, maar gasten beginnen er altijd weer over: de kruisen hier op de berg. Het zijn er zestien, geloof ik. Met of zonder Christus, die soms uit ernstig eikenhout is gesneden, en er dan weer frivool bij hangt, zoals de knalroze Jezus in het klimopbosje beneden. Je ziet ze niet altijd meteen. Daarom staat er bij dat kruisbeeldje aan de beek geschreven: Denk ook eens aan mij. Pas heeft iemand daaraan toegevoegd: ÔÇŽen aan De Natuur. De Natuur, dat is de god van nu, die altijd goed is en gelijk heeft. Vertel dat maar aan de mensen in Japan, maar als ik wandel, ben ik aardig en wil ik best even aan Jezus en De Natuur denken.

Sommige kruisen moeten iets afwenden, zoals hagelkruisen het slechte weer voor de oogst, of het devotiekruis waar de overbuurman voor zijn zieke vee bidt, maar de meeste kruisen staan daar waar het leed al is geschied. Jachtongevallen, busongelukken. Het oorlogskruis in het bos waar drie Britse piloten zijn neergestort, de geblakerde...