Kinderen die niet meer spelen? ‘Wij’ een burn-out? Waarom iedereen bezig is te spelen en de wereld mooi is.
Mijn werkkamer kijkt uit op het Prinseneiland en het water dat eromheen stroomt. Nu het zomer is wordt er vaak gezwommen. Kinderen springen gillend van de witte ophaalbrug het water in. Een feestelijk geluid, al dat geplons. Urenlang zijn ze ermee zoet. Weemoedig staar ik ernaar, een tikkeltje jaloers ook, en dan richt ik mijn blik weer plichtsgetrouw op mijn laptop.
Het scherm toont een artikel van Rutger Bregman op De Correspondent. Ik heb die knakker weleens ontmoet, dat was geloof ik tijdens het Eilandfestival in Antwerpen, herfst 2015. Ik werd daar geïnterviewd over mijn roman Een honger, hij zal om een soortgelijke reden ter plaatse zijn geweest. Het liep tegen het einde van de middag en we stonden in de najaarszon bij te komen van onze zware inspanningen, een glas bier erbij en ik denk dat ik toen nog rookte. Het was druk, en zoals het gaat bij zulk soort gelegenheden, raak je telkens in een ander gezelschap verzeild, en dus zat ik ineens midden in een gesprek van die Bregman en iemand anders. We stelden ons aan elkaar voor, hij vroeg wat ik deed, ik zei dat ik romans schreef, en hij antwoordde: ‘Ik lees eigenlijk alleen non-fictie.’
Zelfs met de zeldzame recensent die mijn werk negatief bespreekt (Dag mevrouw Serdijn!), maak ik bij zulke gelegenheden nog een gemoedelijk praatje, we lachen wat, It’s only literature but I like it, ik kan eigenlijk met iedereen wel overweg, zelfs met schrijvers wier werk ik haat – maar van zaaddodende opmerkingen als die van Bregman, klap ik dicht. Ik kan me verder niets van het gesprek herinneren, misschien was dit wel het einde ervan.
Waarom ‘wij’?
Het is een beetje gemeen van mij om deze anekdote uit de privé-sfeer hier op te dissen, maar ik moest er nu eenmaal aan denken omdat uitgerekend deze Bregman in dat stuk op De Correspondent schrijft over het belang van spel, fantasie en creativiteit, onder zo’n typisch Correspondent-titeltje: ‘Waarom onze kinderen steeds minder spelen (en wij met een burn-out thuis zitten)’.
Waarom ‘wij’ (u ook? ik niet!) met een burn-out thuis zitten wordt nergens in dat stuk overtuigend uitgelegd. Dat is ook ongelofelijk complexe materie en er zijn enorm veel individuele verschillen. Zegt de voormalig psycholoog in mij. Er is geen enkelvoudig ‘waarom’. Er is geen ‘wij’.
Nu ik nog eens over die titel nadenk… er wordt óók nergens in het stuk bewezen dat kinderen minder spelen. Ze hebben tegenwoordig veel verplichtingen, ja, en de eisen van school en ouders zijn hoog, maar ik hoef nog maar eens uit het raam te kijken om te constateren dat kinderen gewoon de vrijheid hebben om in de plomp te plonzen als ze daar zin in hebben.
Een enorm droogstoppelig non-fictiebrein
Er zit iets heel macrobiotisch in die tekst van Bregman. Neem nou zo’n alinea als deze: ‘Kinderen krijgen nu allerlei kunstmatige zoethoudertjes: van de LEGO® Star Wars Snowspeeder™ met gedetailleerd bouwplan tot de Miele Elektronische Speelkeuken “Gourmet Deluxe” met electronische kookgeluiden. Verbeelding, creativiteit, fantasie – het is niet meer nodig, alles is voorgekookt.’
Jezus, je moet wel een enorm droogstoppelig non-fictiebrein hebben om dit soort conclusies te trekken. Herinnert Bregman zich zijn eigen kindertijd? Heeft hij niet zelf óók met Lego gespeeld? Ik wel, in ieder geval. Ook toen, in de jaren tachtig, waren de bouwplannen gedetailleerd, maar als je eenmaal één keertje het bouwplan gevolgd had, brak je het bouwwerk weer af en ging je vervolgens kijken wat er met dezelfde steentjes nog meer te verzinnen was. Verzinnen. Verbeelding. Fantasie. Fictie.
Een speelkeuken, hoe gedetailleerd en geavanceerd ook, is nog steeds slechts een stuk speelgoed. Ook in 2017. Een decorstuk in het toneelspel dat kinderen zelf moeten bedenken en opvoeren, zoals ze dat al heel lang doen met speelkeukens. Doen alsof je koffie zet. Aan een volwassene vragen een gerecht te proeven dat in een leeg plastic pannetje zit: iedereen weet dat je het gerecht zélf in dat pannetje moet fantaseren. Fantaseren. Verbeelding. Fictie.
Toch deel ik Bregmans zorg over de obsessie met werken in onze maatschappij. Werken is het hoogste goed, er is geen god dan economische groei en de VVD is zijn profeet. Ja. Maar kom me niet aanzetten met de constatering dat er momenteel een generatie opgroeit die het ‘verleert’ te spelen. Als je dat beweert, heb je de afgelopen jaren geen contact met kinderen gehad. Of met volwassenen…
Ze spélen, die toeristen
Tijd voor een schrijfpauze. Even liggen op de bank, beneden in de huiskamer. Krantje erbij. Het Parool meldt dat er momenteel 17 miljoen toeristen per jaar naar Amsterdam komen, en dat het er in 2025 naar schatting 23 miljoen zullen zijn. Toerisme: die grensoverschrijdende vorm van vrijetijdsbesteding. Toegegeven, Amsterdam wordt er niet beter op. De aard van de meeste toeristische attracties is ook zo hemeltergend ordinair – in alle betekenissen van dat woord. En telkens als je denkt dat het niet dommer kan, blijkt er toch weer iemand geniaal genoeg te zijn om iets nóg dommers te kunnen bedenken. Maar wat zeker is, is dat ze aan het spelen zijn, die toeristen. Kijk ze eens ongedwongen lachen terwijl ze in een ludieke houding poseren op de letters van dat domme I amsterdam-logo zodat ze allemaal met dezelfde foto thuiskomen!
Ander krantje: de Volkskrant meldt dat er vorig jaar 934 festivals plaatsvonden in Nederland (tegenover 708 in 2012). Die toename begint problematisch te worden, volgens Martijn Mulder, ‘hoofddocent en onderzoeker Leisure en Stad aan de Hogeschool Rotterdam’. Kijk even naar de naam van het beroep van die man. Onderzoeker Leisure en Stad.
Nee, er is geen gebrek aan spel in dit land, eerder een overschot.
Straks, als ik deze column af heb, mag ik naar mijn favoriete terrasje, hier vijf minuten vandaan. Daar zet de serveerster dan een glas La Chouffe voor me neer en dan leun ik achterover in mijn stoel, ik laat mijn blik over het rustige pleintje gaan waaraan het terras ligt, hoge bomen zorgen voor aangename schaduw, er lijkt altijd een briesje te waaien. Er is een jeu de boules-baan waar een paar volwassenen hun metalen balletjes laten rollen. Ietsje verderop zijn kinderen aan het voetballen. Er komt een meisje op een step voorbij. Iedereen is bezig zich te ontspannen, te spelen. De wereld is mooi.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.