De nieuwe roman van David Mitchell is verbeeldingsrijk en origineel. Zijn magische kant nemen we op de koop toe.

Je kunt je afvragen welke lezer níét aan zijn trekken komt in David Mitchells The Bone Clocks. Zijn roman bestaat uit zes verhalen die in een andere tijd gesitueerd zijn. The Bone Clocks als geheel beslaat aldus de periode 1984-2043. Ook zwiert de lezer, langs lijnen van de thematisch verbonden verhalen, over de aardbol: van Engeland via Zwitserland, Irak, Australië en New York naar Ierland. Dat is vintage Mitchell: hij is geen schrijver die zich laat begrenzen door de wetten van tijd en ruimte.

Illustratie: Siegfried Woldhek
Illustratie: Siegfried Woldhek

Waar het mij om gaat, is dat hij eigenlijk zes verschillende romans schrijft in The Bone Clocks. In verschillende genres. Op die manier komt zowel de lezer van Stephen King als die van Graham Greene of Martin Amis aan zijn trekken. Voor elk wat wils.
Mitchell (1969) is een virtuoze schrijver, ook dat wisten we. Zijn uitwaaierende virtuositeit beteugelen, al die verbeeldingsrijke verhalen zodanig dresseren dat ze binnen de kaften van de roman een organische eenheid vormen, is zijn probleem. Was dat nog een pijnpuntje in zijn vorige roman The Thousand Autumns of Jacob de Zoet, met The Bone Clocks heeft hij dat overwonnen. Ook al kent deze grote roman vijf hoofdpersonen, het centrale personage in al die novellen-onder-de-kap van-de-roman is Holly Sykes. We ontmoeten haar in 1984, midden in de stakingsmiserie in Engeland, als vijftienjarige wegloopster van huis, en nemen afscheid van haar in het Ierland van 2043, zwaar getroffen door de klimaatverandering. Ze is dan een wijze oma.
Er is meer dat de roman bijeenhoudt. Zo trakteert Mitchell zijn trouwe lezers op een weerzien met eerdere personages uit zijn romans. Onder wie Dr. Marinus uit The Thousand Autumns of Jacob de Zoet, Luisa Rey en Timothy Cavendish uit Cloud Atlas, en mijn favoriet Hugo Lamb uit Black Swan Green.

Mitchell heeft nog meer convergerende verteltrucs in petto: zo kent The Bone Clocks dezelfde compositie als het eveneens uit zes novellen bestaande Cloud Atlas. Wat ook goed werkt: in het vierde deel van The Bone Clocks, getiteld ‘Crispin Hershey’s Lonely Planet’, krijgt de schrijver Crispin Hershey (gemodelleerd naar Martin Amis) behoorlijk vernietigende kritiek op zijn boek. Dezelfde kritiek die mogelijk is op The Bone Clocks, dat we op dat moment in handen hebben: ‘A book can’t be half-fantasy any more than a woman can be half-pregnant.’ Slim gedaan, want al wordt die kritiek niet gepareerd, toch laat Mitchell daarmee zien dat hij die kon voorzien en dat hij nochtans, willens en wetens, The Bone Clocks publiceerde, op zíjn voorwaarden.

De hel van Fallujah
Die liegen er niet om. De vraag die ik in het begin stelde, kun je makkelijk beantwoorden, want ook al is in alle zes novellen in The Bone Clocks een meer of minder grote rol ingeruimd voor het bovennatuurlijke, iedere lezer vindt wel een verhaal van zijn gading in Mitchells romanmozaïek.
Of het nu het jarentachtig-verhaal van Holly is, die teleurgesteld in de liefde wegloopt naar the swamps en kleurrijke types ontmoet, of het schitterende jarennegentig-verhaal van de amorele Cambridge-student Hugo Lamb, die al feestvierend in Zwitserland een faustiaans pact sluit met verwende adellijke, corporale bengels. Of het verhaal van begin deze eeuw, over de oorlogscorrespondent (en Holly’s echtgenoot) Ed Brubeck, die wordt verscheurd door de keuze tussen zijn Engelse gezinsbestaan en de loyaliteit aan zijn gestorven collega’s in de hel van Fallujah.
Of de hyperbolisch geschreven satire met het aartsprovocatieve enfant terrible Crispin Hershey die het literaire milieu bijtend beziet. Of het apocalyptische fantasy-verhaal in 2025 waarin de eindstrijd plaatsvindt van de honderdjarige oorlog tussen supranormale wezens: enerzijds de goede ‘Horologists’, anderzijds de slechte ‘Anchorites’. Of het new age-achtige sluitstuk in 2043, waarin de mensheid veel rampen voor de kiezen blijkt te hebben gekregen.

Ik ken zulk onderhoudend vertelmateriaal maar al te goed uit superhelden/mutanten/vampiers-films en uit pulplectuur

Zoals misschien al uit bovenstaande samenvatting blijkt, heb ik ook zo mijn voorkeuren: voor Holly’s jarentachtig-verhaal, voor de satire rond Crispin, en vooral voor Hugo’s verhaal. In dat laatste komt het verbindende thema van The Bone Clocks het sterkst tot uiting: de tijd. De intelligente Hugo is zich bewust van het voortschrijden van de uiteindelijk alles vernietigende tijd. Als hij naar een demente oude man kijkt, ziet hij zijn eigen lot weerspiegeld: ‘I’m looking down time’s telescope at myself.’ Hij heeft de keuze tussen zijn liefde voor Holly – die op den duur zal slinken, weet hij – of de onsterfelijkheid door een faustiaans pact met het Kwaad. Hij kiest voor het eeuwige leven: ‘I almost smile. Faust tends not to have a happy ending. (…) When push comes to shove, what’s Faust without his pact? Nothing. No one. We’d never have heard of him.’ Onverwacht, in het voorlaatste hoofdstuk, weet Hugo nog boven zichzelf uit te stijgen, zoals Severus Sneep in de Harry Potter-reeks.

Eeuwige jeugd
Wie al steigert bij Potter krijgt het nog zwaarder te stellen in The Bone Clocks. Mitchells romans erkennen meestal een magische dimensie, reïncarnatie kwam al voor in zijn debuut Ghostwritten (1999).
The Bone Clocks spant wat dat betreft de kroon: ‘Portals appear in thin air. People have pause buttons’. Zo is Holly behept met ‘the cluas faoi rún’ (het ‘geheime oor’, ze hoort ‘stemmen’). Komt daarbij dat die goedmoedige ‘Horologists’ reïncarneren in lichamen na de dood. En de ‘Anchorites’ – voluit: ‘the Anchorites of the Dusk Chapel of the Thomasite Monastery of Sidelhorn Pass’ – bewerkstelligen het overleven van de groep ‘by inducting its members into the Psychosoterica of the Shaded Way’. Oftewel: ze verkrijgen eeuwige jeugd en onsterfelijkheid door de ziel op te slorpen van kinderen en tieners met bijzondere ‘psychic abilities’.
Ik ken zulk onderhoudend vertelmateriaal maar al te goed uit superhelden/mutanten/vampiers-films en uit pulplectuur. Zo lijken die Anchorites verdacht veel op de in campers rondtrekkende bejaardenclub ‘the True Knot’ in Stephen Kings Doctor Sleep. Niks op tegen. Maar bij King en vooral zijn veel rauwere zoon Joe Hill krijg je ‘het echte ding’, waarachtig gebracht. Bij Mitchells literaire incorporatie van zulke low culture-elementen heb ik het gevoel dat ik een pastiche lees. Niet best voor the willing suspension of disbelief.
Is dat een zwaarwegend bezwaar? Mwah. Zijn new age-kant is nog minder aan mij besteed. Wat de doorslag geeft, is dat Mitchell een knappe, verbeeldingsrijke, onbegrensde, originele roman schreef.

Deze week verschijnt de vertaling ‘Tijdmeters’ van David Mitchell bij uitgeverij Nieuw Amsterdam