Hebben propagandatrips voor journalisten effect? ‘Ik heb zelden een lobbyist gezien die zo verbluffend weinig voor elkaar weet te krijgen als het CIDI.’

Zelf ben ik nogal preuts opgevoed. Persreisjes, daar haalde je de neus voor op. En als je al meeging, dan verlangde je van de organisatie een factuur. Opdat je vooral je onafhankelijkheid kon bewaren.

Die nuffigheid kunnen weinig redacties zich meer permitteren. In de reis-, film-, kunst-, en autojournalistiek zijn volledig verzorgde persreizen sowieso heel gebruikelijk. Ook menig buitenlandredacteur ziet er geen been in om op kosten van pakweg de Europese Unie op stap te gaan. Om maar te zwijgen van collega’s die zich laten sponsoren door een ngo teneinde verslag te doen van haar goede werken.

Onder de pakkende kop ‘Een lobby om jaloers op te zijn’ beschreef de krant hoe het CIDI praat met politici, collegereeksen verzorgt, en dus uitstapjes organiseert voor jonge journalisten.Onder de pakkende kop ‘Een lobby om jaloers op te zijn’ beschreef de krant hoe het CIDI praat met politici, collegereeksen verzorgt, en dus uitstapjes organiseert voor jonge journalisten.

Is die gesubsidieerde reislustigheid onderwerp van reflectie binnen het vak? Zelden, kan ik melden. Hier pruttelt eens een ombudsman, daar een mediawetenschapper – en dat is dat.
Des te prijzenswaardiger dat nrc.next afgelopen vrijdag een lang verhaal wijdde aan het thema. Preciezer: aan de wijze waarop het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDl) het instrument gebruikt. Onder de pakkende kop ‘Een lobby om jaloers op te zijn’ beschreef de krant hoe het CIDI praat met politici, collegereeksen verzorgt, en dus uitstapjes organiseert voor jonge journalisten. Prangende vraag: ‘Hebben die persreisjes effect?’

Hoewel de bronnen rijkelijk vaag bleven (‘een Kamerlid’, ‘een voormalig CIDI-medewerker’, ‘deelnemers’, ‘een VVD’er’), ademde het stuk van begin tot einde de zware suggestie dat de club achter de schermen de Nederlandse media op dekselse wijze weet te bespelen.
In een vervolgstukje, diezelfde dag op nrc.nl, lieten enkele kranten haastig weten dat zij hun redacteuren verbieden om aan de reizen van ‘de joodse belangenorganisatie’ deel te nemen. Volgens vakbond NVJ moet iedere journalist ‘goed beseffen’ dat er aldus ‘een vorm van invloed op hem wordt uitgeoefend’. Het zijn wijze woorden. Maar waarom klinken ze juist nu?

‘Ik kan me niet herinneren dat ook maar één vakgenoot principiële bezwaren maakte tegen deze propagandatrips’

In 2012 liet de pro-Palestijnse lobbyorganisatie Palestine Link tien aankomende journalisten overvliegen naar het Midden-Oosten. In 2010 maakten vier Nederlandse publicisten een ‘studiereis’ naar het gebied, gefinancierd door de pro-Palestijnse lobbyorganisatie United Civilians for Peace. De NCRV legde hun avonturen vast, na afloop waren ze graag geziene gasten aan de babbeltafels. Ik kan me niet herinneren dat ook maar één vakgenoot principiële bezwaren maakte tegen deze propagandatrips. Of dat een redactie het nodig vond om er haar beste krachten op te zetten. En dan nog. Natuurlijk tracht het CIDI de media te beïnvloeden. Maar ik heb zelden een lobbyist gezien die zo verbluffend weinig voor elkaar weet te krijgen – sla de kranten van de afgelopen weken er maar op na. Bijna overal figureert Israël als de enige schurkenstaat tussen louter vredelievende naties.

Het maakt het CIDI tot heel veel. Maar uitgerekend niet tot een lobby om op jaloers te zijn.