Film

De Nederlandse documentaire De engel van Doel, over het Belgische dorp dat langzaam plaatsmaakt voor een uitbreiding van de Antwerpse haven, was een van de verrassingen van het afgelopen filmfestival van Berlijn.

Die verrassing schuilt voor een belangrijk deel in de vormgeving. De engel van Doel is gefilmd in prachtig zwart-wit, met een subtiel palet aan grijstinten. Dan is de vraag: waarom? Want sinds de komst van kleurenfilm is het gebruik van zwart-wit een artistieke keuze die gerechtvaardigd moet worden (zoals dat, overigens, evengoed zou moeten gelden voor kleur).

In dit geval helpt zwart-wit om het verhaal van Doel te abstraheren en uit te tillen boven de actualiteit, waarin het lot van het dorp, dat vlak over de Nederlandse grens aan de Schelde ligt, al uit en te na aan bod is gekomen.

Dat effect van abstractie wordt ondersteund door korte opnamen tussen de scènes door, die fungeren als cinematografische interpunctie. Impressies van een vlinder die tegen het raam fladdert, een blikje dat over een lege straat rolt, een enorm vrachtschip dat Doel passeert in de mist. Deze opnamen geven een melancholiek ritme aan het verhaal en bieden de kijker ruimte voor reflectie.

Want De engel van Doel gaat niet of nauwelijks over België, over Antwerpen of zelfs maar over Doel. Deze film gaat over de dood. Van het dorp, waar huis na huis, leven na leven, door mechanische monsters wordt verwijderd, en van de geportretteerde bewoners, die door regisseur Tom Fassaert met gelukkige hand zijn gekozen. De engel van Doel is een elegie, een bespiegeling met een tijdloze kwaliteit.

Fassaert kent zijn onderwerp goed; hij maakte in 2006 al de korte documentaire Doel leeft, waarop hij nu zijn eerste lange documentaire heeft gebaseerd. Hoofdpersonen van De engel van Doel zijn een doodzieke pastoor, wiens vergankelijkheid gelijk opgaat met die van het dorp, en een koppige garnalenpelster, die het vertikt te vertrekken. Beiden zijn bejaard en openhartig, en afwisselend komisch en tragisch.

De pastoor is geobsedeerd door de nakende dood en houdt preken die zo apocalyptisch zijn dat het grappig wordt. Maar als vermagerd mannetje, dat op een driewielerfiets van huis naar huis trekt om de leden van zijn slinkende parochie te bezoeken, roept hij ook compassie op. De garnalenpelster weigert, tegen alle voortekenen in, te vertrekken. Aan het begin van de documentaire zit ze te pellen met twee vriendinnen. Even later nog met één. En dan alleen.

Zulke beelden zijn zo sterk, dat Fassaert geen commentaar of voice-over nodig heeft. Wel laat hij de bewoners zelf aan het woord, sprekend met elkaar. Grijze mensjes in een grijs dorp, door Fassaert in het grijs gefilmd. Ze zijn gelaten of weerspannig, maar niemand kan er omheen dat het einde nadert. Het einde van Doel, maar ook dat van henzelf. En zo vervaagt in de film, langzaamaan, de grens tussen het leven van Doel en het doel van het leven.

Overigens is Doel nog niet verloren. Op de website Doel2020.org zijn activistische geluiden te vinden. Zo hopen de laatste tientallen bewoners dat de nabijgelegen kerncentrale, na de ramp in Japan, reden kan zijn de geplande haven naar elders te verplaatsen.