In 2004 verscheen het rapport ‘Op zoek naar normen voor het handelen van artsen bij vragen om hulp bij levensbeëeindiging in geval van lijden aan het leven’. Dit rapport kwam tot stand onder voorzitterschap van emeritus-hoogleraar klinische psychologie Jos Dijkhuis en was het resultaat van onderzoek dat op verzoek van artsenorganisatie KNMG was verricht. Aanleiding hiervoor was de kwestie Brongersma, waarbij huisarts Flip Sutorius in 2002 door de Hoge Raad werd veroordeeld voor hulp bij zelfdoding zonder straf.
De commissie-Dijkhuis stelt dat ‘het’ deskundigheidsgebied van de arts niet bestaat. ‘Daarom kunnen situaties van ‘lijden aan het leven’ niet per definitie binnen of buiten het medisch-professioneel domein worden geplaatst.’ Ze beveelt aan de deskundigheid op dit gebied verder te ontwikkelen, en doet daarbij een profetische uitspraak: ‘Ontwikkeling van die deskundigheid is van groot belang om een adequaat (hulpverlenings-)aanbod te kunnen formuleren voor de naar verwachting toenemende groep ouderen die in de toekomst hulp zal vragen in verband met “lijden aan het leven”.’
De commissie roept de KNMG daarom onder meer op om (1) ‘binnen de beroepsgroep de voortgang van de discussie te bevorderen’, en (2) ‘zich in te zetten voor de versterking van de specifiek bij deze problematiek benodigde deskundigheid, en de ontwikkeling van specifieke ondersteunings- en consultatiemogelijkheden voor artsen te stimuleren’.
Dijkhuis, de voorzitter van destijds, laat weten ‘geen behoefte te hebben’ op het Burgerinitiatief Voltooid Leven te reageren. Ethica Inez de Beaufort (Erasmus MC Rotterdam), die als lid aan de commissie deelnam, doet dat wel: ‘Ik ga zeker tekenen. Ik vind het heel goed dat de motieven van mensen worden getoetst, om zo uit te sluiten dat sprake is van een opwelling, of van problemen die wellicht nog behandelbaar zijn, zoals bijvoorbeeld een depressie. Of dat mensen onder druk worden gezet.’
De Beaufort vindt dat begeleiding van professionele derden nodig is omdat mensen de kennis en de middelen niet hebben om hun eigen dood goed te regelen. ‘Ik begrijp dat het voor artsen indruist tegen hun doktersgevoel, zeker als het medisch lijden niet voorop staat. Maar zuiver medisch lijden bestaat niet. Destijds zeiden we ook al dat er geen zuivere grens is tussen medisch en existentieel lijden. Lijden is tot op zeker hoogte altijd ook geestelijk. Zelfs bij terminale kankerpatiënten.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.