Hoofdredactioneel

Met de koopkracht zit het wel goed. De minister van Financiën heeft flink wat moeten rommelen in zijn koffertje, maar hij kan de meeste burgers tevreden stellen.

En de dreigende versoepeling van het ontslagrecht valt ook al zo mee. Het is weer fijn in de polder.

Je zou bijna vergeten dat er sprake is van een wereldwijde economische neergang, aangewakkerd door energieschaarste en een Amerikaanse kredietcrisis; dat er twee grote gewapende conflicten zijn zonder zicht op een goede afloop; dat alle dijken verhoogd en verbreed moeten worden; de arbeidsmarkt door vergrijzing uit het lood wordt geslagen; een nieuwe koude oorlog dreigt; een fatsoenlijke gezondheidszorg en sociale zekerheid niet meer betaald kunnen worden; starters op de woningmarkt geen kans hebben; niemand meer weet hoe het verder moet met Europa; de files langer worden; het land in kennis en kunde achterop raakt en nog zo wat van die zaken.

Er zijn deze week zeker behartenswaardige woorden gewijd aan de echte uitdagingen van deze tijd, maar het kabinet brandt er verder de vingers niet aan. Het schijnt dat als je zo’n beetje alles hebt gedaan wat in het regeerakkoord is afgesproken, je dan verder vooral stil moet blijven zitten wil je zonder kleerscheuren de eindstreep halen. Het kabinet heet ‘uitgeregeerd’. Dat is een belediging voor de kiezer.

Grote woorden, misschien. Maar ze komen vanzelf naar boven als je Frank Kalshoven (pagina 18) leest over de zeer betrekkelijke betekenis van ‘koopkrachtplaatjes’, René Paas van het CNV over de krakkemikkige wijze waarop het kabinet de sociale rust denkt te bewaren (pagina 14) en Max van Weezel (pagina 13) over een minister van Financiën die veel te veel schik heeft in de fijne kneepjes van het begroten.

Wie roept daar om leiderschap?

[email protected]