Het beleg van Naarden

Het is hommeles in het historische vestingstadje Naarden. Alle gemeenten met minder dan twintigduizend inwoners moeten binnen twee jaar fuseren, kondigde minister Remkes eind oktober aan. Naarden heeft er zeventienduizend. Toen een fusie met Bussum steeds meer ophanden leek, trokken bezorgde burgers ten strijde. Het Platform Verontruste Burgers Naarden (PVBN) bevecht nu de zelfstandigheid van Naarden. Zijn grootste zorg: de Naardense identiteit. Want Naarden is cultuurhistorisch van onschatbare waarde. En waar in Nederland wonen alle lagen van de bevolking zó gemoedelijk samen?

‘Zeker niet in dat Gooise Bussum,’ zegt Sjoerd Boomsma, voorzitter PVBN. ‘Toen ik daar kwam wonen, heb ik mij echt moeten invechten. Mensen vroegen mij waar ik werkte en woonde. Wanneer ik de straatnaam noemde, wilde men weten in welk déél van de straat ik dan woonde. Want je hebt een goed en een slecht gedeelte.’ Na zeven jaar vluchtte Boomsma naar Naarden, ‘met al dat groen en die kinderspeelplaatsen.’ Hij ziet er de Bussumers al ‘verlekkerd’ naar kijken: ‘Winkels en woningen zullen ze er bouwen, het lijkt wel een machtsovername!’

De PVBN’ers zijn de afgelopen weken de deuren langsgegaan om handtekeningen te verzamelen tegen de fusie. Voor elke Naarder is er een raampamflet: ‘Naarden blijf(t) zelfstandig!’ staat er met inktzwarte letters tegen een gele ondergrond, en op de achterkant enkele argumenten tegen de fusie.

Onzinargumenten, vinden de felle voorstanders. ‘Dat gele schotschrift’ van die ‘wonderlijke conservatieve groepering’ is ‘lariekoek’, schrijven zij op www.burgerbelangnaarden.nl. ‘Suf gezwets’, ‘gegrond op populistische angstsentimenten’. Volgens voorstander Schimmelpenninck is de Naarder niet bepaald betrokken bij zijn gemeente: ‘De Naarder is vooral betrokken bij de uitbouw van zijn keuken en zijn drie auto’s.’ Niet alleen het digitale debat is vurig, ook op de markt komt het tot vijandelijkheden. ‘Die woedende voorstanders schelden ons daar gewoon uit,’ zegt Boomsma verontwaardigd.

Volgens de burgemeester van Naarden, Peter Rehwinkel, is de kwestie eenvoudig: de provincie vindt een fusie noodzakelijk, dus die komt er. Het college van B&W heeft afgelopen vrijdag ‘de G4’ voorgesteld, een fusie met Bussum, Muiden en Weesp. Desalniettemin waardeert Rehwinkel de hartstocht van het PVBN. ‘Ik zal ze bij de fusie betrekken, dan kunnen ze helpen de Naardense identiteit te behouden.’ Maar het PVBN heeft zelf al een plan klaarliggen. ‘De Naardense politiek neemt de burgers niet serieus,’ zegt Boomsma. ‘De fusie wordt ons opgelegd.’ En dus is er volgens hem maar één oplossing om invloed uit te oefenen: een nieuwe politieke partij oprichten. De Partij voor het behoud van Naarden zal spoedig spreken.

Carolina Lo Galbo

Heimwee naar Ayaan

De jonge vrouw die aan gespreksleider Pieter Hilhorst vertelde dat Nederland zo saai was zonder Ayaan Hirsi Ali, moest duidelijk iets overwinnen. Ze heette zelf ook Ayaan, was Somalische en had zich soms dood geërgerd aan de ferme uitspraken van haar naamgenote. ‘Toch mis ik haar,’ zei ze verlegen. ‘Tijdens de verkiezingscampagne had niemand het over integratie. Zonder Ayaan is dat debat helemaal verstomd.’ Moslims vatten haar uitspraken veel te persoonlijk op, vond deze Ayaan. ‘Als ik aan mijn familie zou vertellen dat ik het jammer vind dat Ayaan Hirsi Ali weg is, zouden ze me vragen of ik wel goed bij mijn hoofd ben. Je moet als moslim positie kiezen als het om Ayaan gaat. Steun aan Ayaan betekent verraad.’

Aanleiding voor de samenkomst in De Rode Hoed afgelopen zondag, was het verschijnen van De orkaan Ayaan, geschreven door Volkskrant-journalisten Sara Berkeljon en Hans Wansink. Een debat gewijd aan de erfenis van Ayaan Hirsi Ali. Had ze het land goed gedaan? Of juist niet?

Het panel, Afshin Ellian, jurist en publicist, Fatima Elatik, PvdA-politica, schrijfster Nahed Salim en GroenLinks-Kamerlid Naïma Azough, oordeelde verdeeld over de erfenis van Ayaan. ‘Ze was te provocerend,’ zei Azough. ‘Ze heeft Nederland op de Europese kaart gezet,’ meende Ellian juist. Terwijl het wat oudere, voornamelijk Nederlandse publiek vooral vond dat Hirsi Ali belangrijke taboes doorbroken heeft. Politicoloog Jos de Beus noemde het opmerkelijk dat er sinds haar vertrek nauwelijks meer over haar wordt gesproken. Werd de omstreden Ayaan dan helemaal niet gemist? ‘Rutte zwijgt over haar, net als Verdonk,’ merkte De Beus op. Hij hoopte vurig dat iemand anders haar rol alsnog zal overnemen. ‘De uitspraken van Donner over de sharia vielen zonder Ayaan in het luchtledige.’

Voor de meeste Rode Hoed-bezoekers was het echt een middagje uit. Eerst was er koffie met een kerstkransje in de foyer, daarna gezellig luisteren in de voormalige schuilkerk met een borreltje na.

Toch een beetje raar, een middag over ‘het fenomeen’ Hirsi Ali, zonder dat ze er zelf bij was. Het gaat goed met haar, vertelde haar uitgever Tilly Hermans, die al meer dan vijftigduizend exemplaren van haar autobiografie Mijn vrijheid verkocht. Binnenkort verschijnt ook nog eens de Amerikaanse editie. Ze werkt heel hard en heeft voorlopig geen plannen om even naar Nederland te komen, vertelde haar voormalige medewerkster Ingrid Pouw. ‘Ayaan voelt zich helemaal thuis in Amerika.’

Margalith Kleijwegt

Alles is literatuur

Boodschappenlijstjes die zijn achtergelaten in mandjes van de supermarkt. De gebruiksaanwijzing van de dvd-speler. De ingrediënten op een pak sinaasappelsap. Volgens de neerlandicus Johan Sonnenschein kan alles literatuur zijn. Ook de straatnamen van Almere. Hij vouwt de stadsplattegrond open, ‘van Falk, schaal 1:125.000’ en neemt zijn publiek mee kriskras de wijken door. In het noorden langs Aan de koers, Lijzijde, Land in zicht en Voor anker. Dan, ‘hoe kómen ze erop’: Het Realiteitspad. Een park dat Het Spanningsveld heet. Zo komen we in de stripheldenwijk: de Pa Pinkelmanstraat, de Bommellaan, de Joostlaan. We zien de Duckbuurt, waarbij Kwik, Kwek en Kwak opvallend ontbreken. Aan de Kuifjestraat grenst het Bobbyplantsoentje. De kracht van zijn betoog zit in de opsomming waar geen eind aan lijkt te komen. ‘En de weg naar een voetbalveld heet Competitiepad,’ zegt hij. ‘Almere staat op eenzame hoogte als het gaat om absurdistische naamgevingen. Maar het maakt een opgelegde indruk, hier is benoemd zonder enige vorm van hiërarchie.’ Dat maakt het bizar.

Het publiek in de zaal van het Amsterdamse Literair Podium Perdu, gespecialiseerd in poëzie, hangt aan zijn lippen. Deze avond staat in het teken van de omgevingsliteratuur. Zo genoemd door de Oulipo-groep (Ouvroir de Littérature Potentiëlle), in 1972 opgericht. Oulipo bestudeert niet-literaire teksten. In Perdu lezen Nederlandse dichters, schrijvers en literatuurtheoretici teksten naar keuze voor uit ‘de derde sector’ – de eerste is, volgens Oulipo, hoog-literair werk, de tweede ontspanningsliteratuur. Daar is natuurlijk K. Schippers, een van de voormannen van Barbarber, ‘tijdschrift voor teksten’ dat tot 1971 bestond. Ook Barbarber wilde elk onderscheid tussen kunst en werkelijkheid, tussen het poëtische en het banale opheffen. Het blad drukte onder meer ready mades af. Schippers vertelt over de onlangs overleden antiquaar Pier Rienks. In veel boeken die hem werden aangeboden zat nog wat. Dat verzamelde hij: ‘Een doos vol schatten. De inhoud sloeg álles: voedselbonnen, de waslijst van het Imperial Hotel in Tokio, strafregels, menu’s.’

Barbarber begon die teksten te publiceren. ‘Steeds vond je de rest van een gebeurtenis.’ Hij leest er een aantal voor, tot genoegen van de toehoorders. ‘Ready mades,’ zegt hij, ‘hebben nooit een status gekregen. Er zit altijd iets stugs in. Het zijn teksten, lijstjes waar je ogen maar even over dwalen, dan leg je ze weer weg. Van sommige woorden ontgaat je de betekenis: als een voorwerp onder een laken.’

En Almere? Sonnenschein: ‘Neem eens een kijkje. Of koop althans de kaart – een ready made.’

Martje Breedt Bruyn

Bier, bloedworst en Bouterse

Vol verwachting stromen de bezoekers toe. Met duizenden tegelijk. Alsof ze op weg zijn naar een van de zeldzame interlands van het nationale voetbalteam. Volop bier, bara’s en bloedworst te koop in de tientallen kraampjes. Het mag dan de officiële afsluiting van de partijverkiezingen zijn, vanavond is het vooral feest. Het voorprogramma is al in volle gang. Een Chinese drakendans, kaseko-muziek en een Javaans bandje, afgewisseld door snoeiharde hits van Papa Touwtjie. Het publiek verwacht vooral antwoord op de vraag hoe het met de leider gaat. Wat is er waar van de geruchten over zijn ziekte?

Eerst een intimiderende peptalk van een in militair uniform gestoken parlementariër en een lange, weinig bevlogen toespraak van bestuurslid Jenny Geerlings-Simons. Wanneer Simons het roer overneemt, is de kans groot dat de Nationale Democratische Partij eindelijk tot de regering toetreedt. Met haar valt immers best te praten, terwijl ‘Baas’ elke toenadering bij voorbaat onmogelijk maakt.

Maar waar blijft hij? De speaker zweept iedereen op om nog harder te schreeuwen. De muziek zwelt aan, de rookmachines gaan vol open. Boven het podium drentelen bodyguards nerveus heen en weer. Dan het grote moment. Geflankeerd door in traditionele klederdracht uitgedoste jongeren komt Desire Delano Bouterse te voorschijn. De partijleider incasseert glimmend van trots de staande ovatie. Een subtiele shuffle vanuit de heupen en talloze vrouwen zetten het op een krijsen.

Eerst een applaus voor de commissie 9 december voor de vlekkeloze organisatie van deze meeting. Stom toeval, die datum, maar het zijn anderen die daar wakker van liggen. Dan gaan de felicitaties uit naar herkozen staatsmannen in de regio: Chávez, Lula, Morales en zelfs Ortega. Volgt een uitvoerig betoog over het 8 decemberproces. Conclusie: het is een politiek ding, waar niemand op zit te wachten. Een waarheidscommissie zou beter zijn voor het land, of liever nog, algehele amnestie.

Dan de toestand in de wereld. Armoede, de triljoenenschuld van ontwikkelingslanden, buitenlandse ondernemers die met de Surinaamse bodemschatten aan de haal gaan. En wat doet Venetiaan? Niets. Daar is hij niet eens toe in staat. Tot grote hilariteit imiteert Bouterse de verre van soepele motoriek van de president. Ook andere machtsbeluste en corrupte politici uit de regering krijgen ervan langs. Dan komt Bouterse met een verrassing: hij roept op tot de vorming van een nationaal kabinet. Zijn partij heeft er genoeg kennis en menskracht voor in huis. Nee, zelf hoeft hij niet zo nodig. Hij blijft liever partijleider.

Het publiek wordt er niet warm van. De literflessen bier gaan nog eens rond. De belangrijkste boodschap is allang overgekomen: aan hun leider mankeert helemaal niets. Straks kunnen ze met een gerust hart gaan slapen.

Diederik Samwel