De kwakzalverij rond de jeugdzorg

Kees Kraaijeveld
Illustratie: Bas van der Schot
Het idee dat gemeenten goedkoper werken blijkt een fabeltje, maar de karavaan trekt gewoon verder.

Stel, uw dokter stelt een ingrijpende operatie voor. Of de ingreep positief resultaat heeft, kan ze niet onderbouwen. Onderzoek naar de effecten is nooit gedaan.

En evaluaties van soortgelijke mislukte operaties, negeert de dokter bewust. Zou u de operatie ondergaan? Natuurlijk niet. U zou de dokter aangeven bij de Vereniging tegen de Kwakzalverij. En terecht.

Niet alles wat artsen doen is wetenschappelijk onderbouwd. Toch is hun streven zoveel mogelijk ‘evidence based’ te werken. Het effect van medicatie, operaties en behandelingen móét bewezen effectief zijn, voordat dokters het op hun patiënten uitproberen. Dat vinden we vanzelfsprekend.

Hoe anders is dit voor politici en ambtenaren. Waar het artsenkorps bestaat uit wetenschappelijk verantwoord werkende vaklui met slechts enkele beunende kwakzalvers, is het bij de overheidsdienaren andersom: een kleine minderheid vecht fanatiek voor evidence based-beleid, terwijl de meerderheid er lustig op los kwakzalft.

Zo maken politici en ambtenaren aan de lopende band beleid waarvan nergens is aangetoond dat het de wereld beter maakt. Ze beschrijven hun beleidsdoelen zo dat achteraf niet bepaald kan worden of ze zijn gehaald. Ze evalueren hun beleid zelden. En áls er onderzoek wordt gedaan, blijven de resultaten veelal onbenut.

Neem bijvoorbeeld de overheveling van de jeugdzorg naar de gemeenten, onderdeel van de drie decentralisaties waar minister van Binnenlandse Zaken Ronald Plasterk verantwoordelijk voor is. De aanname achter deze operatie is dat gemeenten de jeugdzorg beter kunnen organiseren. Onder het motto ‘één gezin, één plan, één regisseur’ worden probleemgezinnen beter geholpen, en nog goedkoper ook.

Of er enig bewijs voor is? Welnee

Klinkt leuk. Maar is hiervoor enig bewijs? Welnee. Volgens jeugdzorgprofessor Ido Weijers, die vorige week op BNR Radio reageerde op de jongste uitwerking van de kabinetsplannen, ontbeert het jeugdzorgbeleid elke vorm van wetenschappelijke onderbouwing.

En bewijs dat er wél is, krijgt geen aandacht. Zo lijkt het mij relevant te kijken naar beleidsevaluaties van eerdere decentralisaties. Zo heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) juist afgelopen week een tussenrapportage opgeleverd over de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

Met de Wmo heeft het Rijk in 2007 al taken overgeheveld naar de gemeenten. Denk aan welzijn, thuiszorg of de aanvraag van een scootmobiel. Ook bij de Wmo was het doel betere voorzieningen voor minder geld.

Of de Wmo het welzijn van de burger heeft verbeterd, vertelt de beleidsevaluatie van het SCP niet. Maar de hypothese dat gemeenten het voor minder geld kunnen doen, lijkt effectief ontkracht. Zo gaf ruim tweederde van de gemeenten drie jaar na de invoering van de Wmo veel méér geld uit aan de gedecentraliseerde welzijns­taken dan ze er van het Rijk voor ontvangen. De Wmo mag een bezuiniging zijn voor het Rijk, voor de meeste gemeenten is het een bleeder. Het idee dat gemeenten goedkoper werken, blijkt een fabeltje. Dat zou toch te denken moeten geven.

Maar nee hoor. De karavaan trekt voort. En de Haagse beleidsmolen heeft zelfs een gerenommeerd wetenschapper als Ronald Plasterk weten om te toveren in een beunende kwakzalver.

kees.kraaijeveld@vn.nl

Sluit je nu aan voor slechts €4,99 per maand

Sorry, je hebt op het moment geen toegang tot dit artikel.

Waarschijnlijk heb je een abonnement zonder digitale toegang. Wil je deze content graag lezen, sluit dan snel een abonnement af.

Heb je wél een abonnement met digitale toegang, neem dan contact op met onze klantenservice: 020 – 5518701.