Vroeger, vroeger toen alles beter was en geluk nog heel gewoon, had men nog respect. Respect voor advocaten, respect voor mensen in nood en voor diegenen die door weer en wind naar de supermarkt gaan om mandarijntjes in te slaan. Alleen in de bus, in de trein en in de winkel vind je het nog. Respect.
Ach, de ontroering. Die bak met Twixen naast de deur, kleine voeten op het grindpad, het geluid van de deurbel, die blozende gezichtjes, van onder verlicht door waxinelichtje in een beschilderd en beplakt melkpak. En dat alles in het licht van Sint Maarten de barmhartige, die de helft van zijn mantel afstond aan een bibberende bedelaar en zich vervolgens uit bescheidenheid verstopte in het ganzenhok.
‘Yo, buurman. Alles goed, alles relax? Elf november is de dag, da-hat mijn lichtje, da-hat mijn lichtje… Eh. Whatever.’
‘Wat mooi! Alsjeblieft, jongens.’
‘Een mandarijn? For real? Wat de fuck, buurman.’
Nee, daar komen ze niet mee weg. In ieder geval niet bij Peter-Jan Margry, onderzoeker bij het Meertens instituut. ‘Niet als ze twee regels opzeggen of een bekend lied zingen’, zegt hij. ‘Als horende partij voel ik me toch verantwoordelijk voor kwaliteitshandhaving.’
En de kwaliteit moet flink gehandhaafd. En snel. Nederland lijdt aan liedarmoede, stelt de onderzoeker. ‘Ze kennen maar enkele liederen en raffelen ze af.’ Het is gemakzucht, vindt Margry. Foei, want Sint Maarten gaat over sociale zorg, over heiligen die delen met de armen. Als kind moet je iets doen en daar krijg je iets voor terug.
Respectloos, de jeugd van tegenwoordig. En dat ligt allemaal aan de tijd die ze ‘op straat’ doorbrengen, stelt het CBS. Zij publiceerde gisteren cijfers waaruit blijkt dat de rest van ons (volwassenen) juist steeds respectvoller met elkaar omgaan.
‘Overal is meer respect’, kopt De Telegraaf. Overal! Op straat, in de bus, in de trein, in de winkel en in contact met de politie of de belastingdienst voelen we ons prima de luxe bejegend, zeker vergeleken met zeven jaar terug.

Gisteren werd de redactie van Advocatie.nl (‘de Telegraaf van de vakliteratuur’) getipt door een mannelijke (ja, het stond er) reaguurder. Hij vond dat de foto’s op de website van advocatenbureau Van Essen meer op hun plaats bij een escortbureau. ‘Ze noemen zich topadvocaten, maar ik vind dit toch wel óver de top. Het is ontdaan van alles wat met de advocatuur te maken heeft en het heeft nu meer weg van een euhhh … een madam in een bordeel. Maar misschien is dat vrouwonvriendelijk?’
‘Waar haalt hij de tijd vandaan?’, vraagt Marielle van Essen zich af. ‘Wij zitten hier met zes dames die zich dagelijks helemaal het schompes werken voor onze cliënten – en dat zijn géén escortklanten.’ Niet lullen, maar poetsen, zegt de advocate. ‘Ik lach erom. En ach, het is waait wel weer over.’
Een kanttekening van het CBS: ‘Respectloos gedrag in de privésfeer, dus door familie, partner of vrienden, is niet afgenomen.’ Voeg daar collega’s aan toe. Au. Dat is niet overal.
‘Misschien wordt de samenleving toch gewoon een stukje vriendelijker,’ zegt een CBS-woordvoerder. In de bus dan, vergeet ze te zeggen. Of in de Haagse wijk Bezuidenhout, waar men elkaar uit respect verdringt voor een bus met asielzoekers.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.