Ballet Russe

Omdat ik alcoholist ben, heb ik geen kater meer. Toch kwam de sambuca op het witbier en de witte wijn op vrijdagnacht in Club Diaghilev hard aan. Zo loop ik – zonder kater, maar stroef – op zaterdagmorgen naar de metro, op weg naar de revolutie. Het is mooi weer. Vogels zingen. Er wordt op parkbankjes – ondanks het vroege uur – door paartjes gevreeën. Een vredige stad, Moskou. Maar mijn plicht roept. Ik duik de metro in. Ook hier wordt gevoosd. De lente. De hormonen. Ik weet wat ik aanstonds te zien krijg. Zeven minuten later kom ik bij station Tverskaja weer uit de buik der aarde omhoog. En word op mijn wenken bediend. ‘Mooi revolutieweer!’ grijnst mijn Britse tv-collega. Ik heb toch best wat oorlog hier meegemaakt. Maar de diversiteit van de Russische Spetsnaz-troepen verbaast me telkens weer. Ik bekijk de gezichten: bange blikken onder de helmen. Maar ook ogen die bij voorbaat glinsteren van het aanstaande genot. Ze hebben een vrijbrief. Wat vroeger niet mocht (het meppen op de medemens) is ineens verheven tot vaderlandse plicht. Aan de overkant van de straat staat de Putin Jugend, met vlaggen: ‘Vuile harde-valutahoeren. Jullie willen ons land naar de kloten helpen!’ Maar het handjevol dappere Russen en Russinnen dat ik voor me zie – in de zee van paramilitairen – zijn merendeels beschaafde lieden. Het type oude SDAP. Iemand roept: ‘Ik ben voor de democratie!’ Knuppels belanden in zijn nieren, een vuistslag in zijn gezicht – en weg is hij. In een arrestantenwagen uit het museum. Ik hoor ineens afschuwelijke kreten. Een siddering trekt door de massa. Iedereen begint te rennen. Een falanx groene stoottroepen trekt op. In hun kielzog bleke soldaatjes en blauwe OMON-eenheden. Het is rennen om het rennen. Diaghilev – niet de nachtclub, maar de vader van het Ballet Russe – zou zijn vingers erbij hebben afgelikt. Een inspiratiebron. Dan is alles ineens voorbij. Mijn Britse collega zegt: ‘Ik ga monteren!’ Terug bij mijn metrostation fluiten de vogels nog steeds. ’s Avonds ben ik wederom in de stad. Ik vraag een blondine in een naveltruitje wat ze vond van de protestmars. ‘Protestmars?’ Het lieve kind heeft geen idee. Mijn collega belt op: Londen was zwaar onder de indruk. Het materiaal werd nu uitgestraald over de wereld. Ik zie de nachtelijke straat voor me – geil en vibrerend als Rio. Maar in Londen, Parijs, New York en Amsterdam wordt te Moskou nog steeds keihard op de medemens ingeslagen.

Pieter Waterdrinker

Op bezoek bij Barbra Streisand

Barbra Streisand, de perfecte gastvrouw, geeft ons een snelle tour door een hele reeks kamers met uitzicht op de Stille Oceaan. Zo krijgen we te zien waar in de woonkamer precies de filmprojector uit het plafond komt en horen we uit welke collectie de American Art-schilderijen afkomstig zijn.

Een steile klif à la Pointe-Du-Hoc uit The Longest Day scheidt het huis van de Stille Oceaan die zich honderd meter beneden het terras uitstrekt. Beneden op het strand liggen gekleurde kayaks tegen de rotsen.

La Streisand, Amerika’s meest in het oog springende ‘liberal political activist’, geeft een fundraiser voor de Democratische Partij bij haar thuis. Al anti-Bush toen dat nog niet ‘in’ was, trekt ze regelmatig van leer tegen alles wat Republikeins is. ‘Shut the fuck up’ was afgelopen oktober nog haar advies aan een vervelende ordeverstoorder die tijdens een Madison Square Garden concert haar Bush-grapjes bleef verstoren.

Koning van de smooth jazz Kenny G. is Babs’ buurman en kwam vanavond gewoon even langs. Na de gebruikelijke melige kinderpraat volgt de zoveelste bevestiging dat Europa voor Amerikanen zo langzamerhand geen rol meer speelt. ‘Ik ga niet meer naar het North Sea Jazz. Ze betalen te weinig,’ verklaart hij. ‘Vroeger ging ik ieder jaar, tegenwoordig maak ik twee keer per jaar een trip naar Azië. They love me there.’ Zijn zwoele saxofoongebubbel verkocht al achtenveertig miljoen platen. En terwijl de stevige Melissa Etheridge de hand schudt van de piepkleine Desperate Housewife Eva Longoria kijkt Dick Van Dyke glimlachend toe.

Gasten tijdens fundraisers praten het liefst… over fundraisers. De meeste koppels betalen vijftigduizend dollar en zitten dus goed in het onderwerp. Ervaringen hoe het was om presidentieel kandidaat Barack of Hillary zelf te ontmoeten, worden nonchalant uitgewisseld. Obama’s vijfentwintig miljoen in het eerste kwartaal van dit jaar wordt met eerbied besproken. ‘Zomaar uit het niets, zonder netwerk en ondanks zware concurrentie van Hillary’s geoliede machine!’ De dames en heren vinden het heel wat.

De aanwezigen komen niet alleen bijeen ter Democratische steun. Ze zijn hier ‘to mingle’. Alan Horn, de baas van Warner Bros., praat met Norman Lear over de originele Declaration of Independence, waarvan Lear de eigenaar is. Ikzelf zit naast J.J. Abrams, bedenker van de tv-serie Lost en regisseur van Mission Impossible III, die net een vijfjarig contract met Paramount en Warner afsloot ter waarde van vijfenvijftig miljoen. Zijn vrouw zet zich in voor John Edwards. En terwijl de honderdtwintig genodigden de Democratische Congressionele partijkas 1,3 miljoen dollar dichter naar het winnen van de verkiezingen van 2008 duwen wordt weer eens duidelijk waarom de rijken can have it all: hun rijkdom stelt ze in staat geen keuze te hoeven maken: ze investeren gewoon in álle kandidaten.

Michiel Vos

Hiddink en Poesjkin

De beroemdste Russische dichter Alexandr Poesjkin liet in 1837 het leven in een duel. Honderd jaar later, in boekhandel Pegasus aan het Singel in Amsterdam, vertelt Genna Sosonko, ‘schaakgrootmeester en grootschrijver’, een mop die speelt in 1937. Dat jaar was de Stalin-terreur op zijn hevigst, ‘Stalin was méér dan God’. Poesjkin is honderd jaar dood en er is een concours voor een monument voor de geliefde dichter. Sosonko: ‘De derde prijs is voor een ontwerp dat Poesjkin voorstelt met een boek van Stalin in zijn hand. De tweede prijs gaat naar een beeld dat Stalin voorstelt die een boek van Poesjkin in zijn hand houdt. De eerste prijs gaat unaniem naar een monument waarin Stalin een boek van Stalin omhoog houdt.’

Sosonko vertelde de grap bij een bijzondere gelegenheid. Hij presenteerde het vierde deel van de lyriek van Poesjkin, in de vertaling van Hans Boland. Nu is de volledige lyriek van ‘de Russische zon’ voor de Nederlandse lezer toegankelijk. Een bijzondere klus, vertelt Bolands uitgever De Papieren Tijger, want alleen in het Engels is de complete lyriek in vertaling beschikbaar, maar daar kwamen zesenveertig vertalers aan te pas. Hij heeft het dan ook over een ‘wereldprimeur’. Bovendien, meldde de uitgever, kun je Poesjkins verzameld werk in Groot-Brittannië alleen in zijn geheel aanschaffen, voor 485 pond. Bij De Tijger is ieder deel – er volgen er nog vijf – apart verkrijgbaar.

De uitgever is trots en vertelt over de connecties tussen Nederland en Rusland: Peter de Grote natuurlijk, Guus Hiddink, de Hermitage aan de Amstel. Maar ook Poesjkin zelf had een band met Nederland: hij werd bij dat duel in 1837 gedood door de aangenomen zoon van de Nederlandse gezant, d’Anthès. Die had het gemunt op Poesjkins knappe vrouw, maar als diplomaat mocht de gezant niet zelf duelleren.

Tijdens de presentatie van Bolands vierde deel lyriek zijn er hapjes, waaronder veel lange repen augurk. Er moet iets Russisch bij.

‘Bij de honderdste sterfdag van Poesjkin,’ vertelde de geboren Rus Genna Sosonko, ‘richtte de Russische gemeente in Californië een monument op voor Poesjkin. Het stelt het duel voor tussen de dichter en d’Anthès. Ze hebben het keurig gedaan, maar helaas werd niet het goede materiaal gebruikt. De figuur van Poesjkin is afgebrokkeld. Als je nu gaat kijken, zie je alleen d’Anthès, die op niemand staat te mikken.’

Martje Breedt Bruyn

Sjamaan in de kelder

Het New Yorkse Chelsea Hotel was lang een Mekka voor bohémiens. Troubadour Leonard Cohen bezong zijn seksuele escapades in het hotel en Sid Vicious werd een punkmartelaar toen hij er een overdosis nam. Die wilde jaren zijn voorbij. New York is netjes geworden, het hotel ook. Patti Smith presenteerde haar nieuwe album Twelve in de kelder, inmiddels een chique lounge.

Patti Smith debuteerde in 1975 met het album Horses, vier jaar nadat ze in de St. Marks-kerk in de East Village haar gedichten voordroeg onder gitaarbegeleiding van Lenny Kaye. Dat New York met zijn lege ruimten waar alles mogelijk was, bestaat niet meer. Downtown, ooit speeltuin van punk en avant-garde, is nu overspoeld door bankiers. Geld heeft de stad conservatief gemaakt. Zelfs de hipsters houden nauwlettend bij elkaar in de gaten of ze wel de juiste ironische snorren laten groeien en zich in de juiste achterbuurten van Oost-Brooklyn vestigen.

Patti Smith besprong het minuscule podium van de lounge om een paar nummers te spelen. Twelve bestaat uit twaalf covers waaruit eerder een voorliefde voor mooie melodieën spreekt dan de ziedende rebellie die haar de hogepriesteres van de punk maakte. Die uit zich nu in de eigenzinnige keuze van nummers zoals Paul Simons The Boy In The Bubble, met de voormalige Black Crowes-gitarist Rich Robinson op dulcimer en haar dochter Jesse als achtergrondzangeres. Ze speelt Nirvana’s Smells Like Teen Spirit als een bluegrass-nummer, met toneelschrijver/acteur en voormalige vlam Sam Shephard en diens zoon Walker op banjo.

‘Veel hippe journalisten vroegen me waarom ik dit in godsnaam heb uitgekozen,’ kondigde ze het volgende nummer aan. ‘Nou, omdat ik daar zin in had.’ Vervolgens zong ze een akoestische versie van Tears for Fears’ Everybody Wants To Rule The World, de synthi-pop meezinger uit 1985, die op het album wordt ingeleid door Lenny Kayes scheurende gitaar.

Ze zweepte het publiek op met haar sjamanistische uithalen tijdens een unplugged versie van The Doors’ Soul Kitchen dat haar op het lijf geschreven is. Zoon Jackson mompelde nog verschrikt dat ze dit nummer helemaal niet hadden geoefend, tot vermaak van de doorgewinterde muzikanten naast hem op het podium. Welkom in de wereld van de rock ‘n’ roll!

Thessa Mooij