‘Je kunt niet weten hoe geduldig ik ben geworden,’ schreef Inge aan de Mensendokter nadat ze elkaar begin februari kort hadden ontmoet in de bar van het Hilton Hotel in Amsterdam. De precieze reden van de ontmoeting was onuitgesproken, en bleef merkwaardig genoeg tijdens het consult ook onuitgesproken, maar de ware redenen van een consult zijn misschien wel per definitie onuitspreekbaar.

Inge is een mooie vrouw van middelbare leeftijd en gaat in het zwart gekleed als ze op een middag in februari de bar van het Hilton binnenstapt. Ze had de Mensendokter al eerder ontmoet bij een lezing in Den Bosch. ‘Ik ben beeldend kunstenares,’ zegt Inge, ‘maar niet officieel.’

‘Niet officieel,’ herhaalt de Mensendokter, omdat hij dat mooie woorden vindt in deze context en even vraagt hij zich af of hij een officiële Mensendokter is.

Inge vertelt dat haar partner leraar was. Hij kon niet meer werken vanwege een ziekte, ze stonden op het punt naar Portugal te verhuizen, het was nazomer, ze zaten in de tuin van vrienden, toen kreeg hij een hersenbloeding. Een paar uur later stierf hij.

Het voelt bijna blasfemisch om in het Hilton Grossman voor te lezen.

De Mensendokter maakt aantekeningen en zonder directe aanleiding zegt Inge: ‘Dat is ook iets wat ik bij jou zie, angst.’ De Mensendokter weerstaat de neiging te vragen welke angst ze precies ziet en vervolgt het gesprek. Inge komt uit een slagersfamilie, ze waren met zijn elven, haar moeder stierf jong. ‘Mijn zusje was mijn moeder,’ zegt ze. Dan pakt ze een boek van de Mensendokter (Thuis ben je. Berichten van een hotelmens) uit haar tas en laat hem passages zien die ze onderstreept heeft. De Mensendokter wordt er ongemakkelijk van, hij is niet gewend dat de patiënten zijn werk grondig hebben gelezen. Vervolgens komt er een boek van David Grossman uit de tas, Uit de tijd vallen. Inge wil wat voorlezen.

Advertentie

Advertentie

Om hen heen zitten zakenmannen die hard praten, het voelt bijna blasfemisch om hier Grossman voor te lezen. Niet dat de Mensendokter Grossmans grootste fan is, maar toch, Grossman fluistert.
Inge leest: ‘Er is adem / er is adem / binnen in de pijn / er is adem.’ Dat zegt het kind in het boek.

‘Mooi,’ zegt de Mensendokter en Inge antwoordt: ‘Dit gaat ook over jou.’

Het ongemak van de Mensendokter neemt niet af; niet dat dat erg is, je moet het ongemak zoeken, je moet erdoorheen, en je moet het blijven benoemen. ‘Ik heb het boek voor je meegenomen,’ zegt Inge. ‘Misschien heb je het al. Dan geef je het terug.’

Grossmans boek zit in cadeaupapier. De Mensendokter haalt het boek uit het papier.
‘Dank je,’ zegt hij.

De Mensendokter moet weer verder, de tijd is om, hij bedankt voor het boek.

Later stuurt Inge hem een mail, ze wil de thema’s die behandeld hadden moeten worden nogmaals uitspreken: ‘Nu je over onze ontmoeting wilt schrijven “moet” ik die thema’s met je delen. Mijn ervaringen rondom :1. Thuis ben je…  (Direct na de dood van “mijn” lief was de auto het overgebleven huis, onderweg zijn, thuis…) 2. Moeder-Kind… 3. Sterk-Zwak… Een twee drie, ’t is de twinkel die ik zie…’
Ze geeft aan het prettig te vinden als de Mensendokter haar in het oosten van het land opzoekt. Er is een rechtstreekse treinverbinding met Amsterdam en ter plekke wil Inge wel voor taxi spelen, schrijft ze.

Advies: zelf voor taxi spelen, geduldig blijven en Grossman niet verzaken. Vervolgconsult in het oosten van dit land zal nog dit jaar plaatsvinden.

Interesse in een sessie met de Mensendokter? info@arnongrunberg.com