Volgens ‘De sociale staat van Nederland’ zijn we gelukkiger, gezonder en zelfs milder geworden dan dertig jaar terug. Waar komt dan die zogenaamde boosheid vandaan?
Wat een heerlijke verwarring heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau in de Tweede Kamer veroorzaakt met zijn rapport ‘De sociale staat van Nederland’. Jarenlang konden vooral politici die wilden wijzen op het grote onbehagen dat zich van de Nederlander had meester gemaakt zich beroepen op onderzoek dat door het SCP was verricht. Het adviesorgaan van de regering, gespecialiseerd in ‘de thermometer in de samenleving steken’, grossierde in onaangename waarheden: de kloof tussen rijk en arm nam toe, net als die tussen lager en hoger opgeleiden, autochtonen en allochtonen en stad en platteland. In de serie ‘Burgerperspectieven’ kwamen de Nederlanders zelf aan het woord en dat leverde vaak alarmerende uitspraken op: ze waren somber over de toekomst, beklaagden zich over het verval van normen en waarden en gaven af op de zakkenvullers en plucheplakkers in Den Haag. Wie de SCP-rapporten las, kon snel de indruk krijgen dat Nederland een gepolariseerde samenleving was vol boze burgers die de overheid niet vertrouwden, een land waar welgestelden en mensen die het minder goed hadden getroffen in toenemende mate langs elkaar heen leefden.
En nu brengt ‘De sociale staat van Nederland’ dat hele beeld aan het wankelen. De bewoners van dit kleine landje aan de Noordzee zijn gelukkig, gezond en meestal optimistisch gestemd, vatte de Volkskrant de bevindingen van het adviesorgaan samen. Volgens NRC Handelsblad had in het SCP ontdekt dat Nederland milder was gaan denken over migranten. Trouw concludeerde uit het rapport dat het overgrote deel van de 17 miljoen Nederlanders dik tevreden is met zijn situatie, ‘met uitzondering van een klein zesde deel. Voor dat kleine deel van Nederland is de afgelopen jaren bovenmatig veel aandacht geweest’.
Voor een klein zesde deel is de afgelopen jaren bovenmatig veel aandacht geweest.
De politieke partijen leken niet goed te weten wat ze aan moesten met het rapport. Vlak voor de verkiezingen publiceerden lijsttrekkers als Sybrand Buma (‘Tegen het cynisme’) en Gert-Jan Segers (‘Hoop voor een verdeeld land’) nog boeken waarin het thema van de scheidslijnen binnen de Nederlandse samenleving zwaar werd aangezet. In september sprak Buma in de Rode Hoed in Amsterdam zijn H.J. Schoo-lezing uit. Het ging over de gewone Nederlander die door globalisering, digitalisering en robotisering verweesd was geraakt. ‘Zijn baan is vergeven aan een immigrant of een Oost-Europeaan, de opleiding voor de kinderen is te theoretisch geworden en de verruwing van de samenleving komt met grof geweld via de televisie de huiskamer binnen,’ merkte de christendemocratische cultuurpessimist op. De boze burger was een normaal iemand die tegen reële problemen aanliep, benadrukte hij in navolging van SCP-directeur Kim Putters die daar al vaker op had gehamerd. Ook het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’ leunt zwaar op onderzoek van het SCP. ‘Als we een foto maken van Nederland, zien we tegenstellingen en zorgen,’ staat meteen al in de inleiding: ‘Waar de een kansen ziet in robotisering, globalisering en innovatie, vrezen anderen voor hun baan en die van hun kinderen (..) Voor lang niet iedereen voelt de eigen buurt als een herkenbaar en veilig thuis. Sommigen vervreemden er zelfs van (..) Nog te veel mensen denken: prachtig, al die goede economische cijfers, maar ze gelden niet voor mij.’ Zorgelijkheid alom dus.
Het verschil tussen ‘De sociale staat van Nederland’ en eerdere rapportages van het SCP is dat het bureau de instelling van de Nederlander nu niet heeft vergeleken met die van drie maanden geleden maar met die van de jaren negentig. Dan blijkt de Nederlander een stuk stabieler te zijn dan eerder werd aangenomen. 85 procent noemt zichzelf gelukkig en welvarend. We staan positiever in het leven dan de Duitsers, Fransen, Italianen, Oost-Europeanen en Grieken. Alleen de Scandinaviërs en Zwitsers zijn nog meer happy dan wij. 80 procent heeft vertrouwen in het functioneren van de parlementaire democratie, al is het oordeel over individuele politici kritischer. Ook de indruk dat we steeds intoleranter zijn geworden voor nieuwkomers, klopt niet.
In 1994 vond bijna de helft van de Nederlanders dat hier te veel mensen van een andere nationaliteit woonden, in 2017 is dat nog maar 31 procent. De belangrijkste verandering is dat politiek en media nu veel meer aandacht besteden aan problemen met immigratie en integratie dan toen, schrijft het SCP. In de slipstream van Pim Fortuyn zijn politici als Rita Verdonk, Geert Wilders en Thierry Baudet op luide toon voor de gevaren van open grenzen en islamisering gaan waarschuwen. Op de sociale media vinden verwoede discussies daarover plaats. De gevestigde kranten en omroepen zijn uit hun ivoren toren gekropen en gingen de straat op uit angst om ‘de stem van het volk’ te missen. In werkelijkheid maakte de Nederlandse bevolking geen ‘ruk naar rechts’ door, maar politici en journalisten wekten wel die indruk. Of zoals het SCP het omschrijft: ‘Ook als de publieke opinie zelf relatief stabiel is, dan kan de manier waarop die tot uiting komt in de politiek en in de publiciteit wel heel anders zijn dan begin jaren negentig.’
Volgens hem heeft de politieke correctheid van de vorige eeuw inmiddels plaatsgemaakt voor populistische correctheid.
Het zijn nu niet Buma, Rutte en Segers maar de linkse politici die gretig op de uitkomsten van het SCP-onderzoek wijzen. Zoals Jesse Klaver die op zijn Facebook-pagina schreef dat ‘schreeuwers als Wilders en Baudet’ de indruk wekken dat heel Nederland uit boze, bange mensen bestaat en Rutte en Buma ‘die populistische ideeën overnemen en omzetten in beleid.’ Volgens hem heeft de politieke correctheid van de vorige eeuw inmiddels plaatsgemaakt voor ‘populistische correctheid’. VVD en CDA reageerden lauw op de nieuwe bevindingen van het SCP. Het liberale Tweede Kamerlid Bente Becker liet via De Telegraaf weten blij te zijn met de opbeurende conclusie dat Nederland uit positivo’s bestaat maar hield vast aan een hard immigratie- en integratiebeleid. Terwijl Thierry Baudet het hele rapport naar de prullenmand verwees. Want het SCP was een links instituut, opgericht en geleid door een PvdA’er.
Ergens in de komende maanden gaat de Kamer een debat aan de ommezwaai van het SCP wijden. Ik hoop dan antwoord te krijgen op vragen als: bestaat de boze Nederlander wel? Heeft de veelbesproken kloof tussen de politiek en de burger eigenlijk alleen maar betrekking op een zesde van het electoraat? Oftewel: is het idee dat Nederland een gepolariseerde samenleving is niet vooral een vondst van het politiek-publicitaire complex?
Max op Vrijdag gaat met Kerstreces en is er weer op vrijdag 19 januari.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.