Het leek allemaal in kannen en kruiken. In cannis crucibusque, zoals ze in Rome zeggen. Nadat de Duitse Bondskanselier Angela Merkel het Italiaanse staatshoofd Giorgio Napolitano had gebeld dat het zo echt niet langer ging en dat de geloofwaardigheid van Italië, Europa, de Unie en de euro op het spel stond, werd Silvio Berlusconi, de laatste democratisch gekozen premier van Italië, afgezet.
Uitzinnige menigten omstuwden zijn donkerblauwe regeringslimousine op haar laatste rit door de straten van Rome. ‘Bella ciao,’ zongen ze, het oude lied van de communistisch e partizanen die Italië hadden bevrijd van de fascisten. ‘Bella ciao, bella ciao, bella ciao ciao ciao.’ Het laatste dat Berlusconi zag door het raampje van zijn dienstauto, waren duizenden opgestoken middelvingers. Het was een vernedering, een regelrechte afgang. Berlusconi was niet alleen afgezet, maar definitief uitgerangeerd. Zo leek het.
President Napolitano stelde een technische regering aan onder leiding van Mario Monti, een kleurloze, apolitieke econoom die door iedereen ‘professor’ wordt genoemd. In iets meer dan een jaar heeft hij orde op zaken gesteld. Hij heeft de troep opgeruimd die Berlusconi had achtergelaten. De begroting is min of meer op orde gekomen en het internationale vertrouwen is hersteld. Daar waren draconische, pijnlijke en uiterst impopulaire maatregelen voor nodig, die op groot verzet stuitten bij de Italiaanse bevolking, maar desalniettemin konden rekenen op kamerbrede steun. Zo goed als alle politici van links tot rechts waren het erover eens dat die maatregelen nodig waren, ze waren allang blij dat ze zich, in plaats van te kelderen in de peilingen, konden verschuilen achter de gestrengheid van een echte professor, die zich op zijn beurt niet hoefde te bekommeren om de gunst van de kiezers omdat hij een professor was en geen politicus.
‘Zijn Italiaans steekt weldadig af bij het geschreeuw van zijn collega-politici’
In chaos
Van Berlusconi werd in die dagen niets meer vernomen, behalve een enkele veroordeling hier en daar in een van zijn vele processen, waarop met schouderophalen werd gereageerd omdat iedereen toch wel wist dat hij net zo lang gebruik zou maken van de vele mogelijkheden tot een hoger beroep totdat de zaak zou zijn verjaard. Zijn partij, Volk van de Vrijheid (Pdl, Popolo della Libertà), was in chaos. Zijn opvolger, Angelino Alfano, had niet voldoende overwicht om de rijen gesloten te houden terwijl steeds meer centrumrechtse politici uit nervositeit over de belabberde peilingen hun eigen weg begonnen te kiezen. De historische bondgenoot, de separatistische, populistische en xenofobe Noordelijke Liga (Lega Nord), raakte tegelijkertijd in een vrije val door een reeks schandalen die zelfs de stichter, oprichter, aartsvader en in die kringen heilige Umberto Bossi ertoe dwongen terug te treden. Rechts was in een diepe crisis. En in een moment van onachtzaamheid of paniek was het uitgerekend Alfano die het herenakkoord van de kamerbrede steun aan Monti eenzijdig opzegde, wat onvermijdelijk betekende dat er verkiezingen zouden komen.
Links werd in een zetel naar de overwinning geleid. Ze stonden al royaal in de peilingen en vervolgens konden ze ook nog de kaart spelen dat Alfano en zijn partij zich onverantwoordelijk hadden gedragen door alleen te denken aan het eigenbelang, terwijl links Monti had willen blijven steunen in het belang van Italië. Er werd een monsterverbond gesmeed tussen de Democratische Partij (Pd, Partito Democratico, zeg maar de PvdA van Italië) en GroenLinks (Sel, Sinistra ecologica e libertà) van Nichi Vendola. Hij is een beetje de Paul Rosenmöller van Italië: bevlogen, intelligent, populair en welbespraakt. Daarbij is hij openlijk homoseksueel, wat des te moediger is omdat hij uit het zuiden komt. Sterker nog, hij is de gouverneur van de regio Puglia.
De Pd en Sel organiseerden gezamenlijke voorverkiezingen met het leiderschap van de linkse coalitie als inzet. Voor Vendola was dat vooral een manier om het verbond te bezegelen. Hij zou nooit winnen, dat wist hij zelf ook. Zoals verwacht, viel hij in de eerste ronde af. In de beslissende tweede ronde ging het tussen twee kopstukken van de Pd: de zittende secretaris-generaal Pier Luigi Bersani, een knorrige, oude rassocialist die ook uiterlijk wel wat weg heeft van Joop den Uyl, en Matteo Renzi, de jonge burgemeester van Florence, met een wat vlotter, ondernemingsgezind profiel. Uiterlijk lijkt hij een beetje op Camiel Eurlings. De voorverkiezingen kregen alle aandacht in de media. Bersani won met een overtuigend mandaat. Renzi en Vendola schaarden zich achter hem. Van extreem links tot klassiek links tot centrumlinks stonden ze schouder aan schouder. Het was een perfecte show. Het had onmogelijk beter kunnen uitpakken. Terwijl rechts implodeerde, steeg links naar ongekende hoogten in de peilingen. Alles leek, kortom, in kannen en kruiken. Bersani zou de nieuwe premier van Italië worden.

Geen clown
De eerste game changer kwam kort daarna. Aan de zijlijn van het trainingsveld van zijn club AC Milan zei Berlusconi langs zijn neus weg tegen een handjevol journalisten dat hij daar was om zijn club te helpen en dat hij, hoewel hij liever gewoon fulltime opa zou zijn voor zijn kleinkinderen, desgevraagd bereid was om nog één laatste keer hetzelfde te doen voor Italië wat hij voor zijn club deed. Het nieuws sloeg in als een bom. Berlusconi stelde zich kandidaat. Alfano was net bezig het succesvolle linkse model te kopiëren en ook voor rechts voorverkiezingen te organiseren, maar hij keerde ijlings terug op zijn schreden. ‘Als Hij zich kandideert, hebben voorverkiezingen weinig zin.’ Ze werden afgeblazen. Zo werd Berlusconi uit het niets de kandidaat-premier van centrumrechts.
Voor buitenlanders moet dat onbegrijpelijk zijn. Zij zien Berlusconi als een clown. Met zijn talloze blunders en zijn ‘bunga bunga’-feestjes. Uit de buitenlandse berichtgeving is een beeld ontstaan van een man die totaal niet serieus te nemen valt. Maar dat beeld klopt niet. Berlusconi is geen clown. Hij is een uiterst slimme man met een feilloos politiek instinct. Dat is wat hem zo gevaarlijk maakt.
Een van zijn grootste kwaliteiten is zijn verbaal overwicht. Hij is een groot spreker. Zijn Italiaans is verzorgd en elegant en steekt weldadig af bij het geschreeuw van sommige van zijn collega-politici.
Hij heeft de gave van het woord. Hij kan woorden en begrippen annexeren en herdefiniëren. Ook als verklaard tegenstander kun je alleen maar bewondering opbrengen voor die virtuositeit. Een voorbeeld. Toen hij onder vuur kwam te liggen vanwege zijn frivole feestjes, had hij de brutaliteit om te zeggen: ‘Wij zijn nu eenmaal de partij van de liefde. Die anderen, die daar problemen mee hebben, zijn de partij van de haat.’ Nog een voorbeeld. Toen er een paar jaar geleden, toen hij nog premier was, een massademonstratie was in Rome tegen zijn regering, reageerde hij als volgt: ‘Dit laat zien dat we in Italië helaas nog decennia nodig hebben om een waarlijk democratische oppositie te krijgen.’ Het was even brutaal als geniaal. Berlusconi gebruikte het succes van een buitenparlementaire actie van de oppositie om het begrip democratie voor zichzelf op te eisen. En en passant schetste hij het beeld van een soort natuurlijke situatie die minstens decennia zou duren, waarin hij regeert en de oppositie oppositie voert. Bovendien ging er de suggestie van uit dat hij niets liever zou willen dan een constructieve samenwerking met de oppositie, maar helaas zuchtend moest concluderen dat dat onmogelijk was omdat zij niet democratisch zijn. Dat was uiteraard allemaal retoriek. Maar briljante retoriek.

Veroordeeld
Maar wacht eens even. Berlusconi is toch onlangs veroordeeld? Ja, hij heeft vier jaar celstraf gekregen voor belastingfraude bij zijn bedrijf Mediaset. Maar die straf zal hij nooit uitzitten, want hij gaat in hoger beroep en tegen de tijd dat de hogere rechter tot een uitspraak komt, zal de zaak zijn verjaard. En in de rechtzaak over de minderjarige escort Ruby Rubacuori worden zo veel vertragingsstrategieën toegepast dat er in geen geval een uitspraak zal zijn vóór de verkiezingen.
De gedachte dat deze rechtszaken een hernieuwde politieke carrière onmogelijk zouden maken of zelfs maar zouden bemoeilijken, is een Nederlandse gedachte. Berlusconi gebruikt ze paradoxaal genoeg als een van de speerpunten van zijn campagne. Sterker nog, hij presenteert zijn veroordeling als belangrijkste reden voor zijn terugkeer. Zijn redenering is dat de rechtelijke macht in Italië in handen is van communisten en ander links gespuis. Zij is niet onafhankelijk, zoals zou moeten, maar een instrument van links om democratisch gekozen politici van rechts ten val te brengen. Dat hij zelf is veroordeeld, is het sluitende bewijs dat hij gelijk heeft. Want een onafhankelijke rechter zou hem nooit hebben veroordeeld. En daarom ziet hij zich gedwongen om tegen zijn zin terug te keren als politiek leider. Hoewel hij niets liever zou willen dan genieten van zijn welverdiende pensioen, ziet hij helaas geen andere mogelijkheid dan zich opnieuw verkiesbaar te stellen met het doel de rechtelijke macht te hervormen, die een bedreiging vormt van de democratie. Hij doet het voor het land. Uit verantwoordelijkheidsbesef.
Berlusconi heeft de democratie misschien een slechte naam gegeven, maar ook dat werkt in zijn voordeel. Het gevolg is dat de overgrote meerderheid van de Italianen tot de conclusie is gekomen dat de politiek niet deugt. En in dat klimaat kun je net zo goed stemmen op een charmante schurk die tenminste weet hoe hij voor zichzelf kan opkomen. Misschien is dat wel precies wat Italië nodig heeft, zo hoor je ze denken. Het zijn sowieso allemaal zakkenvullers. Laten we dan maar stemmen op een zakkenvuller die althans een bedrijf kan runnen. Daar worden we allemaal beter van. En veel Italianen houden van Berlusconi, al was het maar omdat ze graag zo zouden willen zijn als hij.
Glijmiddel
Desalniettemin maakten Bersani en de zijnen zich aanvankelijk geen zorgen. Bersani hoorde het nieuws over de kandidatuur van Berlusconi toen hij in Libië was, waar hij bij wijze van voorschot op zijn zekere overwinning alvast de staatsman liep uit te hangen. ‘Als dat de uitdaging is,’ zo zei hij, ‘dan zullen we die aangaan.’ Met glimmende oogjes voegde hij daaraan toe: ‘Eerlijk gezegd verheug ik mij er erg op.’ Hij had recht van spreken. Zijn solide linkse blok was in de peilingen superieur.
Maar toen kwam de tweede game changer. En ik denk dat Bersani noch Berlusconi die hadden zien aankomen. Monti stelde zich kandidaat. Hij had altijd gezegd dat hij dat niet zou doen, maar toen deed hij het toch. Met een onafhankelijke civiele lijst, die zich pontificaal nestelde in het politieke midden. De eerste die daarbovenop sprong, was Pier Ferdinando Casini, de leider van de Christendemocratische Unie (Udc, Unione di democristiani), de verkruimelde restanten van de ooit zo machtige christendemocratische partij, die ondanks hun geringe aantal zetels af en toe een sleutelrol voor zichzelf weet op te eisen als glijmiddel tussen verschillende coalities. Een beetje zoals het CDA bij ons. Casini profileert zich al jaren als de vertegenwoordiger van het gematigde centrum en van de ene op de andere dag had hij opeens een voorname bondgenoot. Hij zat een paar dagen te glunderen op alle televisiezenders. Bersani, die zich had voorbereid op een tweestrijd met Berlusconi, was zichtbaar uit het veld geslagen. Hij had geen antwoord. En Berlusconi was subliem. Met het uiterst verfijnde politieke instinct dat hem zo kenmerkt, lanceerde hij onmiddellijk een geniale tweetrapsraket. Zijn antwoord op de kandidatuur van Monti was dat hij zich niet langer kandidaat stelde als premier maar onder Monti wilde dienen als minister van Economische Zaken. Hij presenteerde zich als vertegenwoordiger van de Coalitie van Gematigden, als alternatief voor het extreemlinkse programma van de communist Vendola, die zoals we allemaal wisten, een bondgenoot was van Bersani.
Geniaal. Daarmee had hij iedereen in de verdediging gedrukt. Opeens was hij Berlusconi de Gematigde, de Bescheidene, die niet op macht uit is, maar het land samen met Monti wil dienen en beschermen tegen de rode rakkers, de perfide vrienden van Vendola. Monti en Vendola gaan niet samen. Vendola was een van de weinigen die oppositie heeft gevoerd tegen de regering Monti. En Berlusconi speelde hen met speels gemak tegen elkaar uit. Daarmee dwong hij iedereen om kleur te bekennen. Monti moest afstand nemen van Berlusconi. Natuurlijk moest hij dat, dat wist Berlusconi zelf ook heel goed. Berlusconi was Monti’s voorganger, de man wiens troep hij had opgeruimd. Maar daarmee werd Monti onvermijdelijk in de armen van Vendola gedreven, een van zijn felste opponenten. Het was een uiterst ongemakkelijke positie. Vendola zei ronduit dat hij een coalitie met Monti nooit zou steunen en dat hij vertrouwde op de loyaliteit van Bersani aan een gezamenlijk, uitgesproken links programma, waar ze beiden voor hadden getekend. En Monti sloeg aan het modderen. Hij zei dat hij na de verkiezingen met elke gematigde partij zou willen praten, ook met de partij van Berlusconi, maar dat samenwerking met Berlusconi persoonlijk uitgesloten was. Het kwam weinig overtuigend over.
‘Hij is altijd goed gekleed, elegant, redelijk, charmant en welbespraakt’
Boemerang
De positie van Bersani was het ongemakkelijkst. Het monsterverbond met Vendola, dat ooit zo’n goed idee leek, kwam als een boemerang terug in zijn gezicht. Hij voorzag dat de linkse coalitie het met zo’n sterke kandidaat in het centrum niet op eigen kracht zou gaan redden. Hij zou Monti nodig hebben voor een meerderheid. Je hoefde geen groot politiek analist te zijn om dat te beseffen. Maar hij kon zijn bondgenoot Vendola niet verraden. Dat zou die zo succesvol verlopen voorverkiezingen met terugwerkende kracht tot een toneelstukje maken. En hij had de samenwerking bezegeld met zijn handtekening. Hij had zelfs een groepsfoto laten maken. Het was geen optie om daarop terug te komen. Dan zou hij volledig geïsoleerd komen te staan en veel te kwetsbaar worden voor aanvallen van beide vleugels. Maar als hij te stellig zou blijven vasthouden aan zijn bondgenootschap met Vendola, zou hij Monti in de armen drijven van Berlusconi. Bersani begon nog getergder te kijken dan hij altijd al doet. En ook hij sloeg aan het modderen. Hij zei dat hij vierkant achter zijn linkse coalitie bleef staan, maar dat er na de verkiezingen wellicht sprake zou kunnen zijn van een andere situatie. Wederom weinig overtuigend.
Maar ook Vendola begon te beseffen dat het allemaal niet volgens plan verliep. Dat plan was om als kleinere partij sterker uit de verkiezingen te komen en na de zekere overwinning van het linkse blok samen met Bersani te gaan regeren. Hij zou vicepremier worden. Hij zou het homohuwelijk legaliseren. Maar toen Berlusconi zich kandidaat stelde, zag hij dat de campagne steeds meer een tweestrijd begon te worden tussen de grote rechtse en linkse partijen. Zijn partij werd in de peilingen leeggegeten door strategische stemmers die ten koste van alles wilden voorkomen dat Berlusconi nogmaals aan de macht zou komen. De kandidatuur van Monti versterkte dat effect alleen maar, want daarmee werd een stem op Vendola in de ogen van strategische kiezers bijna een stem op Berlusconi. De enige manier om Berlusconi te verslaan was in hun ogen om aan te sturen op een coalitie van Bersani en Monti en daarvoor zou een stem op Vendola averechts werken.

Onemanshows
En zo is van de aanvankelijke zelfverzekerdheid in het linkse kamp niets meer over. Ze staan nog net vóór in de peilingen, maar daar is alles dan ook mee gezegd. De voorsprong krimpt met de dag.
En intussen is Berlusconi op televisie. Dag en nacht. Het helpt daarbij zeker dat hij de helft van alle televisiezenders in zijn bezit heeft. Je kunt je televisie niet aanzetten of je ziet hem. Je bent bijna teleurgesteld als hij er een keer niet is. Hij is altijd goed gekleed, elegant, redelijk, charmant en welbespraakt. Zijn Italiaans is prachtig. Daar kan de mompelende chagrijn Bersani nog een puntje aan zuigen. Zijn gebaren zijn bestudeerd, verfijnd en uiterst effectief. Vroeger priemde hij altijd met de wijsvinger van zijn rechterhand. Die was zijn toverstaf waarmee hij het volk vervoerde. Tegenwoordig zit hij meestal met een pen en een opgevouwen document in zijn handen alsof hij net vóór de uitzending nog even een concreet plan heeft uitgewerkt dat Italië en de Italianen zal redden van de ondergang.
Hij kan campagne voeren als geen ander. Hij bombardeert de media met zichzelf en hij is zo charismatisch dat mensen er geen genoeg van krijgen. Zelf kiezers die hem haten, kijken graag naar zijn onemanshows omdat er altijd iets te beleven valt. Hij bepaalt de agenda. Terwijl zijn tegenstanders nog amechtig naar lucht happen om schande te spreken van zijn meest recente ridicule voorstel, heeft hij al weer een nieuw schokkend plan gelanceerd. En hij is altijd concreet. Hij schetst geen vage vergezichten, maar doet beloften. Hij zal de gehate onroerendgoedbelasting op het eerste huis afschaffen. Hij heeft een deal gesloten met de Zwitsers om dat zelfs voor het afgelopen jaar terug te betalen, voor gepensioneerden aan het loket van het postkantoor in contanten en voor families in de vorm van een bankoverschrift, ondertekend door Silvio Berlusconi persoonlijk. Bersani en Monti wijzen er keer op keer op dat dat loze beloften zijn, fabeltjes, sprookjes, zand in de ogen van de kiezers, maar daarmee bereiken ze alleen maar dat zij steeds vervelender overkomen, als oude zeurkousen die het feestje komen verpesten.
Die zogenaamde clown Berlusconi heeft zich in de luttele maanden sinds hij zich kandidaat heeft gesteld omhoog gevochten van een uitgerangeerde en uitgejouwde ex-politicus tot spelbepaler. De campagne die bij voorbaat kansloos leek, heeft hij volledig naar zijn hand gezet. Dat dwingt, ook bij zijn tegenstanders, bewondering af. Hij is geen clown. Hij is een buitengewoon intelligent en geraffineerd politicus.
En hij zou nog kunnen winnen ook, verdomd als het niet waar is. Het zou een nipte overwinning zijn en vervolgens zal hij niet kunnen regeren omdat Monti dat niet wil. Er is eigenlijk maar één uitkomst denkbaar: ongeacht de uitslag zal Bersani met Monti gaan regeren. Anderzijds weet je het maar nooit. De grootste fout die je kunt maken is Berlusconi onderschatten.
Een grappig detail ten slotte is dat Bersani en Berlusconi op dezelfde dag jarig zijn. Bersani is geboren op 29 september 1951, Berlusconi op dezelfde dag van het jaar 1936. Ze hebben dus dezelfde horoscoop. Dat maakt het voor de Italiaanse astrologen deze keer bijzonder lastig om de verkiezingsuitslag te voorspellen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.