1. De hulpeconomie
‘Ik had alle tips wel willen onderstrepen,’ zo luidt de aanbeveling van Sophie Hilbrand voor Ernst-Jan Pfauths Dankboek. We doen Pfauth volgens mij geen onrecht als we zijn boek een zelfhulpboek noemen, een wat eigenaardig genre in de wereld van de boeken, maar Hilbrand geeft haarfijn aan waarin dat genre verschilt van pakweg de roman of de biografie: in een zelfhulpboek staan tips, en die kunnen inderdaad onderstreept worden. In een roman kun je uiteraard ook zinnen onderstrepen, omdat ze mooi zijn, wijsheid lijken te bevatten of juist afstotelijk overkomen, maar een roman staat zelden vol met expliciete tips, hoewel er vast wel een romanschrijver op het idee is gekomen een roman in de vorm van een zelfhulpboek te gieten.
Hoe verleidelijk is het dit genre te ridiculiseren, als je er zelf geen gebruik van maakt en dus ook niet gelooft in de tips waarmee de schrijver lezers om de oren slaat. Maar is dat niet dezelfde gemakzucht waarmee de seculiere burger meent neer te kunnen kijken op zijn religieuze medemens? Omdat hij het geloof in God achter zich heeft gelaten of nooit heeft omarmd denkt hij de illusie van de religie voor minderwaardig, ja zelfs achterlijk te kunnen houden. Zeer menselijk om andermans illusies af te willen breken, al was het maar om op die manier de eigen illusies op een hoger plan te brengen, want ook illusies zijn in competitie met elkaar: de mijne is beter dan de jouwe. Dat geldt niet alleen voor partners, auto’s en kinderen, maar ook voor illusies. Er is overigens wat voor te zeggen auto’s, partners en het nageslacht als stoffelijke en vleesgeworden illusies te beschouwen.
Verraadt die neiging om het genre te ridiculiseren niet ook een angst? Misschien wel de angst dat men op een onbewaakt moment onder de invloed van de zelfhulp komt?
Stel dat het zelfhulpboek niet meer is dan een placebo, dan is het een betrekkelijke goedkope placebo en zoals het placebo’s betaamt eentje met weinig bijwerkingen.
Onhandelbaar
Als Mensendokter voor Vrij Nederland doe ik al ongeveer tien jaar aan zelfhulp, misschien zelfhulp van het ironische soort, maar we mogen niet uitsluiten dat veel zelfhulp ironischer is dan we denken; allicht maakt bijvoorbeeld Pfauth in zijn boek op subtiele wijze de menselijke neiging zijn dankbaarheid van de daken te schreeuwen belachelijk.
Daarnaast is wat de gemiddelde opiniemaker, columnist en analyticus doet ook een vorm van zelfhulp, al wordt dan niet de ziel – een woord dat in de context van de zelfhulp op zijn plaats is – maar de binnen- dan wel buitenlandse politiek behandeld. Met een zekere gretigheid wordt er op aanstaande catastrofes gewezen – in de op handen zijnde catastrofe vindt de beoefenaar van dit genre doorgaans zijn bestaansrecht – en dan volgen er nog enkele adviezen over wat te doen om die catastrofe te voorkomen. Veelal zijn dat dringende adviezen en waarschuwingen aan het electoraat, dat al zolang het bestaat uitblinkt in zijn rol van onhandelbare en ondankbare patiënt die de doorwrochte redeneringen van deskundigen met graagte naast zich neerlegt. Vervolgens komen de analytici uitleggen waarom de onhandelbare patiënt zo onhandelbaar is (aan de analytici ligt het nooit) en ook wordt nog snel vergeten dat een groot gedeelte van de patiënten oftewel het electoraat helemaal niet onhandelbaar is. Maar net als de arts richt de opiniemaker, alias zelfhulpbeoefenaar, zich uitsluitend op de ontsteking.
Zelfhulp in een pedagogisch jasje
Ook politici doen met graagte aan zelfhulp. Denk aan de wenk van Rutte aan het Nederlandse volk om toch vooral vertrouwen te hebben in de economie of aan de oproep van Bush na 9/11 om boodschappen te doen.
Onderwijs is veelal zelfhulp in een pedagogisch jasje gestoken, verbonden aan leerdoelstellingen die door de overheid zijn goedgekeurd, en zoals het betaamt, worden de vorderingen op het gebied van zelf- en andere hulp, oftewel de leerdoelstellingen, één keer in de zoveel tijd getoetst. Ja we mogen kennisoverdracht wel zelfhulp onder begeleiding noemen.
In welke windrichting we ook turen, of we nu naar het onderwijs kijken of naar de zorg of naar het individu in al zijn eenzaamheid, er is een gigantische vraag naar hulp, zoveel is zeker. Hoe moet ik leven? Hoe moet ik schrijven? Hoe moet ik mijn vriendin laten klaarkomen? Hoe krijg ik die akelige wratten op mijn voeten weg? Hoe word ik gelukkig? Waar krijg ik grotere borsten, en hoeveel mag dat kosten? Hoe win ik de Nobelprijs?
Het is niet eens nodig deze vragen hiërarchisch onder te verdelen, het gaat om eenverlangen en de gedachte, lees illusie, dat als dat verlangen vervuld is het leven zinvoller en fijner zal zijn en meer mensen belangeloos van u zullen houden. Of u nu naar grotere tieten of een Nobelprijs verlangt, het principe blijft min of meer gelijk.
Ben ik misschien een goeroe?
Naast de gigantische vraag naar kleine en grotere hulp zijn er gelukkig ook genoeg mensen bereid om als goeroe te fungeren – de vraag creëert het aanbod – en sommigen van die goeroes zijn zelfs zo beschaafd de verleiding te weerstaan om hun volgelingen en aanhangers te misbruiken.
De mens kan worden begrepen als vrager en aanbieder van (ongevraagde) hulp. Het aanbod is zo gigantisch dat we ietwat verdwaald zijn in de hulpeconomie – dat we in de kenniseconomie zouden leven, is een beleefdheidsleugen, we leven uiteraard in de hulpeconomie. Het gaat er dus om de juiste hulpverlener te vinden en de altijd prangende vraag: ben ik misschien een goeroe? eerlijk te beantwoorden. Daarvoor schetsen we eerst kort de geschiedenis van zelf- en andere hulp, want de geschiedenis van de mens is de geschiedenis van hulp, die soms kwaadaardige vormen aanneemt. Noem het zelfhulp.
2. Geschiedenis van de zelfhulp
Al snel worden wij geconfronteerd met de duistere kanten van onze hulpverleners, en daarmee van de zelfhulp. Onze hulpverleners beweren immers dat zij ons willen leren onszelf te helpen, dat zij ons zullen begeleiden naar de zelfstandigheid, oftewel dat wij zullen worden opgeleid tot zelfhulpbeoefenaars. Maar hun methoden zijn eigenaardig. Wij willen graag de hele dag aandacht, in de namiddag verheugt het ons met onze uitwerpselen te spelen en als wij klaar zijn met eten gooien wij de restanten van het eten bij voorkeur tegen de muur. Wie kan daar iets tegen hebben? Al deze an sich volstrekt onschuldige activiteiten en verlangens worden door onze hulpverleners verboden en met harde hand de kop ingedrukt.
Noodgedwongen leren wij zo de ware betekenis van zelfstandig worden, van zelfhulp: wat niet mag, moet in het geheim worden gedaan.
De ontrouw
Dan blijkt ook nog dat onze eerste en tot dan toe enige hulpverleners die wij blindelings vertrouwden onbetrouwbaar zijn: ze hebben een eigen leven. Hier doen wij de gruwelijke ontdekking van de ontrouw.
Wij hebben niet om het leven gevraagd, zij hebben ons dat gegeven – waarom, dat hebben ze nooit goed kunnen uitleggen, omdat ze zoveel van elkaar houden, ja, wat hebben wij daarmee te maken? – en als dank laten ze ons achter in handen van een spichtig wezen vol pukkels die ze ‘de oppas’ noemen omdat ze zo nodig naar de film moeten. Wij stellen: had ons dan niet het leven gegeven als jullie de film prefereren boven ons gezelschap.
Niet veel later doen wij een ontdekking die minstens zo gruwelijk is als die van de ontrouw: de ontdekking van de onmacht. De hulpverleners die ons het leven hebben geschonken en van wie wij alleen al daarom lang hebben gedacht dat ze de machtigste instanties op aarde waren, blijken behoorlijk machteloos. Ze zitten in relatietherapie, blijken zelf dus hulp nodig te hebben. Een van onze hulpverleners is ontslagen. Hadden ze niet beter hun best kunnen doen op hun werk voor ze ons het leven gaven? Wat zijn dit voor hulpverleners? Waar is het klachtenbureau?
Langzaam begint de aap uit de mouw te komen: de hulpverleners hebben zélf dringend behoefte aan hulp en zij hebben ons het leven gegeven in de hoop dat wij die hulp gaan bieden. We zijn instrumenteel. Zelfs het spichtige wezen met pukkels dat om onduidelijke redenen nog altijd ‘de oppas’ wordt genoemd, blijkt aangewezen te zijn op onze hulp. Door de telefoon hebben we haar huilend horen klagen over liefdesverdriet, daarom spelen we een beetje met haar. Wie past hier eigenlijk op wie?
De waarheid van de hulp
En hier doet zich de derde gruwelijke ontdekking voor in de zelfhulpeconomie: die van de taal. Alles is taal, beter gezegd: alles wordt bedekt onder een laag van taal, zoals onze schoenen onder het zand zitten als we op het strand hebben gespeeld. Maar hoe hard je ook je best doet, je krijgt de stoflaag van de taal niet weg.
De oppas heet ‘oppas’, maar wij passen op haar. Toch blijft ze ‘oppas’ heten. De hulpverleners hebben onze hulp nodig, toch blijven ze hulpverleners heten, ook wel ‘papa en mama’ genaamd, en denk maar niet dat ze ons aan de knoppen laten draaien.
Wij die niet om het leven hebben gevraagd, zijn er ingetuind en er zit weinig anders op dan zelf met de taal aan de slag te gaan om er tenminste nog iets van te maken. Als alles bedekt is onder de stoflaag van de taal, dan zullen wij ónze stoflaag laten neerdwarrelen.
Precies zoals ons is opgedragen, maken wij ons los van onze eerste hulpverleners om op scholen en aanverwante instituten kennis te maken met de volgende selectie hupverleners die staat te trappelen om ons wegwijs te maken in de wiskunde, de grammatica en en passant het leven zelf. De waarheid van de hulp dringt steeds beter tot ons door. Ja, dat alleen in het geheim, als niemand kijkt, onze diepste verlangens vervuld kunnen worden, wisten we al, maar nu zien we ook nog wat de consequentie en het ware karakter zijn van de hulp die ons schijnbaar zo belangeloos is aangeboden: gehoorzaamheid. Hulp is een ander woord om gehoorzaamheid af te dwingen zonder meteen met de zweep of de stok te slaan.
De kritische vraag
Op de instituten voor onderwijs leren wij ook – wij zijn niet gek – dat de kritische vraag op prijs wordt gesteld. Let wel: op zijn tijd. Tien minuten voor de bel gaat, mogen de begaafde leerlingen een kritische vraag stellen waaruit de illusie dient voort te komen dat gehoorzaamheid het resultaat is van een denkproces en niet van machtsuitoefening. Wij leren dat het beter is de macht van de machtigen niet te breken, want dat doet doorgaans pijn en leidt er alleen toe dat je zelf wordt gebroken. Verstandiger is het je aan te passen en precies op het juiste moment de kritische vraag te stellen waardoor je geleidelijk aan zelf iets machtiger wordt, minder wordt gebroken en net iets vaker anderen mag breken. Dit proces kun je ook ‘verandering van binnenuit’ noemen, of evolutie in plaats van revolutie, en achter die begrippen en woorden gaan natuurlijk weer andere woorden schuil: ‘ambitie’ en ‘carrière’ bijvoorbeeld.
Breek de machtigen niet
Wij vatten de belangrijkste lessen van alle zelfhulp tot nu toe samen: je moet de wereld en de arbitraire regels van die wereld, inclusief de arbitraire regels van de taal, leren kennen om je beter en sneller aan wereld en taal te kunnen aanpassen. Breek de machtigen niet, want zij breken jou. Op die wet berust ook de kennisoverdracht. Word zelf langzaam machtig door de regels van wereld en taal te volgen, maar stel tien minuten voor de bel gaat altijd een paar kritische vragen om op die manier het stigma van begaafd of hoogbegaafd te verwerven.
Zoals je het vlees pas uit de pan moet halen als het gaar is, zo moet je hen die net iets machtiger zijn dan jij pas breken als ze lang genoeg gesudderd hebben en zacht zijn vanbinnen. En breek met liefde en mededogen. Aarzel nooit en te nimmer om samen te werken om de ander te breken, want de ander breken doe je doorgaans met een paar mensen tegelijk. En u als dan samenwerkt om de ander te breken, klop uzelf langdurig op de borst vanwege uw empathische vermogens, uw solidariteit, het ongekende menselijke vermogen om samen te werken om met zijn allen zoiets moois voor elkaar te krijgen. Laat verder nooit na degene die je hebt gebroken ook te bedelven onder lof. Neem in dit opzicht een voorbeeld aan Angela Merkel en de emotionele en liefdevolle woorden die zij sprak tijdens de rouwdienst voor Helmut Kohl, de man die zij had helpen breken. En nee, liefde en breken staan niet haaks op elkaar. Integendeel, liefde is altijd ook breken en gebroken worden. Het gaat slechts om de manier waarop.
Het is wijs om dankbaar te zijn dat jij er beter in bent geslaagd anderen te breken dan dat zij er in zijn geslaagd jou te breken. Als u bezig bent met een ander kunt u best iets in het oor van diegene fluisteren, bijvoorbeeld: ‘Ik besef heel goed dat het niet alleen mijn verdienste is dat ik jou nu mag breken. Het universum heeft mij iets gegund en jou niet en daar ben ik dankbaar voor. En als jij geen grote schoft bent, zou je er ook heel dankbaar voor moeten zijn, want met mij als breker heb je het nog getroffen.’
U bent nu bijna klaar om de wereld in te gaan, maar we moet nog iets dieper ingaan op de liefde, de dood en het geld, voor zover we deze zaken hierboven niet afdoende hebben geschetst.
Haal diep adem, lieve hulpbehoevende, nog even en de wereld ligt ook aan úw voeten.
3. De liefde, de dood en het geld
Veel zelfhulp gaat direct of indirect over de liefde. In het stof dat op de wereld neerdwarrelt, zit het woord ‘liefde’ ongekend vaak verstopt. Van jongs af aan wordt ons verteld dat de liefde alles is en dat er weinig mooier is dan te beminnen en bemind te worden, ook al gaat het zondagse ontbijt vaak gepaard met ruzies en ongemakkelijke stiltes, maar wij, de nieuwe generatie, wij zullen alles anders doen. Overigens, liefde of geen liefde, het blijft uitermate prettig een dak boven je hoofd te hebben. Denk daaraan als u uw geliefde overlaadt met cadeaus die u eigenlijk niet kunt betalen. Straks hebt u wel een geliefde maar geen dak en de kans is aanzienlijk dat de voornoemde geliefde dan een partner zoekt die wel een dak boven zijn hoofd heeft. Niet romantisch, maar helaas wel dikwijls de realiteit.
Het had erger gekund
Hoe verwerven wij de liefde en moeten wij er dankbaar voor zijn? Om met het laatste te beginnen: ja, volmondig ja.
Welke liefde u ook ten deel valt, wees altijd dankbaar. Een gelovige moet meestal naar kerk, moskee of synagoge om te bidden, maar de dankbare kan ook overal dankbaar zijn. Op de wc, in het vliegtuig naar Londen en tijdens een saaie en overbodige vergadering op het werk. Wees ook eens dankbaar voor saaiheid. Denk aan de huidige president van de Verenigde Staten. Ook als uw partner saai is en u er eigenlijk niet meer aan moet denken met hem of haar ooit nog seks te hebben, kunt u dankbaar zijn omdat het altijd erger had gekund.
Reken niet op medelijden
Maar hoe vinden we die partner? De Bijbel suggereert dat medelijden een basis is van liefde, maar de tijden van het paradijs zijn nog niet aangebroken. Reken niet op medelijden. Als het echt niet anders gaat, reken dan op een bijstandsuitkering, maar veel verder dan dat moet u niet gaan. Waarmee voor eens en voor altijd luid en duidelijk gezegd is: voor medelijden moet u bij de overheid zijn.
Zoals kennisoverdracht gehoorzaamheid is aangelengd met een zweempje ongehoorzaamheid, de kritische vraag tien minuten voor de bel gaat, zo is liefde ook gehoorzaamheid, aangevuld met het latente gevaar van ongehoorzaamheid, want al te saai moet het niet worden.
4. Klaar voor de liefde
Gefeliciteerd, u hebt de leerschool van de zelfhulp doorlopen. U bent zindelijk geworden, u bent opgevoed, u bent naar school gegaan, u hebt gestudeerd, u hebt moeten nadenken over een baan, nu bent u klaar voor de liefde, want als u nog langer wacht komt de dood eerst.
U weet dat wat niet mag in het geheim moet worden gedaan en dat het stof van de taal op alles neerdwarrelt, ook op uw geheimen. Zoek iemand die net zo wanhopig is als u of misschien net iets wanhopiger, al naar gelang uw behoeften, en overtuig deze persoon van uw gehoorzaamheid alsmede van uw verdiensten. Uw intelligentie, uw schoonheid, uw vermogen om prachtig te kunnen zingen.
Laat uw wanhoop niet blijken, en eigenlijk is er ook geen reden om wanhopig te zijn, u hebt immers de leerschool van de zelfhulp doorlopen. U weet wat de regels zijn en hoe u ze kunt ombuigen in uw voordeel.
Overigens is het helemaal geen schande om oprecht en veel van uw partner te houden, zolang u maar uit uw doppen blijft kijken en de juiste dosering van gehoorzaamheid en ongehoorzaamheid blijft toedienen.
Blijf altijd rustig
Nu komt de vraag of u misschien zelf een goeroe moet worden. Hebt u voor nageslacht gezorgd, dan is die vraag al beantwoord. In andere gevallen kunt u misschien één keer per week in aan niet al te luidruchtig café gaan zitten om een paar volgelingen om u heen te verzamelen, want zo begint het.
Blijf altijd rustig, de hulpverlener is nooit in paniek. Beloof genezing en verlichting, maar word niet al te specifiek. Wees dankbaar voor alles, vooral ook voor teleurstellingen; zo wordt de teleurstelling iets moois. Dat vinden uw volgelingen fijn. Vraag nooit om geld, maar als uw volgelingen aandringen op betaling in natura hoeft u niet altijd nee te zeggen. Ga eens de natuur in en kijk naar een boom. Als u dat alleen doet, bent u samen met een boom, en dat is prima. Maar als u graag met allemaal mensen tegelijk naar een boom kijkt, dan bent u een goeroe.
De weg van de zelfhulp is duidelijk: eerst ontvangt u hulp, later gaat ú hulp geven.
Vervolgens komt de dood.
En nog meer dankbaarheid, laten we dat nooit vergeten.





Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.