Hoe zullen apps en de komst van Google Glass de zorg veranderen? Chirurg Marlies Schijven: ‘Artsen moeten zich veel actiever gaan bemoeien met de overweldigende toestroom van nieuwe technologie.’

De chirurg komt de operatiekamer binnen. Het blonde haar strak naar achteren gebonden, op haar neus prijkt een licht titanium montuur. Op het eerste oog: niets aan de hand. Gewoon een dokter, met een bril. Maar zodra ze de patiënt op de operatietafel nadert, maakt de bril automatisch contact met het elektronisch dossier van de patiënt.

Aan de binnenkant van de brillenglazen springt een veld met informatie aan. Rechtsboven in beeld verschijnt het nummer van de operatiekamer, de naam van de patiënt en ‘acute buikpijn’, de klacht waarmee hij is binnengebracht. Daaronder: ‘diagnostische laparotomie’, zo heet de ingreep waarvoor hij nu op tafel ligt. En let op, vertelt de bril aan de dokter: deze patiënt is allergisch voor penicilline. 

De beelden van haar bril worden real-time gestreamed naar YouTube

‘OK Glass,’ zegt de chirurg tegen de bril. Op haar spraakcommando verschijnen de gewenste gegevens in haar gezichtsveld. Tijdens de operatie kan ze in de brillenglazen de laatste lab-waarden van de patiënt bekijken, of een scan tevoorschijn toveren die een van de radiologen eerder die dag van de buik heeft gemaakt.

En mocht ze onverwachts op complicaties stuiten waarvoor ze niet meteen een oplossing paraat heeft, dan biedt de augmented reality-app uitkomst. Daarmee kan ze in haar bril een instructiefilmpje op de buik van de patiënt projecteren; een extra video-laag over de werkelijkheid, die haar vertelt welke alternatieve ingreep ze zou kunnen uitvoeren. Intussen kijken een collega-chirurg, een clubje medisch studenten én de familie van de patiënt door de ogen van de arts met de operatie mee: de beelden van haar bril worden real-time gestreamed naar YouTube.

'Ok Glass,' zegt chirurg Marlies Schijven tegen haar Google Glass en de gewenste gegevens verschijnen in haar gezichtsveld. Foto: Jasper Zwartjes
‘Ok Glass,’ zegt chirurg Marlies Schijven tegen haar Google Glass en de gewenste gegevens verschijnen in haar gezichtsveld. Foto: Jasper Zwartjes

YouTube-operatie

Sciencefiction? Nauwelijks, als het aan chirurg Marlies Schijven ligt. Goed, de automatische verbinding met een elektronisch patiëntendossier bestaat nog niet. En de mogelijkheden voor augmented reality zijn voorlopig beperkt. Maar afgelopen najaar voerde Schijven in het Amsterdams Medisch Centrum waaraan ze verbonden is, wel degelijk voor het eerst een levensechte operatie uit met een Google Glass op haar neus.

De beelden van haar bril waren een paar kilometer verderop gelijktijdig te zien in een congreszaal in Amstelveen, waar een collega-chirurg uit de Verenigde Staten al ijsberend over het podium commentaar gaf op de operatie. Hij droeg bovendien zijn eigen Google Glass, waarin het beeld van de bril van Schijven geprojecteerd werd. Zo kon hij als collega direct met haar meekijken.

Ze opereerde een man met refluxklachten, waarbij er te veel maagzuur in de slokdarm komt. De ingewanden en omliggende organen van de patiënt verschenen niet alleen in Amstelveen levensgroot in beeld. Thuis kon zijn vrouw de hele operatie via YouTube volgen.

Om misverstanden te voorkomen: uiteindelijk zou zo’n livestream natuurlijk via een besloten, beveiligde verbinding moeten lopen, benadrukt Schijven. ‘Ik geloof niet dat je iedere operatie in de toekomst standaard op YouTube moet zetten. Het systeembeheer moet ongelooflijk zorgvuldig gebeuren, dat moet allemaal nog uitkristalliseren. Met dit experiment, waarover uiteraard van te voren afspraken gemaakt zijn met de patiënt en diens familie, wilde ik vooral onderzoeken wat Google Glass voor mogelijkheden biedt voor de communicatie tussen medisch personeel onderling. Ik vind dat dokters, in goed overleg met de patiënt, zelf de grenzen van dit soort nieuwe technologie moeten verkennen.’

‘Welbeschouwd zijn we allemaal onderdeel van een briljante marketingtruc. De Google Glass wordt door z’n exclusiviteit alleen maar aantrekkelijker’

Behalve slimme brillen komt er namelijk van alles op de spreekkamers af: van lenzen waarmee je als patiënt zelf je glucose kunt meten tot robotjes die je inslikt om het medicijn naar de juiste plaats in je lichaam te brengen. Dokters zouden zich volgens Schijven veel actiever moeten bemoeien met de ontwikkeling van al die technologie. ‘Als je dat proces helemaal aan de industrie overlaat, komt er allerlei medisch onverantwoorde smurrie op de markt.’ Maar ja, dokters zijn ongelooflijk druk, en niet zelden behoorlijk conservatief. ‘Helaas zijn er onder mijn vakgenoten maar weinig geeks zoals ik.’

Tech-nerd

Dokter Marlies Schijven heeft een ongebruikelijke biografie. Van huis uit is ze ‘een enorme tech-nerd’. Voordat ze haar studies gezondheidswetenschappen en geneeskunde cum laude afrondde, studeerde ze aan de Design Academie in Eindhoven. Eenmaal in de chirurgie hielden robotica en andere technische snufjes haar belangstelling.

Ze promoveerde op virtual reality-trainingen in de laparoscopie, waarbij artsen via simulatoren oefenen om met instrumenten te opereren in weefsel dat ze niet kunnen voelen (Schijven, droogjes: ‘Vergelijk het met achteruit inparkeren’).

In Nederland is ze voorlopig de enige dokter met een eigen Google bril, constateert Schijven niet zonder trots. Ze maakt deel uit van een kleine, internationale voorhoede van artsen die experimenteert met ‘de Glass’ en daar in de media enthousiast van getuigt. Via een Amerikaanse collega-chirurg ontving ze een uitnodiging van Google om toe te treden tot de community van Glass ‘explorers’. Want voorlopig is de bril nog amper voor gewone stervelingen te koop.

Google stelde een bètaversie van de Glass beschikbaar voor een select gezelschap van techneuten en andere enthousiastelingen, die elkaar voor de bril konden voordragen. ‘Welbeschouwd zijn we allemaal onderdeel van een briljante marketingtruc,’ zegt Schijven. ‘De Glass wordt door z’n exclusiviteit alleen maar aantrekkelijker. En onder die kleine groep frontrunners aan wie Google de bril tot nu toe voor een slordige vijftienhonderd dollar heeft verkocht, zitten bovendien veel tech-fanaten zoals ik die zelf allerlei apps en toepassingen voor het ding gaan bedenken. Daar profiteert Google natuurlijk ook weer van.’

Een contactlens die de bloedsuikerspiegel kan meten. Foto: GoogleEen contactlens die de bloedsuikerspiegel kan meten. Foto: Google

De bril eerst hacken

Op een avond in haar Utrechtse woonkeuken haalt ze de bril tevoorschijn uit haar handtas. ‘Toys are for boys,’ grinnikt ze, ‘but gadgets are for girls.’ Al moet ze toegeven: het ontwerp van dit eerste prototype is weinig gracieus. Het grijze titanium montuur waaraan opzij een glazen blokje met daarin een camera hangt, is, nou ja, hoogstens functioneel-futuristisch te noemen.

Ook de software is nog verre van optimaal. Om de beelden van haar Glass gelijktijdig te kunnen vertonen op het congres in Amstelveen, moest ze de bril eerst hacken. ‘De Glass biedt nu nog nauwelijks gelegenheid om live te streamen, maar die beperking wilde ik me niet door Google laten opleggen. Ik dacht: als ik de bril in het ziekenhuis wil gebruiken, zou ik de mogelijkheid moeten hebben om een collega om drie uur ’s nachts via mijn Glass te laten meekijken bij een operatie als ik er niet uitkom. Met een clubje techneuten hebben we daarom het glas gekraakt en een directe verbinding met YouTube gemaakt, bij wijze van experiment.’

Schijvens operatie met de Google Glass werd in de eerste twee dagen op YouTube drieduizend keer bekeken. Online circuleren er inmiddels meer filmpjes van dokters-met-een-bril. In het Radboud Universitair Medisch Centrum in Nijmegen testten chirurgen de bril vorige zomer al tijdens een kaakoperatie en wordt onder meer onderzoek gedaan naar de Glass als vervanger van de blindengeleidehond.

Een van de grootste zorgen is uiteraard: wat gebeurt er met mijn data?

Een Britse chirurg liet het publiek via zijn bril onlangs geanimeerd meekijken hoe hij een kankergezwel te lijf ging. De hype rondom de bril is enorm, zegt Schijven. ‘Iedereen is bezig met: wie is er als eerste bij?’ Zelf noemde Schijven haar livestream video op YouTube ook niets minder dan een ‘wereldpremière’ in de laparoscopie. Ach, je moet een beetje competitief zijn, vindt ze.

‘Uiteindelijk gaat het mij erom dat we zinvolle toepassingen van al die nieuwe technologie bedenken voor de medische wetenschap. In mijn vrije uren zit ik eindeloos achter mijn laptop uit te dokteren wat er allemaal mogelijk is.’ Behalve haar experiment met de Glass werkt ze aan een revalidatie-app die mensen via serious gaming moet aansporen om hun oefeningen te doen.

Eerder bedacht ze de Hospitality App om patiënten bij aankomst in het ziekenhuis in contact te brengen met een student of vrijwilliger die hen begeleidt bij het doktersbezoek. ‘Dat is ook eigen belang hoor, het merendeel van mijn patiënten kwam knettergestresst bij de poli aan omdat ze de weg niet konden vinden.’ In het AMC kunnen patiënten de applicatie inmiddels via hun smartphone gebruiken, maar Schijven heeft de app ook alvast beschikbaar gemaakt voor toekomstige Google Glass-bezitters. ‘Dan zijn we er maar vast klaar voor,’ zegt ze.

Een face-talk consult. Foto: Jasper ZwartjesEen face-talk consult. Foto: Jasper Zwartjes

Gehypet kreng

Voorlopig is nog onbekend of en wanneer er een Glass voor de consumentenmarkt komt. Om de hype nog wat verder op te zwepen, bood het bedrijf enthousiastelingen in Amerika onlangs op één dag in april en in mei de kans een Glass te kopen. Tech-watchers verwachten dat het bedrijf tijdens haar jaarlijkse ontwikkelaarsconferentie eind juni in San Francisco eindelijk met meer duidelijkheid komt over de toekomst van de Glass.

Sommige bloggers zien er reikhalzend naar uit, anderen zijn inmiddels ronduit negatief en schrijven over ‘dat gehypete kreng dat al zo lang op zich laat wachten’. Een bloemlezing uit de kritiek: de batterijduur valt tegen, de camera functioneert slecht, de bril ziet er niet uit. En een van de grootste zorgen is uiteraard: wat gebeurt er met mijn data? In de prototype-variant gaat alle info die je op de Glass laadt, rechtstreeks naar de servers van Google – het algoritmemonster dat al zoveel van ons weet. Moeten we daar blij mee zijn?

Chirurg Schijven reageert onderkoeld op alle kritiek: ‘Natuurlijk moet gevoelige medische data alleen via een beveiligde ziekenhuisserver worden uitgewisseld. Het punt is: al die software is nu nog in ontwikkeling, maar dat zou dokters er niet van moeten weerhouden om na te denken over hoe ze zo’n Glass in de toekomst op een slimme manier kunnen inzetten.’

De ‘wearables’ rukken op, klinkt het in huisartsenpraktijken en ziekenhuizen

Ze wijst nog maar eens op alle mogelijkheden: voor de onderlinge communicatie en scholing van medisch personeel, maar ook voor patiënten. ‘Stel je eens voor dat je je demente oma zo’n bril opzet, en de Glass haar door middel van gezichtsherkenning vertelt: “Dit is je kleindochter.” Of denk aan epilepsiepatiënten: met de bril zou je de beweging van het oog kunnen meten en daarmee een epileptische aanval kunnen voorspellen en voorkomen.’

Wearable Technology

Met een groep internationale collegae, onder wie een aantal enthousiaste Glass-chirurgen, richtte Schijven onlangs een internationale vereniging voor Wearable Technology in Healthcare op. In juli houden ze in Indianapolis hun eerste congres. Hun missie is om medici, softwareontwikkelaars en hardware producenten bij elkaar te brengen en tot meer samenwerking te bewegen.

Want de Google Glass is zeker niet het enige slimme gadget waarmee Schijven en haar collega-medici in de toekomst geconfronteerd zullen worden. De ‘wearables’ rukken op, klinkt het in huisartsenpraktijken en ziekenhuizen. Fabrikanten buitelen over elkaar heen met de lancering van slimme horloges, ringen en polsbanden die het menselijk welbevinden continu monitoren.

Fit is het nieuwe zwart, bij de grote IT-bedrijven. Nadat Samsung dit voorjaar onder meer de eerste smartphone met een hartslagmeter presenteerde en Microsoft met een platform voor persoonlijke medische dossiers kwam, stortte ook Apple zich begin juni nadrukkelijk op de gezondheidsmarkt. Het bedrijf kondigde de komst van ‘Health’ aan, een nieuwe app die alle informatie uit bijvoorbeeld fitnessbandjes en slimme weegschalen bij elkaar brengt en opslaat.

'Wearables' voor epilepsiepatiënten. Foto: Artefact Group‘Wearables’ voor epilepsiepatiënten. Foto: Artefact Group

Daarmee vervolgt het ‘Quantified Self’, de beweging van de moderne mens die zichzelf voortdurend opmeet, zijn opmars. Artsen en verpleegkundigen zullen zich meer en meer tot al die wearables, apps en zelf vergaarde data van de patiënt moeten verhouden.

‘Komt een vrouw met zelfmetingen bij de dokter’, zo vatte een van de sprekers de nabije toekomst begin juni samen, tijdens het Apps 4 Health Congres in Eindhoven. In de steriele nieuwbouw van High Tech Campus The Strip confereren zo’n honderd aanwezigen. Lichaamsgewicht, bloeddruk, stemmingen, zelfs je genetisch profiel: er lijkt niets te zijn dat zich nog niet via een app in kaart laat brengen.

Ook in de app-store te vinden: een stemvervormer die helpt om ‘ziek’ naar je baas te bellen. Een lawine aan medische en semi-medische-apps tekent zich af. En juist in het onderscheid tussen beide zit het probleem. Want hoe betrouwbaar zijn de gegevens van zulke apps, wie bepaalt dat, hoe moet het grote aanbod van applicaties gereguleerd worden?

Uiteraard luidt ook op dit congres de grote vraag: waar blijven al die persoonlijke, soms medisch gevoelige data die een nietsvermoedende health freak via zijn horloge of polsband verzamelt? Je moet er niet aan denken dat al die informatie bij verzekeraars terechtkomt, klinkt het schamper in een van de workshops, dan kunnen de zwakkere broeders straks op torenhoge premies rekenen.

Missiewerk

En wat moeten artsen op hun beurt met de stroom aan gegevens die patiënten via hun wearables en apps produceren? Leiden ze tot kostenbesparingen doordat mensen er eerder bij zijn als er iets mis is, of juist tot een stijging van de zorgkosten omdat allerlei overbezorgde zelfmeters bij de minste of geringste afwijking naar de dokter rennen?

In het hightechcongrescentrum in Eindhoven overheersen de vragen, antwoorden zijn nog nauwelijks te formuleren. Marlies Schijven, die op het congres een presentatie geeft over haar Hospitality App, wordt er vooral voortdurend aangeschoten door allerlei app-ontwikkelaars met zwarte designbrillen.

‘Mijn zorg is dat er nu allerlei mensen aan de slag zijn met apps die niets van het medische domein snappen, die niet begrijpen dat een app geen dokter is’

De tech-dokter is een gewild adres om een idee voor een appje te pluggen, ook haar mailbox puilt uit. ‘Ik roep altijd meteen: hartstikke leuk, maar ik heb geen geld, hoor, bij het ziekenhuis is er nauwelijks budget voor dit soort dingen.’ Toch vindt ze het belangrijk om als specialist contact te houden met bedrijven die apps willen ontwikkelen.

‘Mijn zorg is dat er nu allerlei mensen aan de slag zijn met apps die niets van het medische domein snappen, die niet begrijpen dat een app geen dokter is. En dat patiënten te snel op zo’n applicatie gaan vertrouwen.’ Ze noemt het voorbeeld van huidkanker-apps die pretendeerden melanomen te kunnen herkennen: dat konden ze in de meeste gevallen helemaal niet, bleek uit onderzoek.

Of neem de revalidatie-apps die patiënten voorschrijven hoe ze hun oefeningen moeten doen, tot hoe ver ze bijvoorbeeld hun been mogen optillen. ‘De gemeten hoeken kunnen per smartphone enorm verschillen. Dat maakt nogal uit als je je knie weer aan de praat wilt krijgen.’

Schijven is samen met Erich Taubert, een Doetinchemse uroloog die de wereld verovert met zijn plas-apps, een van de weinige medisch specialisten op het congres. Er is nog een hoop missiewerk te doen, constateert ze. ‘Je ziet hoe hard de industrie opstoomt, dokters mogen zich niet door al die technologie laten overvallen.’

Tech-dokter Marlies Schijven: 'Een app is geen dokter.' Foto: Jasper ZwartjesTech-dokter Marlies Schijven: ‘Een app is geen dokter.’ Foto: Jasper Zwartjes

Slimme pleisters

Dat is precies de missie waarmee Lucien Engelen door het Radboud Ziekenhuis in Nijmegen trekt. Engelen, zelf overigens geen arts, is benoemd tot directeur van het REshape & Innovation Center van het ziekenhuis. Met zijn vlinderstrik om en, als het even kan, zijn Google Glass op de neus, probeert hij de Nijmeegse medisch specialisten en verpleegkundigen warm te maken voor de laatste technologische snufjes.

Ook hij liet de Glass in de operatiekamer testen, hij lanceerde een op afstand bestuurbare iPad-zuster en laat artsen inmiddels via Facetalk consult houden met hun patiënten, zodat die voor controle niet meer altijd naar het ziekenhuis hoeven te komen. Een van zijn recentste projecten: de introductie van slimme pleisters, die 24 uur per dag op afstand onder meer hartslag, ademhaling en stressniveau van een patiënt meten.

Wat Engelen aan al die ontwikkelingen vooral fascineert: de patiënt wordt veel meer actief betrokken bij zijn eigen gezondheid, behandeling en revalidatie. Ook de Google Glass, of een soortgelijke opvolger van een andere fabrikant, kan de zelfredzaamheid van patiënten in de toekomst enorm vergroten: ‘Je zou mensen met autisme, doven of blinden prachtig kunnen laten coachen door zo’n bril. Onze eerste proeven met de bril als vervanger van de geleidehond zijn veelbelovend.’ Bovendien roemt ook Engelen de mogelijkheden van gezichtsherkenning door de bril voor dementerenden.

Juist over de applicaties voor gezichtsherkenning die nu door ontwikkelaars voor de Google Glass worden gebouwd, is om privacy-redenen het meest te doen. Sinds de eerste geruchten over de introductie van de bril wordt gevreesd dat de wereld zal veranderen in een groot panopticum, waarin iedereen elkaar ongezien kan bespieden.

Steeds zijn er berichten over wat er allemaal niet werkt aan de bril. Sommige tech-watchers zien daarin een uitgekiende marketingstrategie van Google

De gezichtsherkenningssoftware maakt het bijvoorbeeld mogelijk om gezichten van argeloze voorbijgangers te herkennen en te koppelen aan allerlei persoonlijke informatie over diegene op social media, of in andere databases. Google heeft gezegd voorlopig geen gezichtsherkenningsapplicaties toe te laten, maar bezorgde privacywatchers zijn er niet gerust op.

Complottheorieën

Peter-Paul Verbeek, hoogleraar filosofie van mens en techniek aan de Universiteit Twente, gaat vanaf de zomer onderzoeken wat de effecten zijn als de Google Glass (‘met zijn permanente ondertiteling bij de wereld’) zijn intrede doet in de publieke ruimte. Hij vreest dat Google het nobele doel van gezichtsherkenning in de zorg mogelijk zal gaan gebruiken als argument om toch gezichtsherkennings-apps toe te staan.

Sowieso bekruipt Verbeek wel eens het gevoel dat Google bezig is de maatschappij heel langzaam aan de Glass te laten wennen. ‘Ze rommelen al zo lang met de introductie van de bril, het hele proces verloopt ronduit klungelig. Steeds zijn er berichten over wat er allemaal niet werkt aan de bril. Dat is niets voor zo’n gelikt bedrijf als Google. Sommige tech-watchers zien daarin een uitgekiende marketingstrategie: Google wil ons het idee geven dat het ding heus niet zo’n grote bedreiging voor de privacy is. Als wetenschapper waag ik me natuurlijk niet aan dat soort complottheorieën, maar helemaal onwaarschijnlijk klinkt het niet.’

Tijdens de operatie kunnen artsen met hun Google Glass vitale informatie zien over de patiënt. Foto: Jasper ZwartjesTijdens de operatie kunnen artsen met hun Google Glass vitale informatie zien over de patiënt. Foto: Jasper Zwartjes

Chirurg Marlies Schijven op haar beurt is vooral bang dat alle bezorgdheid over privacy-schendingen de verdere ontwikkeling van de Glass en zijn opvolgers in de weg staat. ‘Natuurlijk moet je de risico’s steeds zorgvuldig afwegen, maar experimenteren is nodig om verder te komen. We staan aan het begin van het ontwikkelingstraject, de iPhone was ook niet in een keer geweldig. Ik vind het juist slim van Google dat ze een kleine voorhoede mee laat denken. Hopelijk komen er binnenkort heel veilige, nog veel slimmere brillen op de markt, en die hoeven trouwens helemaal niet van Google te zijn. Als Samsung of Apple met iets beters komt: alleen maar prachtig.’

In dat proces moeten dokters wel hun verantwoordelijkheid nemen en meer betrokkenheid tonen, vindt Schijven. Specialisten van de toekomst zouden al tijdens hun opleiding beter voorbereid moeten worden op de voortdurende interactie met techniek in de zorg. De industrie wacht namelijk niet. Inmiddels is een aantal bedrijven enthousiast begonnen met het ontwikkelen van medische toepassingen voor de Glass.

Volgens Schijven is het van het grootste belang als dokter baas in eigen bril te blijven. ‘Ik moet er niet aan denken dat ik straks verplicht allerlei protocollen of zinloze metingen in mijn glas te zien krijg. Dat leidt alleen maar af.’ Een slimme bril zou vooral een surgical radar moeten zijn: die de apparatuur op de OK voortdurend monitort en bijvoorbeeld waarschuwt zodra de bloeddruk van een patiënt te hoog oploopt.

‘Operatiekamers zijn nu al zo hoogtechnologisch dat het bijna ondoenlijk is om al die piepende apparatuur goed in de gaten te houden.’ Ze glimlacht. ‘Zover zijn we dus al: dat alleen de technologie ons nog van de technologie kan redden.’