Staan ‘mopsvaders’ en ‘mopsmoeders’ weleens stil bij het leed dat mopshonden doormaken, vraagt columnist Amarens Eggeraat zich af.
Dit weekend is er in Amsterdam een tijdelijk mopshondjescafé, waar mopshondbezitters (“mopsouders”) en fanatieke liefhebbers elkaar kunnen ontmoeten. Het initiatief, geïnspireerd door pop-up pug café’s in Engeland, is lyrisch ontvangen. ‘Knuffel met zestig mopshondjes tegelijk’, kopte Het Parool, alsof je er een bad kunt nemen in zachte huidplooien. De toeloop op de kaartjes was zo groot, dat de organisator zo’n zevenhonderd mopshondfans heeft moeten teleurstellen.
Het mopsje is al eeuwen een modieus en populair huisdier, en afgaand op het gigantische aanbod aan pug merchandise groeit die populariteit. Vreemd is dat niet. Alleen al het woord ‘mopshondje’ klinkt zo lief dat je het onmogelijk uit kunt spreken zonder een beetje weeïg te worden. Met hun grote verwarde ogen en plooiende huid doen ze een beetje denken aan mensenbaby’s die net ontwaken uit een middagslaapje.
Langzamerhand groeit echter ook de aandacht voor de duistere kanten van het mopshondenbestaan. Want precies de eigenschappen die het mopshondje zo leuk maken, kunnen ook de oorzaak zijn van allerlei gezondsheidsproblemen. Elke mopshond krijgt last van de ademhalingsproblemen die horen bij het Brachycephaal Obstructief Syndroom; een aandoening die verergerd wordt door het doorfokken van de hondjes. Op warme dagen rochelen ze daardoor als een zware roker met slaapapneu. Trade Me, de Nieuw-Zeelandse Marktplaats, heeft de verkoop van kortsnuitige honden verbannen nadat de Vereniging van Dierenartsen het leven van een mopshond omschreef als ‘de hele dag ademen door een kussen heen’.
Er is geen mens dat nooit hypocriet is. Maar dat mensen hun ogen sluiten voor lijden van hun lievelingsdier, vind ik lastig te begrijpen.
Ook hebben ze eigenlijk te veel tandjes voor zo’n beknopte kaaklijn, waardoor ze kans lopen op tandrot en tandvleesontsteking. En hun uitpuilende oogjes zijn gevoelig voor zweren, want soms kunnen ze niet goed knipperen of is er een stukje plooihuid dat tegen hun hoornvlies schuurt. In een studie naar 1.009 mopshondjes bleek 69 procent ten minste één gezondheidsprobleem te hebben.
Lastig te begrijpen
Het is moeilijk om je overtuigingen altijd te laten rijmen met je handelen. Misschien eet je al jarenlang strikt veganistisch, maar bel je toch de ongediertebestrijding zodra je een muizenkeutel tussen je volkorenrijst vindt. Of je boekt een dure vakantie in een ecodorp (zo eentje waar je de wc zelf moet doorspoelen met eerder gebruikt douchewater en al het servies na een dag vanzelf composteert), maar ga je daar wel per vliegtuig heen. Geen mens is nooit hypocriet en een beetje cognitieve dissonantie is niemand vreemd.

Maar hoe de vele mophondjesliefhebbers hun ogen sluiten voor het lijden van hun lievelingsdier, vind ik lastig te begrijpen. Want de mopshondjesgemeenschap wordt, neem ik aan, juist bijeen gehouden door gedeelde gevoelens van liefde en affectie. Iemand die zich vrijwillig ‘mopsmoeder’ of ‘mopsvader’ laat noemen, die ervoor kiest om de zorg van een scheefgeschapen hondje op zich te nemen of zelfs een crowdfundingsactie organiseert om d’r adoptiemops aan het gehemelte te laten opereren, die moet toch oprecht van zo’n dier houden. En wat betreft het mopshondjescafé: daarvan gaat de opbrengst naar de Hondenbescherming, dus ook de organisator daarvan heeft duidelijk het beste met dieren voor.
Ik vraag me dus af hoe ze in de buurt kunnen zijn van een mopshondje zonder stil te staan bij de miserabele staat waarin het beestje zich bevindt. Elke rasperige zucht die uit zo’n scheef bekje ontsnapt getuigt van een moeizaam leven. Een mopshond is wanhoop op pootjes, een doorgefokt product waar wij onze zorgzame instincten op kunnen botvieren. Wie écht om mopshondjes geeft, spaart ‘m zijn liefde.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.