Vrij Nederland deelt dit artikel met jou.
Het zijn tijden voor Vrij Nederland.
Gratis longread

Bang, boos en afgehaakt in Almere

Margalith Kleijwegt& Max van Weezel
Almere Haven
Veertig jaar polderstad: op de achtergrond de moskee Attaouba, waartegen aanvankelijk veel buurtprotest was. Foto: An-Sofie Kesteleyn
Veertien jaar nadat VN de ‘bescheiden doorsneemensen’ van Almere Haven portretteerde, keren we terug. Hoe is het hen na ‘Pimmie’ vergaan? ‘Ik leef niet in onzekerheid, hoor. Ik leef in de zekerheid dat ik geen vaste baan meer krijg.’ Een indringende reportage.

Tot een paar jaar geleden bracht Cor van Wensveen door het hele land kunstarmen en -benen rond. In zijn bestelauto bezorgde hij ze vooral ’s avonds en ’s nachts. Laboratoria, ziekenhuizen en revalidatiecentra wilden er ’s ochtends vroeg mee aan de slag. Het was fijn werk en toen het bedrijf waar hij in dienst was failliet ging, besloot hij voor zichzelf te beginnen. Samen met een collega richtte hij een bedrijfje op. Ze hadden grote opdrachtgevers in Duitsland, België en Frankrijk. ‘Het was een mooie tijd en we hadden een goed inkomen.’

Aan die voorspoed kwam een eind toen bleek dat de boeken niet op orde waren. Van Wensveen had sterk de indruk dat hij door zijn compagnon belazerd werd, maar voor hij dat vermoeden kon bewijzen, werd hij getroffen door een herseninfarct.
Toen we hem veertien jaar geleden spraken voor een verhaal over Almere Haven (zie vn.nl/almere), werkte hij nog als ober in de plaatselijke pizzeria. Hij was gelukkig met zijn vrouw en drie kinderen, van wie de jongste toen nog in de box zat.

Cor van Wensveen was, net als veel van zijn buren op de Schoolwerf in Almere Haven, uit Amsterdam naar de nu veertigjarige polderstad verhuisd. Zijn ouders Wim en Els zetten die stap in 1986. Op de Schoolwerf, de eerste straat die in Almere werd aangelegd, kon je een huis met een tuintje krijgen. Ze voelden zich pioniers. Oorspronkelijk kwam de familie uit de Spaarndammerbuurt, ‘de moord- en brandbuurt’ waar de ene straat tegen de andere vocht. Vader en moeder Van Wensveen waren overtuigde PvdA’ers. Opa was jeugdleider bij de AJC, de socialistische jeugdbeweging.

Toen we Cor en zijn vader Wim, die inmiddels is overleden, leerden kennen, was van dat geloof in de linkse beweging weinig over. Ze klaagden over de scholen die te groot waren geworden, de wachtlijsten in het ziekenhuis, de vrijgekomen woningen die aan immigrantenfamilies werden toegewezen. De Haagse politici waren in hun ogen verworden tot ‘bedriegers’ en ‘zakkenwassers’. Van Wensveen sr., jarenlang buschauffeur, zei dat hij hen het liefst zou ‘verzuipen’. Alleen Pim Fortuyn, in de buurt ‘Pimmie’ genoemd, kon op hun bewondering rekenen. Zelfs postuum. Hoewel ze niet meer op hemzelf konden stemmen, gaven ze bij de Tweede Kamerverkiezingen van mei 2002, negen dagen nadat Fortuyn was vermoord, vol overtuiging hun stem aan de door hem nagelaten partij, de LPF. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat Cor voor zijn vader moest stemmen omdat die samen met zijn vrouw voor hun halfjaarlijkse vakantie naar Zuid-Frankrijk was afgereisd. Een luxe die buschauffeurs uit de Spaarndammerbuurt vroeger niet kenden en misschien ook nooit hadden leren kennen als de PvdA en de vakbeweging zich niet zo hadden ingezet voor de emancipatie van de arbeidersklasse.

Outcasts

In de herfst van 2002 spraken we uitvoerig met bewoners van de Schoolwerf, kort na de gemeenteraad- en Kamerverkiezingen waarbij de oudste wijk van Almere massaal tegen de gevestigde partijen had gestemd. Bij de gemeenteraadsverkiezingen werd Leefbaar Almere de grote winnaar, landelijk scoorde de LPF het hoogst. Op de partij van Pim Fortuyn werden in Almere Haven anderhalf keer zoveel stemmen uitgebracht als op de PvdA.

‘Bescheiden doorsneemensen’, noemde Nico van Duijn, huisarts en gemeenteraadslid voor Leefbaar Almere, de bewoners van Almere Haven destijds. Ze hadden banen als buschauffeur, bouwvakker of bejaardenverzorgster en ze maakten zich toen al zorgen over het gebrek aan veiligheid en de hoge drempels in de zorg.

Stemde hij vroeger vol overtuiging op Pim Fortuyn, Leefbaar Almere of de PVV, nu stemt hij helemaal niet meer.De steeds kleiner wordende wereld trok hen niet, de globalisering bood hun geen kansen, maar maakte hen onzeker. De multiculturele samenleving zagen ze niet als verrijking van hun leven, maar eerder als een bedreiging. Het onbekende, het ongewisse van al die nieuwe culturen speelde daarin, zeker na de schok van 9/11, een grote rol.
De bewoners van Haven idealiseerden de pioniersperiode toen ze nog dicht bij elkaar stonden en voor elkaars kinderen zorgden. Een vrachtwagenchauffeur vertelde dat het vroeger ‘knusser’ was, een ander klaagde dat de politie alleen van twaalf tot vijf bereikbaar was en nog erger: de EHBO-post was zomaar opgeheven. Veel bewoners hadden Amsterdam verlaten omdat er te veel buitenlanders kwamen. ‘In de klas van mijn kinderen waren nog maar vier van de vijfendertig leerlingen Nederlands,’ vertelde een bewoonster als bewijs van een veranderende wereld waar de gevestigde partijen geen antwoord op hadden.

We waren benieuwd hoe het de Havenaars was vergaan in de afgelopen veertien jaar. De periode waarin de economische crisis toesloeg, Europa wankelde en de PVV van Geert Wilders met negen zetels in de Almeerse raad kwam.

Cor en Mary van Wensveen (met links de buurvrouw) en vijf van hun tien honden. ‘Buitenlanders hebben de buurt veranderd.’ Foto: An-Sofie Kesteleyn

De familie Van Wensveen is verhuisd. Destijds was hun bovenetage al op meters afstand herkenbaar aan de bloementrossen, wijnranken, parasols en andere vrolijk gekleurde snuisterijen die ze op hun balkon hadden geïnstalleerd. Nu wonen ze een paar straten verder, gelijkvloers, waar ze hun verzameling nog beter kwijt kunnen, het voortuintje is in prachtige kleuren verlicht.

Destijds hadden ze één chihuahua, dat zijn er inmiddels acht. Er is ook nog een herdershond en een bastaard. In de kleine woonkamer staan meerdere hondenmanden en op de bank liggen kleden voor de viervoeters. In de achtertuin staat een volière, waar de buren niet zo blij mee zijn. Onbegrijpelijk volgens Cor van Wensveen, die pijnlijk geraakt is door ‘het gezeur’ hierover. Onlangs was er nog een dramatische ontwikkeling: een van de honden beet in een opwelling de kat van de buren dood. Sindsdien worden Cor en zijn vrouw als outcasts behandeld.

De afgelopen jaren hebben hun sporen nagelaten in het gezin. Met twee van de drie kinderen gaat het redelijk: Sandro, hun oudste zoon, is nu zeventien en volgt een beroepsopleiding, dochter Mellony werkt al bij een vervoersbedrijf. Maar Delano is om voor Cor en Mary onbegrijpelijke redenen tijdelijk uit huis geplaatst en dat doet veel pijn.

Daar kwam nog eens bij dat de buurt door de komst van ‘buitenlanders’ veranderde. Van Wensveen zag het met lede ogen aan. Onlangs werd hij woedend omdat zijn vrouw Mary tijdens het uitlaten van de tien honden onheus was bejegend door gekleurde jongens uit de buurt, ze was zelfs uitgemaakt voor vuile hoer. Cor deed zijn beklag bij wijkagent Sytze Stel: ‘Ik doe ze wat aan,’ riep Cor, ‘ik pik het niet meer.’

De stress uitte zich ook fysiek. Inmiddels heeft hij meerdere malen in het ziekenhuis gelegen met een tia. Cor voelt zich in alle opzichten in de steek gelaten.
Stemde hij vroeger vol overtuiging op Pim Fortuyn, Leefbaar Almere of de PVV, nu stemt hij helemaal niet meer. Deze kleinzoon van een overtuigd PvdA’er gelooft niet dat er iets ten goede kan veranderen als hij zijn stem laat horen. Hij voelt zich niet gehoord en niet begrepen.

Cor heeft wel respect voor Geert Wilders: ‘Hij durft het toch maar aan.’ Verder is politiek vooral geouwehoer. Dat de wereldproblemen ook de kant van Flevoland opkomen, jaagt Van Wensveen angst aan. Dat is een groot verschil met 2002: de Havenaars hadden niet verwacht dat het terrorisme zo dichtbij zou komen. ‘Ik ben al bang als mijn vrouw ’s avonds met mijn dochter naar de supermarkt hier vlakbij gaat. Er kan elk moment en overal een aanslag plaatsvinden.’

Inmiddels overweegt Cor om naar Oost-Groningen te verhuizen en daar een bed en breakfast te beginnen. Daar is het leven nog overzichtelijk, betaalbaar en veilig.

Weggebonjourd: Luc en Sjoerdtje Vos. ‘Ik leef niet in onzekerheid, hoor. Ik leef in de zekerheid dat ik geen vaste baan meer krijg.’ Foto: An-Sofie Kesteleyn.
Niet meer mee te doen

De crisis en de gevolgen ervan lopen als een rode draad door de recente geschiedenis van Almere Haven. Veel bewoners raakten na 2008 hun baan kwijt en daarmee hun gevoel nuttig te zijn, erbij te horen. Ook Henny Baas, jarenlang servicecoördinatrice bij McDonald’s, werd onverwacht weggebonjourd. ‘Je functie bestaat niet meer,’ kreeg ze te horen nadat ze een periode thuis was geweest omdat ze last had van haar hart. Samen met haar man Herman was ze in 1977 verhuisd naar het arbeidersparadijsje in de polder. Herman was de eerste buschauffeur van Almere, hij is nu met pensioen maar valt af en toe nog in voor collega’s. De senioren van nu hebben nog meegemaakt hoe hún ouders destijds moesten sappelen om de eindjes aan elkaar te knopen, hun vaders waren arbeider, stemden CPN of dansten op de Paasheuvel tijdens bijeenkomsten van de AJC, er was een gemeenschappelijk doel, ze streden voor meer rechten en met succes.
In de tijd van grote voorspoed en verworven rechten hield niemand rekening met een crisis die kil en genadeloos zou toeslaan. Toen we in 2002 bij hen op bezoek waren, werkte Luc Vos bij een leverancier van kopieerapparaten, faxen en printers. Zijn vrouw Sjoerdtje deed de debiteurenadministratie bij een cosmeticabedrijf. Ze waren actief in de Bewoners Belangen Vereniging De Werven, die onder meer een handtekeningenactie voerde tegen de bouw van een Marokkaans ontmoetingscentrum dat pal tegenover hun huis zou komen te staan.

Het ging hen goed. Tot de crisis. Luc werd in 2012 weggereorganiseerd bij Ricoh, ‘na zevenentwintig jaar trouwe dienst’. Hij was toen 57. Zij verloor een paar maanden eerder haar baan bij Johnson & Johnson. Luc probeert niet verbitterd over te komen: ‘Ik legde de lat hoog voor mezelf. Ik was altijd aan het werk. Dit moest nog even af en dat… In 2010 kreeg ik een burn-out en moest ik naar de psycholoog. En vervolgens kwam die reorganisatie. Ik loop nu drieënhalf jaar bij het UWV. Ik heb al 280 sollicitatiebrieven geschreven.’

Sjoerdtje raakte al eerder haar baan kwijt: ‘Ik dacht: gelukkig heeft Luc nog werk. Maar dat bleef dus niet lang zo.’

Ze is niet bij de pakken neer gaan zitten. Ze viel in voor haar zwangere dochter bij de Vereniging Openbaar Onderwijs, werkte bij de afdeling financiën van een reisbureau en zit nu als uitzendkracht bij een vervoersbedrijf.

Luc is er niet in geslaagd opnieuw aan de slag te komen. ‘Ik leef niet in onzekerheid, hoor. Ik leef in de zekerheid dat ik geen vaste baan meer krijg.’

Luc hoopt nu dat hij zich van het UWV mag omscholen tot bus- of vrachtwagenchauffeur. Tegenwoordig doet hij het huishouden, hij kookt, lapt de ramen, alleen de was neemt Sjoerdtje voor haar rekening. Zij: ‘Hij kookt tegenwoordig beter dan ik.’

Het vaakst is op de wensmuur geschreven: ‘Het zwembad moet terug.In 2002 stemden ze nog op het CDA. Wat hebben ze de laatste keer gestemd?
Sjoerdtje: ‘Bij de gemeenteraadsverkiezingen op Leefbaar Almere.’
Luc: ‘Ik zou niet eens weten wie er in de gemeenteraad zit, kun je nagaan hoe weinig ik ermee bezig ben.’
Sjoerdtje: ‘Ze sluiten coalities met elkaar en vergeten dan de beloften die ze aan de kiezer hebben gedaan.’ Op Wilders hebben ze nooit gestemd, vertelt Luc: ‘Dat stuit me tegen de borst. Ze hebben best goede ideeën. We staan allemaal een beetje achter Wilders. Maar ik vind hem te grof.’
Sjoerdtje: ‘Iedereen denkt soms wat hij zegt over moslims en vluchtelingen maar Wilders discrimineert, hij scheert alles en iedereen over één kam.’
Luc: ‘Maar het is wel goed dat hij de regering wakker schudt. Dit is de slechtste regering die we ooit hebben gehad. Het is meer een onderbuikgevoel dan dat ik het kan staven met feiten. Maar sinds ik werkloos ben, zit ik meer thuis en volg ik op internet De Telegraaf en de nieuwssites. Nu zit ik soms uren te lezen en zie ik hoeveel graaiers er zijn. Beseffen politici wel hoe het is om aan de kant te staan? Je nutteloos te voelen. Niet meer mee te doen?’

Gezellige atmosfeer

Op het eerste gezicht maakt Almere Haven een pittoreske indruk: de kade aan het Gooimeer is gelardeerd met Griekse, Japanse en mediterraanse restaurantjes. Maar de uitbaters ervan klagen steen en been over gebrek aan klandizie. Sinds de crisis gaan de Havenaren minder snel buitenshuis eten, vertellen ze. Voor hun vertier kunnen de bewoners ook terecht in het culturele centrum Corrosia dat onlangs werd verbouwd en nu een theater, een bioscoop, een bibliotheek en een expositieruimte omvat. Elke vrijdag wordt voor de deur van Corrosia een drukbezochte weekmarkt gehouden. In de hal op de eerste verdieping van het gebouw staat een wensmuur waarop burgers mochten aangeven hoe het leven in Almere Haven kan worden opgefleurd. ‘Meer leuke winkels in het centrum,’ luidt een van de tips. Andere verlangens: ‘Een treinstation’, ‘een Kentucky Fried Chicken en een Starbucks’, ‘de hondenbelasting afschaffen’. Maar het vaakst is op de wensmuur geschreven: ‘Het zwembad moet terug.’ Ondanks protest uit de buurt besloot de gemeente namelijk het zwembad in Almere Haven te slopen om het geld te steken in de aanleg van een gloednieuw wedstrijdbad in het rijkere stadsdeel Almere-Poort. De Havenaren zien die gang van zaken als bewijs voor de stelling dat zij voor de gemeente altijd op de laatste plaats komen.

Van het marktplein naar de Schoolwerf loopt de Kerkgracht, gemodelleerd naar het voorbeeld van de Amsterdamse grachtengordel. Rechts staat de Goede Rede-kerk, gebedshuis voor protestanten én katholieken.

Links is een bescheiden winkelgalerij met veel leegstaande panden. Woningcorporatie De Alliantie heeft een aantal winkels voor een appel en een ei verhuurd aan stichtingen als Senior-Live en Hier TV om verdere verpaupering te voorkomen.

Als je aan het eind van de Kerkgracht linksaf slaat, komen de contouren van het inmiddels gesloten zwembad in zicht, de sloopwerkzaamheden moeten nog beginnen. Daarnaast staat de enigszins haveloze sporthal die, is de bedoeling, gerenoveerd zal worden.

De kinderen uit de buurt zijn voor hun broodnodige beweging aangewezen op de open plek tegenover zwembad en sporthal. Daar ligt – naast een playground van de Richard Krajicek Foundation – speeltuin De Speelhaven waar je kunt klimmen en klauteren. De openingstijden zijn beperkt want het kost de speeltuin de grootste moeite vrijwilligers te vinden die de hele week een oogje in het zeil kunnen houden. Aan het begin van de avond verzamelen zich bij de verouderde sporthal en het dichte zwembad Surinaamse en Antilliaanse hangjongeren die uit plastic bekertjes bier drinken en ondertussen hiphop luisteren.

Op het pleintje dat toegang geeft tot de Schoolwerf vallen behalve Chinees restaurant Kung Xi twee gebouwen op: het Marokkaanse ontmoetingscentrum, inmiddels moskee Attouaba geheten, en coffeeshop Chillie Kiki (‘bij ons kunt u terecht voor een gezellige atmosfeer en goede ontspanning’). Over die moskee en coffeeshop is op de Schoolwerf veel te doen geweest.

Veertien jaar later geeft Luc Vos toe dat ‘het ding aan de overkant’, zoals hij het blijft noemen, minder overlast en criminaliteit oplevert dan waar destijds voor werd gevreesd.Pimmie

Eind jaren negentig kwamen de bewoners van Schoolwerf massaal in opstand. Aanleiding was het plan van de gemeente om op het grasveldje dat toen nog voor in de straat lag, een Marokkaans ontmoetingscentrum neer te zetten. Dat zou overlast kunnen veroorzaken, klaagde de buurt. Criminaliteit aantrekken. Bovendien –zo had de buurt uitgevonden – zou het in werkelijkheid om een moskee gaan. Ze waren woedend op het plaatselijke bestuur dat hen probeerde te misleiden. Toenmalig PvdA-wethouder Lies Spruit wilde niet op het voornemen terugkomen omdat ze al beloften aan de Marokkanen had gedaan. Die regenteske houding zette veel kwaad bloed. Er kwam een handtekeningenactie en een inloopavond in de Goede Rede-kerk waar de emoties hoog opliepen. ‘We worden belazerd en besodemieterd,’ riepen buurtbewoners boos: ‘We voelen ons genomen’, ‘Dit pikken we niet’. PvdA en GroenLinks gooiden olie op het vuur door de bewoners, die zich gepasseerd voelden, van discriminatie en racisme te betichten. Toen waren de poppen pas echt aan het dansen (‘Wat flikken ze ons nou? We laten ons niet voor vuile racisten uitmaken’). De buurt stapte naar de Nationale Ombudsman en de bestuursrechter maar werd van het kastje naar de muur gestuurd. In 2002 rapporteerden we dat het Marokkaanse ontmoetingscentrum, waar wethouder Spruit haar zegen aan gaf, inderdaad verdacht veel leek op een gewone moskee. De buurt wás verkeerd ingelicht en had vervolgens wraak op de gemeente genomen door in groten getale op ‘Pimmie’ te stemmen.

Veertien jaar later geeft Luc Vos toe dat ‘het ding aan de overkant’, zoals hij het blijft noemen, minder overlast en criminaliteit oplevert dan waar destijds voor werd gevreesd. Elke vrijdag wordt ‘het ding’ door oudere Marokkanen schoongemaakt en die lappen dan ook de ramen. Met een stofzuiger worden zelfs de blaadjes bij de fietsenrekken opgeruimd. Hij is nog steeds verontwaardigd over het gebrek aan inspraak: ‘Maar we hebben redelijk contact met de Marokkanen, al zijn ze wel op zichzelf. Je groet elkaar, that’s it, meer niet. In al die jaren hebben we nog nooit een uitnodiging gekregen om eens binnen te komen kijken, bijvoorbeeld bij het Suikerfeest.’ Ook anderen vertellen: ‘De Marokkanen zeggen je keurig gedag, maar dat is het wel.’

Een paar jaar na de handtekeningenactie tegen de gemeente Almere opende in 2005 op initiatief van toenmalig VVD-burgemeester Annemarie Jorritsma coffeeshop Chillie Kiki zijn deuren. Pal naast de moskee. De buurt stond opnieuw op zijn achterste benen, vooral vanwege de aanwezigheid van speeltuin De Speelhaven vlak achter de coffeeshop. ‘We hebben geprotesteerd,’ zegt Luc Vos, ‘maar ze luisterden niet. Het is net zo gegaan als nu met de azc’s. Kijk naar Geldermalsen. Drie dagen voor het besluit krijgt de bevolking te horen dat er 1500 asielzoekers komen. Het wordt je door de strot gedouwd.’

Hasj opwarmen

In de hal van de Attaouba-moskee hangen posters voor een cursus islamitische gezinskunde en voor de jongerendag, dit jaar in het teken van het huwelijk. De bezoekers worden ook attent gemaakt op een inzamelingsactie van de moskeeën voor de vluchtelingen van het azc in Almere. Op de bovenverdieping zijn huiswerklokalen – eentje voor broeders en eentje voor zusters – en de ruimte waar het bestuur vergadert.
Jaouad Belhaj is secretaris van het moskeebestuur. Hij is 27, ‘maar met baard zie ik er ouder uit’. Zijn ouders komen uit Al Hoceima, maar hij is opgegroeid in Almere Haven, met zijn vijf broers en zussen: ‘We waren een van de weinige Marokkaanse gezinnen, maar nu worden het er steeds meer. Er wonen ook Turken en Syriërs in de buurt.’ Belhaj heeft Almere Haven even hoog zitten als de polderpioniers uit de Jordaan en de Staatsliedenbuurt: ‘Ik zal Almere Haven nooit verlaten,’ zegt hij plechtig: ‘Ik ken hier bijna iedereen, het is echt mijn dorp. En er is hier veel groen. Het is rustig.’ Hij studeerde ICT en basispsychologie en werkte als gezinsbegeleider maar moest daarmee ophouden na een auto-ongeluk. Sindsdien is hij werkloos. De Attaouba-moskee trekt ‘Marokkanen uit de buurt maar ook mensen die werken op het industrieterrein,’ vertelt Belhaj. Hij is niet gecharmeerd van de coffeeshop die naast de moskee staat: ‘Ik keur het niet goed. Er is een paar keer geschoten, gestoken en gevochten. Dat geeft geen veilig gevoel.’ Bijna beschaamd bevestigt hij dat de eigenaar Marokkaans is.

Als de deur van Chillie Kiki om 4 uur ’s middags open gaat, is er al veel klandizie: jongeren maar ook een gemeentearbeider die aan de bar plaatsneemt voor een kopje koffie en een joint. Bij de ingang vraagt een beveiligingsambtenaar om een legitimatiebewijs. Achter de counter staat een blond meisje de klanten te bedienen die hun Marokkaanse Hija, Bubble Gum en Amnesia Haze mee naar huis nemen. Via een tussendeur kun je het bescheiden cafeetje bereiken. Daar staat eigenares Kiki op een soort stoofje hasj op te warmen zodat je het makkelijker kunt snijden.

Kiki, een opvallende verschijning met lange, donkere haren en fonkelende ogen, heet eigenlijk Karima Akhlufi en werd geboren in Al-Hoceima. Maar ook zij noemt zich een echte Almeerder: ‘Ik ben hier opgegroeid en naar school gegaan.’ Ze studeerde management en meldde zich spontaan bij het stadhuis toen ze in de krant las over de plannen van Annemarie Jorritsma om in Almere Haven een coffeeshop te vestigen. ‘De hele buurt was ertegen maar Jorritsma liet hen haar dikke vinger zien. Ik vind het een hele stoere vrouw.’

De zaken gaan goed want, zegt ze, ze verkoopt ‘de beste Marokkaanse hasj van Almere’.
De moskee zou een voorbeeld kunnen nemen aan de relatie die zij met de bewoners van de Schoolwerf onderhoudt, zegt ze. Velen van hen hadden aanvankelijk bezwaar tegen de coffeeshop, daarom heeft ze meteen een open dag georganiseerd. Ze kreeg vragen als ‘je doet toch geen drugs in de thee?’ en ‘hoe vaak gaan jullie spuiten hier?’ Maar nu zijn ze aan elkaar gewend. Het stroefst is de verstandhouding met de bestuurders van Attaouba. ‘Ze kenden me want mijn vader is imam. Ze vinden me haram, ze vinden het respectloos om vlak naast de moskee een coffeeshop te beginnen.’ Ze probeert zo zakelijk mogelijk met haar directe buren om te gaan. Maar ze is wel eens uitgescholden omdat ze geen hoofddoek draagt en hasj verkoopt. Al zijn er ook moskeegangers die na het bidden stiekem bij haar inkopen komen doen.

Kiki heeft in zijn algemeenheid gepeperde opvattingen over moslims die zich niet aan de Nederlandse normen en waarden aanpassen. ‘Ik schaam me diep voor Marokkanen die op alles zeggen: “ikke niet begrijpen”. Ik ben niet naar Nederland gekomen om thuis op de bank van een uitkering te leven. Ik ben een hardwerkende Marokkaan en geen rommelaar.’

Als geboren ondernemer heeft ze lang op de VVD gestemd. De laatste keer viel de keus op D66. ‘Maar als ik de kieswijzer zou volgen, dan kwam ik op Wilders uit. In sommige opzichten ben ik het met hem eens. Ik was boos over zijn uitspraak over minder, minder Marokkanen. Hij had minder criminele Marokkanen moeten zeggen, dan zou ik er geen moeite mee hebben gehad.’ Lachend: ‘Mijn man zegt wel eens tegen me: jij bent de Wilders hier thuis.’

Klaar voor de sloop: het geliefde zwembad moet weg. Foto: An-Sofie Kesteleyn
Van huis tot huis

Arm en rijk, links en rechts – volgens politicologen zijn het begrippen waarvan nog maar weinig voorspellende waarde uitgaat voor het beantwoorden van de vraag of mensen gaan stemmen en op wie. Rapporten van het Sociaal en Cultureel Planbureau en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid gaan tegenwoordig vaker over de kloof die bestaat tussen kosmopolitische intellectuelen en de nationalistisch gezinde gewone man. De hoger opgeleiden geloven in de zegeningen van de globalisering, de Europese integratie en de multiculturele samenleving. Hun hart gaat uit naar politici als Alexander Pechtold en Jesse Klaver.

De lager en middelbaar opgeleiden kijken heel anders tegen de wereld aan. Van globalisering verwachten ze dat hun baan via outsourcing naar het buitenland verdwijnt. Uitbreiding van de EU betekent nog meer Poolse bouwvakkers en Bulgaarse vrachtwagenchauffeurs die hen op de arbeidsmarkt beconcurreren. De multiculturele samenleving, dat zijn de migranten die eerst in de Spaarndammerbuurt opdoken maar nu ook in Almere Haven, en de vluchtelingen die een sociale huurwoning krijgen toegewezen terwijl je eigen dochter al zeven jaar op de wachtlijst staat. De lagere middenklasse stemt op de PVV, de SP of op een lokale protestpartij. Bij verkiezingen komen de lager en middelbaar opgeleiden minder vaak opdagen dan de bewoners van Amsterdam-Zuid, de grachtengordel en Het Gooi (tenzij je Europa kunt wegstemmen, dan ligt het andersom).

In het rapport ‘Gescheiden werelden? Een verkenning van sociaal-culturele tegenstellingen in Nederland’ signaleren SCP-onderzoekers Paul Dekker en Josje den Ridder dat tussen de kosmopolitische elite en de gewone man een groot verschil in politiek zelfvertrouwen bestaat. Academisch geschoolden geloven dat politiek ertoe doet, dat ze in staat zijn invloed uit te oefenen en ministers en Kamerleden geneigd zijn naar hen te luisteren. Bij wat vroeger de arbeidersklasse heette, leven eerder opvattingen als ‘mensen als ik hebben geen enkele invloed op wat de regering doet’ en ‘ik denk niet dat Kamerleden en ministers veel geven om wat mensen zoals ik denken.’
Het zijn precies de opvattingen die we in Almere Haven bijna van huis tot huis aantroffen.

‘Wij harde werkers worden op onze oude dag door de politiek geknipt en geschoren,’ zei Herman Baas, de eerste buschauffeur van Almere. Hij stemt niet meer op de PvdA, ‘die zijn vergeten dat ze er voor de gewone mensen zijn,’ de laatste keer werd het de SP. Baas heeft het gevoel dat de gevestigde politiek tégen je is, dat het steeds moeilijker wordt ontwikkelingen in de maatschappij te beïnvloeden.

Zijn zoon Martin, teamleider service en veiligheid bij Connexxion, was wel eens in Den Haag om met Kamerleden over de veiligheid in het openbaar vervoer te overleggen: ‘Maar het gaf me een nare smaak in de mond. Het zijn mensen die veel beloven, vervolgens laten ze niets meer van zich horen.’
‘De politici doen toch wat ze willen,’ was de overtuiging van Sjoerdtje Vos.
‘Op een gegeven moment verlies je je vertrouwen,’ voegde haar man Luc daaraan toe.

Vijf wijkagenten

Tot de eeuwwisseling kende de gemeente Almere een overzichtelijk politiek landschap: PvdA en VVD wisselden elkaar als grootste partij af. De ene verkiezing won de ene wat meer, de volgende keer de ander. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 6 maart 2002 veroverde protestpartij Leefbaar Almere vanuit het niets negen zetels in de raad. Het was daarmee in één klap de grootste partij geworden. Bij de Tweede Kamerverkiezingen een paar maanden later waren CDA’er Jan Peter Balkenende en wijlen Pim Fortuyn de favorieten van de kiezers in Almere. Toen de nazaten van ‘Pimmie’ er een zooitje van maakten, keerden de Almeerders zich van de LPF af. De gevestigde partijen leken zich te herstellen maar in 2010 liet Geert Wilders zijn oog op de polderstad vallen. Sindsdien is de PVV de grootste fractie in de gemeenteraad. De buurt met het hoogste aantal stemmen op Wilders en lokale lijsttrekker van de PVV Toon van Dijk is Almere Haven. Bij de Provinciale Statenverkiezingen van vorig jaar haalde de partij maar liefst een kwart van de stemmen. Bij het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne brachten de Almeerders met meer dan zeventig procent een overtuigende stem tegen uit.

Sinds de revolte van 2002 heeft de gemeente er veel aan gedaan de boze burger tegemoet te komen, zegt Nico van Duijn, die nu gepensioneerd is als huisarts maar nog steeds in de raad zit voor Leefbaar Almere: ‘Het is democratischer geworden, de gemeente vraagt nu vaak wat de burgers willen en wat voor prioriteiten ze stellen.’ De raad bestaat niet meer alleen uit vertegenwoordigers van de gevestigde partijen. Elke donderdag wordt er op het stadhuis vergaderd en dan zitten er maar liefst twaalf fracties aan tafel, waaronder de PVV, de SP, Leefbaar Almere, de Almere Partij, de fractie-Van Blitterswijk en de fractie-Eekhuis. De traditionele gemeenteraadsvergadering is vervangen door een Politieke Markt waar niet alleen de politici aan het woord komen maar ook de burger gebruik mag maken van zijn spreekrecht. Zaten de ambtenaren vroeger met zijn allen op het stadhuis, nu is een deel van hen overgeplaatst naar de woonwijken om ‘op straat contact te leggen’ en ‘in de haarvaten van de samenleving te kruipen’. Naast vijf wijkagenten zijn in Almere Haven acht gemeenteambtenaren actief. En dan is er sinds kort een nieuwe burgemeester die als ‘aaibaar’ en ‘makkelijk toegankelijk’ bekend staat: Franc Weerwind van D66. Zelfs de grootste mopperpotten en kankerpitten noemen hem een ‘verademing’ vergeleken met Annemarie Jorritsma (‘die een stuk regentesker optrad’). Toch hebben al die goedbedoelde pogingen om van Almere een ‘open’ en ‘transparante’ stad te maken er niet toe geleid dat de ontevredenheid en het gevoel van machteloosheid bij de bewoners van een buurt als Almere Haven zijn verdwenen. Integendeel. Het vertrouwen in gevestigde politieke partijen als de VVD en de PvdA is sinds 2002 alleen maar verder gedaald.

De speeltuin, met beperkte openingstijden door een tekort aan vrijwilligers. Foto: An-Sofie Kesteleyn
Te dure floriade

Bijna alle bewoners met wie we de afgelopen maanden spraken hebben op de een of andere manier sympathie voor de PVV en vooral voor de persoon van Wilders. Ze zijn niet tegen buitenlanders, benadrukken ze, maar voelen zich door alles wat aan open grenzen, vluchtelingen en IS op hen afkomt bedreigd, en Geert brengt dat gevoel onder woorden: ‘Genoeg is genoeg.’ Volgens sommigen is Wilders een ziener: ‘Hij heeft als eerste gewaarschuwd voor wat er nu gebeurt in de wereld.’

Sinds 2010 zit de PVV in de gemeenteraad, zowel toen als in 2014 werden ze met negen zetels de grootste. Inmiddels zijn ze één zetel kwijtgeraakt. René Eekhuis ging door als eenmansfractie nadat was gebleken dat hij geld van de partij naar zijn eigen rekening had doorgesluisd. Leefbaar Almere, de partij die veertien jaar geleden voor opschudding zorgde door negen zetels te veroveren, heeft er inmiddels nog maar vier. Ondanks de sympathie van veel bewoners voor de oprichters Frits Huis en Nico van Duijn, die oog en oor hadden voor de gewone man, klagen de bewoners nu dat ze te weinig van hen merken.

Als Wilders wat minder radicaal zou zijn, zouden ze zeker op hem stemmen.‘Die fossielen?’, grinnikt PVV-fractievoorzitter Toon van Dijk als we hem vragen naar de rol van Leefbaar Almere. In zijn ogen is die uitgespeeld, ook zij maken inmiddels deel uit van het establishment. In de fractiekamer hangt een levensgroot portret van Wilders en een verkiezingsaffiche van het Front National, het gevecht tegen ‘de islamisering’ wordt internationaal gevoerd. Politiek actief was Van Dijk, geboortejaar 1968, al tijdens de kruisraketten-affaire – hij was vóór plaatsing. Om zijn standpunt kracht bij te zetten, verspreidde hij stickers van het Oud-Strijders Legioen met de tekst: ‘Liever een raket in de tuin dan een Rus in de keuken.’ Inmiddels is hij advocaat, maar hij besteedt een groot deel van zijn tijd aan de politiek. Het zou niet meer dan begrijpelijk zijn als Wilders de succesvolle Van Dijk na de volgende verkiezingen naar Den Haag zou halen.

De fractievoorzitter houdt zich vooral bezig met het thema islamisering, van Nederland in het algemeen en Almere in het bijzonder. Er zijn naar zijn smaak te vaak haatpredikers op bezoek en daar wordt onvoldoende tegen opgetreden.

De Almeerders die wij interviewden, maken zich veel minder druk om de islam dan om bijvoorbeeld hun baan, het zwembad dat weggaat of de toekomst van hun kinderen. De haatpredikers die Almere zouden bezoeken, werden in de gesprekken niet één keer genoemd.

Foto’s: An-Sofie Kesteleyn

Heeft Van Dijk het gevoel dicht bij de kiezers te staan? Weten ze hem te vinden? Zeker, vertelt hij, ze mailen hem met vragen over de islamisering (‘die gaat in Almere heel hard, nieuwe bewoners zijn bijna allemaal allochtoon’), omdat ze weten dat hij daar bovenop zit. Maar kwesties als het zwembad dat wordt gesloten, de Floriade die veel te duur uitvalt, de werkloosheid? Van Dijk knikt, de Almeerders maken zich druk om hun eigen leven, ze hebben vaak moeite het hoofd boven water te houden, weet hij. Waren er maar meer banen in de polderstad, nu is het toch een beetje het afvalputje van Amsterdam. Hij brengt het gesprek elke keer op het speerpunt van de PVV, de grote dreiging van de komende tijd: de in hun ogen oprukkende islam.

Samen met D66 diende Van Dijk een motie in om een lokaal referendum in te voeren. Zo’n vorm van samenwerking lag tot voor kort nog moeilijk bij de andere partijen in de gemeenteraad. Van Dijk denkt dat het referendum een uitgelezen methode is om de Almeerders bij de politiek te betrekken. Hij signaleert dat mensen afhaken, dat ze niet meer stemmen, al denkt hij niet dat die ontwikkeling ten koste van zijn eigen partij zal gaan. Integendeel. Onder de mensen die wél opkomen zal het aantal PVV-stemmers steeds groter worden, verwacht hij.

Stemmen? Een relikwie uit het verleden.Als Wilders wat minder radicaal zou zijn, zouden ze zeker op hem stemmen zeiden veel Almeerders. Ze noemden hem steevast ‘Geert’ of spraken over ‘Hem’. De lokale PVV zei ze veel minder. Oud én jong bleven herinneringen ophalen aan ‘Pimmie’. Ondanks of misschien juist vanwege zijn onconventionele gedrag oefende hij een enorme aantrekkingskracht op hen uit. Fortuyn benoemde problemen met buitenlanders en moslims, maar deed dat charmant. In hun ogen was hij niet racistisch. ‘Het is de enige keer dat ik gestemd heb,’ zei een van onze gesprekspartners: ‘Hij deed niet aan politieke spelletjes.’ Sommigen beklaagden zich over de onzichtbaarheid van de Almeerse PVV: ‘Ze komen niet bij je aan de deur, je ziet ze nooit flyeren. Vroeger was je lid van een politieke partij, daar hoorde je bij. Nu volg je Geert Wilders nog alleen op de tv.’

Van een andere planeet

In de tijd van Fortuyn ontdekten politicologen en sociologen de ‘boze burger’ die pas weer belangstelling voor verkiezingen opbracht als hij een proteststem kon uitbrengen op een charismatische, aansprekende leider die het voor hem zou opnemen. Door de aanslagen in Madrid, Londen, Brussel en Parijs en de opkomst van IS werd de boze burger ook steeds meer een bange burger. Wie beschermde hem nog? Wie loodste hem veilig door een tijd die werd gekenmerkt door economische crisis en terrorisme? En dan kwamen er ook nog eens tienduizenden vluchtelingen het land binnen waarvan je nog maar moest afwachten wat voor vlees je in de kuip had.

Inmiddels hebben de boze en de bange burger gezelschap gekregen van de afgehaakte burger, die niet meer het gevoel heeft dat de politiek iets voor hem kan betekenen. Die wel betrokken is bij zijn buurt en protesteert tegen de sluiting van het zwembad om de hoek en vrijwilligerswerk verricht, maar niet meer zou weten waarom hij moet stemmen en op wie.
Want: ‘de politici doen toch wat ze willen.’

Voor veel jonge bewoners van Almere Haven is stemmen iets wat hun ouders deden. Een relikwie uit het verleden. In de vorige eeuw had je er misschien nog iets aan, maar nu? De kinderen van Henny en Herman Baas en van Luc en Sjoerdtje Vos zien de zin er niet van in of weten nog niet of ze gaan stemmen. Het zijn dertigers, harde werkers, belastingbetalers, deugdzame burgers die het land hard nodig heeft. Maar van de politiek voelen ze zich vervreemd, ze kunnen zich er op geen enkele manier mee identificeren. Politici lijken van een andere planeet te komen: ‘Ik volg ze niet meer, als ze van die dure woorden gebruiken, dan haak ik af.’

Ze vinden niet dat ze overdreven verwachtingen koesteren: politici horen naast je te staan, je te beschermen tegen de oprukkende globalisering. Veiligheid, een baan en goede zorg als je die nodig hebt, meer vragen ze eigenlijk niet.

Martin Baas, de teamleider service en veiligheid bij Connexxion, zegt dat er dankzij de PVV nu meer cameratoezicht is en meer politie op straat. Maar hij vindt de partij te radicaal om op te stemmen. Hij houdt van Haven, zijn ‘dorp’. Zijn vrouw Naomi, die er ook vandaan komt, droomt wel eens van een leven in een klein Fries plaatsje waar het bestaan gemoedelijker is. Gemeenschapszin, je om elkaar bekommeren, daar hunkeren ze naar, daar zou de politiek meer aandacht aan moeten geven.

Voor de dochters van Luc en Sjoerdtje geldt hetzelfde, Arianne vertelt van de barbecue die haar straat organiseert en Inge kreeg laatst hulp van haar Turkse buurman toen ze autopech had. Hij heeft een garage maar ze hoefde niets te betalen. Een paar weken later informeerde hij of de auto nog goed reed. Ook in haar multiculturele straat kijkt iedereen naar elkaar om.

Ze hebben minder tegen buitenlanders dan tegen politici. In feite heeft de democratie voor deze generatie afgedaan, als het aan hen ligt, gaan ze nooit meer stemmen. Niet uit cynisme, maar uit totale desinteresse. Ze kunnen zich niet voorstellen dat stemmen zinvol is. Idealen en dromen zoeken ze veel dichterbij. Het gaat om het verbeteren van de leefsituatie op microniveau en dan niet alleen voor jezelf, maar voor de hele omgeving. Een ontluikend, nieuw soort idealisme.

Hun ouders hebben er altijd op aangedrongen wél hun stem uit te brengen, het is tenslotte je democratische recht en daardoor ook een beetje je plicht. Arianne en Inge zitten daarom een beetje beschaamd aan de eettafel bij hun ouders, want ze doen het niet, hun mannen blijven ook thuis. Het is het begin van de lente, bij de moskee aan de overkant brandt nog licht. Die middag nog werden alle blaadjes keurig met een stofzuiger weggezogen, tot vermaak van Luc Vos.

De politieke partijen helpen niet meer met het invullen van formulieren. Ze eisen zelfredzaamheid van de burger en dat is synoniem voor ‘zoek het maar uit.’ Opvallend genoeg zit Jaouad Belhaj, de 27-jarige secretaris van de moskee, op dezelfde lijn als de kinderen van Luc en Sjoerdtje, Henny en Herman. Ook hij gelooft niet meer in de politiek. Zijn vader kwam hier als gastarbeider en stemde als vanzelfsprekend PvdA. Onrecht kon je bestrijden, leerde hij toen nog van zijn vader. Mensen kwamen voor elkaar op. In de harde wereld van nu gebeurt dat niet meer. Jaoud reageert laconiek op de vele PVV-stemmers die in de buurt wonen: ‘Zo lang Wilders niet aan de macht is, lig ik er niet wakker van. We geven de moskeebezoekers wel adviezen, bijvoorbeeld toen Pegida in Almere kwam demonstreren.’ Bovendien, zegt hij: ‘Ze krijgen ons er toch niet uit, we zijn gewoon Nederlanders.’

Stemmen doet Jaouad al jaren niet meer, zijn vader is er trouwens ook mee gestopt, ze zouden niet weten waarom ze nog naar het stemlokaal zouden gaan. De politieke partijen helpen niet meer met het invullen van formulieren. Ze eisen zelfredzaamheid van de burger en dat is synoniem voor ‘zoek het maar uit.’ Ook Jaouad is niet cynisch, hij is sociaal zelfs heel actief, hij helpt alle moskeegangers waar hij kan want hij is in de afgelopen jaren zeker geloviger geworden. Daar heeft Wilders hem een handje bij geholpen. Veel moslims hebben dezelfde ontwikkeling doorgemaakt als hij. ‘Ik hoorde Wilders afgeven op de islam en ik dacht: ik ben niet zoals hij beweert. Daardoor verdiepte ik me steeds meer in de islam en het geloof gaf me kracht en kennis.’ Ondanks zijn teleurstelling in de politiek heeft Jaouad juist meer houvast gekregen dan hij in de jaren ervoor had. Waar andere bewoners van Almere steun zoeken in het persoonlijke en dromen van een overzichtelijke leefgemeenschap in Oost-Groningen of Friesland, heeft Jaouad rust gevonden in de Attaouba-moskee.

SCP-directeur Kim Putters: ‘De samenhang is weg gereorganiseerd’

SCP-directeur Kim Putters. Foto: Werry Cronen/HH

‘Je kunt boos zijn omdat de politici niet doen wat je wilt. Dat soort gemopper is van alle tijden. Maar als mensen zeggen: ze zien me toch niet staan, het heeft geen zin meer om te stemmen, gaat dat een stap verder. Zulke uitspraken vind ik zorgwekkend.’ Prof. dr. Kim Putters, sinds 2013 directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, een van de invloedrijkste adviesorganen van de regering, herkent veel in het portret van Almere Haven: de teleurgestelde werknemer die tijdens de crisis aan de kant is gezet en zich erbij heeft neergelegd dat hij nooit meer aan een baan komt, de PVV-stemmer die bang is dat Nederland straks niet meer Nederland is en zich afvraagt wie de ouderenzorg zal betalen, de twintigers en dertigers die hebben besloten dat de politiek niets voor hen is. Ze houden multiculturele barbecues, ontfermen zich over de buren maar willen niet lastig worden gevallen met verkiezingsprogramma’s en wervende flyers en stemmen doen ze niet meer. De kinderen van de pioniers die Almere Haven eigenhandig opbouwden zijn niet tegen de politiek, het is nog erger, zegt Putters na lezing van het artikel: ‘Ze zijn onverschillig.’

De ouderen in Almere Haven stemden vroeger op de PvdA. Ze waren lid van de vakbond en dachten het in de toekomst beter te krijgen. Hun leven was overzichtelijk en veilig. Met het verdwijnen van de verzuiling verloren ze ook hun houvast. Scholen en ziekenhuizen fuseerden tot grote kolossen, buurthuizen sloten vanwege de bezuinigingen hun deuren. De samenhang in hun leven werd ‘weg gereorganiseerd’, zoals Putters het noemt. Hun buurt is hun buurt niet meer.

‘Politici doen maar wat’

Uit het SCP-onderzoek ‘Meer democratie, minder politiek?’ blijkt dat 93 procent van de Nederlanders de democratie een uitstekend idee vindt maar over de representanten ervan, de politici, veel minder te spreken is. Het vertrouwen in hen is tot onder de 40 procent gedaald. Een van de mogelijke oorzaken is dat ministers, parlementariërs, wethouders en gemeenteraadsleden overwegend uit één bevolkingsgroep worden gerekruteerd: de blanke hoogopgeleiden – al komt er steeds meer diversiteit. Ze drukken zich echter vaak uit in technocratisch jargon dat voor de gewone man lastig te volgen is. Een deel van de bevolking herkent zich niet in zulke bestuurders en politici en reageert daarop door met de voeten te stemmen. Putters: ‘Vroeger, in de tijd van de verzuiling, had je het idee dat je belangen werden behartigd. De dominee en de vakbondsman kwamen voor je op, de huisarts, de rector van de school. Het maatschappelijk middenveld ving daarmee ook de klappen op voor de politiek. Maar nu heeft dat middenveld nog maar marginale invloed. De verzelfstandiging en privatisering van woningcorporaties, ziekenhuizen en zorginstellingen heeft ertoe geleid dat loyaliteit aan bewoners en patiënten plaats maakte voor economische afwegingen als “halen we onze output wel?” en “wat is de prijs/kwaliteitverhouding?” De politiek heeft daar willens en wetens op aangestuurd. Door het wegvallen van tussenpersonen die ze kunnen vertrouwen, verwachten burgers nu alle heil van de overheid en de politici en die kunnen dat met geen mogelijkheid waarmaken. Dan krijg je reacties als: de politiek is er niet voor mij. Of: de politici doen maar wat.’

In Almere Haven kwamen we veel mensen tegen die het gevoel hadden dat hun mening niet telt. De overheid luistert toch niet, het heeft geen zin je met politiek te bemoeien.
‘Dat komt me bekend voor, al leeft die klacht meer bij lager en middelbaar opgeleiden dan bij academici. De laagopgeleiden in Nederland hebben het gevoel dat ze door de politiek in de steek zijn gelaten. Een van onze bevindingen is dat hoogopgeleiden vaker op inspraakavonden komen en makkelijker een brief aan de wethouder schrijven. Ze weten de weg in het bestuurlijke doolhof te vinden, dat geeft hen een enorme voorsprong. Uit al ons onderzoek blijkt dat de scheidslijn tussen mensen met een laag en een hoog opleidingsniveau hardnekkiger is geworden. Dat is alarmerend.’

Geen geld voor een schoolreisje

Het verschil tussen vmbo’ers, havisten, vwo’ers en afgestudeerden van universiteiten en hogescholen is op bijna alle terreinen van het leven zichtbaar, zegt Putters. Het klinkt als een cliché, maar ze kijken naar andere tv-programma’s (Nieuwsuur versus Hart van Nederland), houden van andere muziek (het Concertgebouworkest versus Frans Bauer) en zijn niet even gewild op de arbeidsmarkt: ‘Lager opgeleiden zijn drie keer zo vaak werkloos als hoger opgeleiden en hebben drie keer zo vaak een flexbaantje in plaats van een vast contract. Terwijl juist zij veel behoefte hebben aan bestaanszekerheid en geborgenheid.’

De Havenaren wonden zich vreselijk op over de sluiting van hun zwembad door de gemeente.
‘Ook dat valt niet moeilijk te verklaren.’ Putters verwijst naar het rapport ‘Gescheiden werelden?’ waarin het SCP en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid onder meer laten zien dat hoogopgeleiden hun kennissenkring opdoen op hun werk of bij de Coffee Company, terwijl lager opgeleiden veel meer zijn aangewezen op hun familie en hun buurtje. ‘Dan komt het schrappen van voorzieningen als het plaatselijke zwembad hard aan.’

In Almere viel ons op hoeveel mensen door de financiële crisis zijn getroffen. Ze waren in het begin van de eeuw al boos op de overheid, maar sindsdien hebben ze veel te verstouwen gekregen: reorganisaties, ontslagen.
‘Ja. Als je met ambtenaren van bijvoorbeeld het ministerie van Financiën praat, krijg je te horen: het gaat economisch beter, het consumentenvertrouwen stijgt. Maar een heleboel mensen vragen zich af: waar is mijn baan gebleven? Het kabinet laat zich erop voorstaan dat de werkgelegenheid weer toeneemt maar je mag niet vergeten dat ongeveer 1 miljoen Nederlanders ondertussen in armoede leeft en geen geld heeft voor een schoolreisje of het lidmaatschap van een sportclub voor hun kinderen. Voor bijna 600.000 langdurig werklozen geldt dat ze soms een jaartje aan het werk kunnen maar daarna weer aan de kant komen te staan. Ik heb tegen het kabinet gezegd: wat jullie bereikt hebben, is voor hen onvoldoende. Het lot van de langdurig werklozen staat niet hoog genoeg op de politieke agenda en dat zeg ik met pijn in het hart.’

In een stad als Almere stemmen de lager en middelbaar opgeleiden op de PVV of de lokale partij Leefbaar Almere, de welgestelden op D66. De grote partijen van vroeger komen er nauwelijks meer aan te pas.
‘Dat is niet representatief voor het hele land, maar in veel steden groeit het stemgedrag van de verschillende buurten en bevolkingsgroepen uit elkaar. Je ziet bij verkiezingen een toenemende tegenstelling tussen de bovenkant en de maatschappelijke achterblijvers. Als die ontwikkeling zich voortzet, kom je in een heel gepolariseerd politiek landschap terecht.’

Heel wat Almeerders zeiden tegen ons: we kunnen ons vinden in de boodschap van Wilders maar verlangen toch vaak terug naar Pim Fortuyn. Die was charmant en had humor.
‘Pim heeft nooit de kans gekregen te bewijzen wat hij in zijn mars had. Geert Wilders heeft als gedoogpartner deelgenomen aan een kabinet en het resultaat was teleurstellend. Hun boodschap lijkt op elkaar maar er is een groot verschil in toon en taalgebruik. Het kan zijn dat mensen worden afgeschrikt door de harde toon die Wilders regelmatig aanslaat. Maar het valt niet te ontkennen dat hij weet hoe een groot deel van de bevolking denkt over Europa, open grenzen en immigratie. Ik vermoed dat hij het SCP-onderzoek daarnaar op de voet volgt. Wilders beseft waar veel kiezers zich zorgen over maken. Het is alleen geen man die de verbinding zoekt. Zodra er een politicus opstaat die zijn boodschap combineert met een gematigder toon, wordt die electoraal de spekkoper.’

Wat ons opviel, is de angst voor de toekomst.
‘Veel Nederlanders hebben daar bange voorgevoelens over. Mijn voorganger Paul Schnabel heeft de stemming in het land wel eens zo omschreven: met mij gaat het goed maar met ons gaat het slecht. Uit jullie artikel blijkt dat nu een bevolkingsgroep ontstaat die zegt: met mij gaat het slecht en met de maatschappij niet veel beter. We hebben veel te verliezen want we kenden een voorbeeldige verzorgingsstaat. Nu krijgen mensen te horen: je moet niet alleen voor jezelf en je kinderen maar ook voor je zieke ouders zorgen. Dat geeft onzekerheid. De Nederlanders zijn een onzekerder en angstiger volk geworden en een deel van die angst is terecht. Niemand kan je nog de garantie geven dat je kinderen het beter zullen krijgen dan jij. De hoop daarop leeft eigenlijk nog alleen onder de allochtonen. Niet onder de autochtonen.’

Dit kabinet begon met de belofte: we gaan elkaar de hand reiken, we gaan een brug slaan naar de samenleving. Van dat optimisme is na drieënhalf jaar weinig over.
‘Er zijn veel goedbedoelde beleidsmaatregelen genomen. Maar dat heeft niet kunnen voorkomen dat de kloof tussen lager en hoger opgeleiden groter is geworden en de etnische tegenstellingen zijn gegroeid. Het beeld dat dit kabinet meer verbinding in de samenleving tot stand zou brengen, heeft niet beklijfd.’

Putters benadrukt dat het SCP er niet is om de politiek de wet voor te schrijven. Hij wil ministers en Kamerleden wel helpen ‘de problemen te ontrafelen.’ Zijn grootste zorg gaat uit naar de etnische tegenstellingen die hand over hand toenemen: mensen beperken hun sociale contacten steeds meer tot hun eigen groep, het aantal gemengde huwelijken daalt, bevolkingsgroepen vertrouwen elkaar minder dan vroeger en IS en Al-Qaida vergroten de spanningen: ‘Voor je het weet wordt de gemiddelde moskeebezoeker geassocieerd met kalasjnikovs en de aanslagen in Parijs en Brussel. Als ik dat allemaal op me laat inwerken, denk ik wel eens: waar moeten we beginnen om dit in goede banen te leiden?’
En dan zijn er nog de twintigers en dertigers die het niet eens meer de moeite waarde vinden om een proteststem uit te brengen maar gewoon thuisblijven: ‘Er zijn nu twee generaties opgegroeid die nooit oorlog en onderdrukking hebben meegemaakt. Dat is geweldig maar heeft ook een keerzijde. Sommige mensen beseffen kennelijk onvoldoende in wat voor fantastisch land we leven en hoe belangrijk het is dat te koesteren. We zullen het belang van de democratie beter over het voetlicht moeten brengen.’

Word abonnee vanaf € 4,99 Sluit je aan
X
Het zijn tijden voor Vrij Nederland
Het zijn tijden voor
Vrij Nederland
Goede journalistiek kost tijd en aandacht. Om de verhalen te kunnen maken die jij graag leest, vragen we je abonnee te worden. Sluit je nu aan.
Om de verhalen te kunnen maken die jij graag leest, vragen we je abonnee te worden van VN.
Het platform voor progressief Nederland
Voor cultuurliefhebbers en kritische volgers van de actualiteit
Onafhankelijke journalistiek: van maandblad tot video, van podcast tot blog
En: jaarlijks vier thema-specials

Advertentie

Advertentie