SoundCloud

Deze dienst is alleen beschikbaar wanneer alle cookies zijn geaccepteerd

Wijzig cookie voorkeur

Liever luisteren dan lezen? Laat hoofdredacteur Ward Wijndelts je deze reportage voorlezen.

De stilte valt als eerste op. Geen opgewonden geroezemoes. Geen verwachtingsvolle blikken. Eerder gelatenheid. En hoewel de eerste schooldag van de School voor Administratie om negen uur begint, druppelen er om halftien nog steeds jongeren de aula binnen.

Tina van den Bosch, teamleider van het eerste jaar, tempert de toch al niet zo hoog gespannen verwachtingen: ‘Niemand zit hier omdat hij op zijn twaalfde dacht: “Ik ga de School voor Administratie doen.”’

Advertentie

Advertentie

Op het grote scherm in de aula verschijnt de indeling van acht klassen. Het overgrote deel van de achternamen van de leerlingen verraadt een niet-Nederlandse afkomst. In N14 zijn de studenten samengevoegd die zich pas afgelopen week hebben aangemeld. Dat schijnt een veeg teken te zijn: late aanmelders maken een grotere kans om eerder uit te vallen. Ik sluit me aan bij deze laatste groep.

Bij VN, door hoofdredacteur Ward Wijndelts

Begin juli 2017 vertelde onderwijsjournalist Anja Vink ons over een plan waar ze mee rondliep: ze wilde gedurende een langere tijd meelopen op de School voor Administratie van het ROC Mondriaan in Den Haag. Een mbo niveau 2-school waar met alle macht wordt geprobeerd om jongeren met een vaak moeilijke achtergrond toch aan een zogenoemde ‘startkwalificatie’ te helpen.

Onderscheidende journalistiek over een van de meest relevante onderwerpen denkbaar. Dankzij de lezers van Vrij Nederland en steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten was Anja Vink gedurende vijf maanden elke week in de klas. Ze ging mee naar stageplaatsen, mee met de verzuimploeg, woonde lerarenvergaderingen bij en volgde leerlingen. Wat eerst één reportage zou worden, is inmiddels een reeks artikelen (en straks vast ook een boek). Dit is het eerste deel. Hier vind je deel 2deel 3, deel 4 en deel 5.

Hun slb’er oftwel studieloopbaanbegeleider, het mbo-woord voor mentor, is Fadoua Ben Moussa. Zij weet pas sinds vannacht half een dat ze dit jaar N14 begeleidt. Toen kreeg ze een sms’je van Tina van den Bosch dat de collega die N14 zou doen, zich heeft ziekgemeld. Fadoua Ben Moussa (26), gestraight paarsrood haar en een fijn opgemaakt gezicht, rondt dit jaar de opleiding docent Omgangskunde af. Met deze opleiding mag je lesgeven op het mbo in de vakken burgerschapskunde en sociale vaardigheden. Zonder dit diploma geeft ze op de School voor Administratie drie dagen les in sociale vaardigheden, en sinds vannacht heeft ze dus ook haar eigen klas.

Zeventien studenten van N14 lopen zwijgend achter haar aan naar hun klas. Komend schooljaar moet Fadoua Ben Moussa ze in de gaten houden en zorgen dat ze de school niet voortijdig verlaten.

mbo anja vink
Donnée Rijkers (32).
Het minimale onderwijsniveau

De Haagse School voor Administratie is de grootste mbo niveau 2-afdeling van Nederland. 430 jongeren waarvan een flink deel om wat voor reden dan ook eerder is uitgevallen, worden hier klaargestoomd om alsnog een startkwalificatie te halen: het minimale onderwijsniveau dat nodig is kans te maken op geschoold werk (zie kader).

De meeste studenten (het woord leerling is hier uit den boze) zijn ouder dan 18 jaar. De school heeft een speciale klas voor moeders: vrouwen van achttien tot 32 jaar die op jonge leeftijd kinderen hebben gekregen en daardoor geen startkwalificatie hebben gehaald. Daarnaast zijn er vier klassen met zogeheten nieuwkomers: jongeren die uit een ander land komen en de Nederlandse taal niet machtig zijn.

Het team van 39 docenten is een mix van oudere witte mannen en één Surinaamse tegen hun pensioen, middelbare docenten – vaak van Surinaamse afkomst; jonge vrouwen met Marokkaanse, Pakistaanse of Turkse achtergrond – van wie twee met een hoofddoek; en een flinke groep Hollandse onderwijsdames van alle leeftijden.

De introweek begint met een besloten bijeenkomst waar ik niet bij mag zijn. Directeur Jelle Marchand heeft een moeilijke boodschap te brengen: van een mannelijke collega die twintig jaar werkzaam was op de school, is voor de zomervakantie het contract beëindigd. Een studente heeft een klacht tegen hem ingediend bij de vertrouwenspersoon wegens seksueel overschrijdend gedrag. Na onderzoek bleek de problematiek groter: overmatig alcoholgebruik zorgde ervoor dat de 54-jarige man al een flinke tijd niet goed functioneerde. Daarnaast rezen er nog meer vermoedens van seksueel overschrijdend gedrag.

Het hakt er hard in: sommige docenten zijn woedend, andere huilen, het overgrote deel zwijgt.

mbo anja vink
Mishana Davis (19).
Veelvuldig verzuim

Een paar uur later krijgt het team een praatje van twee jonge vrouwen van de dienst Leerplicht van de gemeente Den Haag. Daar mag ik wel bij zijn. Ze houden een verhaal over de nog leerplichtige jongeren tot achttien jaar. Docent rekenen Gijs van Genderen (62) werpt tegen dat het merendeel van de studenten boven de achttien is: ‘Die jonkies komen wel, maar die boven de achttien, daar hebben we geen instrument voor.’ De leerplichtambtenaren houden de docenten voor dat die taak wel bij hen ligt: de studenten die niet meer leerplichtig zijn, moeten snel een gesprek krijgen bij veelvuldig verzuim om erger te voorkomen. Gijs van Genderen: ‘Jullie doen niets aan onze problemen met studenten die ouder zijn dan 18 en veel afwezig zijn… De school staat daar helemaal alleen voor. Jullie hebben toch geen mankracht.’

Ook directeur Jelle Marchand is niet onverdeeld blij met de leerplichtregels zoals die door de overheid zijn opgelegd. Zijn school staat open voor alle studenten. De meesten hebben een stevige rugzak, en zijn team doet misschien wel te veel om ze binnen te houden. ‘Maar we worden alleen op de harde cijfers afgerekend.’

Marchand (61) is sinds drie jaar directeur van de School voor Administratie. Eind jaren zeventig begon hij als leraar in deze wijk, de Haagse Schilderswijk, in het toenmalige LOM-onderwijs. ‘De sociale problematiek is hier nog steeds hetzelfde,’ zegt hij later in zijn kantoor. Onder de mouw van zijn witte overhemd piept een tatoeage vandaan.

mbo anja vink
Rutger Quist (17).
Op straat

In lokaal 2.27 op de tweede verdieping van het gebouw met uitzicht op station Den Haag Hollands Spoor en de Schilderswijk, wordt Fadoua Ben Moussa op weg geholpen door teamleider Tina van den Bosch. Van den Bosch (34), een kleine ronde vrouw met geblondeerd haar, kordaat stemgeluid en opvallend zwart brilmontuur, tegen de zeventien jongeren: ‘Als je vragen of moeilijkheden hebt, moet je naar mevrouw Ben Moussa toe. En doe dat op tijd, want als het echt fout gaat, zit je bij mij en dat wil je niet.’

Vorig jaar hebben haar ouders haar op straat gezet. Ze slaapt op de bank bij bekenden, deed een zelfmoordpoging en heeft daarna lang in Turkije gezeten.

Op basis van de lijst met 24 namen constateert Tina van den Bosch dat in klas N14 drie oude bekenden zitten, studenten die al eerder op deze school zaten. Ze kijkt rond. Alle drie zijn niet aanwezig. Na een kwartier schrijdt Hulya de klas in. Alle jongens schieten uit hun lethargische houding. Hulya is een tenger gebouwd meisje in een zeer nauwsluitende jeans en een truitje waar een navelpiercing onder vandaan glipt. Ze heeft een smal gezichtje met lange valse zwarte wimpers en lang geblondeerd haar tot haar billen. Ze loopt kaarsrecht de klas binnen op haar hoge hakken en gaat achterin zitten. Sommige jongens blijven omgekeerd zittend ongegeneerd naar haar staren.

Hulya is een van die drie opnieuw-beginners. Vorig jaar hebben haar ouders haar op straat gezet. Ze slaapt op de bank bij bekenden, deed een zelfmoordpoging en heeft daarna lang in Turkije gezeten. Aan het eind van het schooljaar woog ze nog maar 40 kilo. Tina van den Bosch is blij dat ze er weer is en sluit haar verhaal af: ‘Voor nu is dit jullie club. Jullie moeten elkaar er doorheen slepen. Maak een WhatsApp-groep en hou contact met elkaar. Bel elkaar uit bed als iemand te laat is.’

Toegangspoortjes

Samen met Fadoua Ben Moussa inventariseert Tina van den Bosch of iedereen een brief heeft gekregen met inloggegevens en een pas om door de toegangspoortjes van de school te komen. Met dat pasje moeten de studenten zich ook ieder lesuur aanmelden bij een klein kastje in de hoek van het lokaal: het registratiesysteem waarmee de school kan zien of ze aanwezig zijn. Als studenten ziek zijn, moeten ze zich voor half negen afmelden. Door de hele school hangen papiertjes met deze regels op deuren en muren, inclusief het mobiele nummer dat ze dan moeten bellen of appen. Als ze nog geen achttien zijn, moeten de ouders dat doen. Als ze wel achttien zijn, moeten ze zelf appen.

In een klein kantoortje op de eerste verdieping zit Kadhisja El Mokkadiem, die de registratie van het verzuim doet. Ze voert de gegevens in bij DUO, de Dienst Uitvoering Onderwijs, die alle administratie rond Nederlandse leerlingen en studenten doet. Vervolgens geeft DUO de gegevens weer door aan de lokale Dienst Leerplicht.

mbo anja vink
Marcelo Martina (21).

Veertien van de zeventien aanwezige studenten van N14 blijken nog geen pas te hebben. Vijf zeggen nooit een brief met inlogcodes te hebben gehad. Dat moeten ze regelen in de pauze. Fadoua Ben Moussa: ‘Om half elf ben je weer terug.’

Pas rond elf uur is N14 weer compleet. Tina van den Bosch heeft de klas aan Fadoua Ben Moussa overgelaten: ‘Jongens ik ga hier echt streng op zijn. Je komt gewoon op tijd. Je hebt iedere dag les van half negen tot half drie.’

Mehmet, een stevige jongen met een fronsrimpel tussen zijn slaperige ogen: ‘Ik vind dat we extra studiebeurs moeten krijgen als we zoveel op school moeten zijn.’

Fadoua half grappend: ‘Ik ga jou onthouden met te laat komen. Ik ga jou stalken.’

Rafid, een lange slanke jongen in trainingspak die al de hele ochtend met over elkaar gevouwen armen en een boos gezicht achterin de klas zit, heeft ook een boodschap: ‘Ik moet om twaalf uur weg omdat ik om een uur moet trainen, mevrouw.’
Fadoua: ‘Waarom moet jij overdag trainen?’
Rafid: ‘Ik voetbal bij ADO in het eerste jeugdteam en moet iedere dag trainen.’
Fadou: ‘Dat moet je regelen met mevrouw Van den Bosch. Je kan niet zomaar iedere dag verdwijnen.’ Rafid haalt bokkig zijn schouders op.

hool-voor-administratie-nederlands/
Onderuitgezakt

Fadoua richt zich tot de klas. ‘Ik ben Marokkaans, kom uit een gezin van zeven kinderen en woon in Wateringen. Dat is buiten Den Haag. Hoeveel van jullie komen van buiten Den Haag?’

Drie studenten steken hun vinger op. Orlando woont in Rotterdam maar komt eigenlijk uit Amsterdam, Idriss komt uit Delft en Sahar uit Zoetermeer.

Dan moeten de studenten een formulier over zichzelf invullen: waar ze geboren zijn, wat hun afkomst is, wat ze tijdens de zomervakantie hebben gedaan en wie ze het meest bewonderen en hoe ze hun toekomst zien. De meeste studenten zitten alweer op hun mobiel te kijken, Fadoua moet de antwoorden eruit trekken. De jongens hangen onderuitgezakt in hun stoel. Sommigen hebben zelfs hun hoofd op hun armen op tafel gelegd. Alleen Hanan (17), zwarte strakke hoofddoek en zwarte lange jurk, kijkt verwachtingsvol en stralend om zich heen. Zij heeft er als enige van de veertien jongeren echt zin in.

mbo anja vink
Thais Tromp (20).

Als ik later die dag mijn verwondering uitspreek over het lijdzame en passieve gedrag van de studenten, zegt directeur Marchand: ‘Wacht maar, over een paar weken verlang je hiernaar terug.’

Ouders als held

Op drie studenten na is N14 in Nederland geboren. De ouders komen uit Somalië, Suriname, Egypte, Afghanistan, de Nederlands Antillen, Turkije, Marokko, en de studenten hebben allemaal ingevuld dat hun moeder of vader hun held is en vooral de jongens hebben ingevuld dat ze veel geld willen verdienen. Hulya antwoordt met een nuffig hoog stemmetje dat zij haar eigen held is.

Als ik later tegen de docenten zeg dat ik het ontroerend vind dat deze jongeren hun ouders als hun held zien, zeggen ze allemaal: ‘Dat zijn sociaal wenselijke antwoorden.’ Als ik er de studenten naar vraag, antwoordt Mehmet: ‘Ze zorgen toch goed voor ons en willen het beste voor ons?’

Ik zeg dat het mij zou verbazen als mijn kinderen in zouden vullen dat ik hun held ben. Dat vinden de studenten op hun beurt weer zielig voor mij. Orlando: ‘Ze houden echt wel van u hoor, mevrouw. U lijkt me een goede moeder.’

Dan begint Orlando’s mobiel te brommen. Hij neemt midden in de klas op, en zegt dan tegen Fadoua met de hand over zijn mobiel: ‘Ik moet weg. Ik heb een afspraak bij de reclassering. Daar moet ik om één uur zijn. Ik ben het helemaal vergeten.’

Fadoua kijkt allesbehalve verbaasd en geeft hem toestemming om te gaan: ‘Kom je nog terug?’ Hij knikt, maar komt niet meer terug.

Tien jaar strijd om de startkwalificatie

Hoge uitval van studenten, fraude met diploma’s, lesuitval, geweld: niveau 2 afdelingen van het mbo komen regelmatig in het nieuws. Tot grote frustratie van sommige mbo-bestuurders. Van de half miljoen jongeren die naar het mbo gaan, gaat slechts zeventien procent naar niveau 2, en deze kleine groep studenten geeft het hele mbo een slechte naam. Het gaat hier vaak om jongeren die voorheen überhaupt niet meer naar school gingen. Maar toen aan het eind van de vorige eeuw duidelijk werd dat een grote groep jongeren zonder diploma de school verliet, en dat die ongeschoolde jongeren relatief vaak geen werk vonden of in de criminaliteit belandden, ging men zich zorgen maken. Eind jaren negentig waren er ruim 125.000 voortijdige schoolverlaters (vsv’ers, in onderwijsjargon) per jaar.

Daarmee stond Nederland onderaan in Europa. In allerijl werd beleid gemaakt: scholen moesten verzuim en uitval beter gaan registeren en leerplichtambtenaren kregen meer taken. Jongeren zonder diploma werden opgespoord en terug naar school gestuurd. Het aantal voortijdig schoolverlaters daalde drastisch, met name in het voortgezet onderwijs. Maar onder de jongeren die de overstap naar het mbo maakten, vielen er nog steeds veel uit.

Daarom voerde Nederland in 2007 als eerste en tot nu toe enige land een zogenaamde startkwalificatie in: met een diploma mbo-niveau 2, zo was de overtuiging, kunnen jongeren zich redden op de arbeidsmarkt. De leerplicht werd verhoogd van zestien naar achttien jaar. Op straffe van een boete voor de ouders of werkstraf voor de jongeren moeten gediplomeerde vmbo’ers of gesjeesde havisten en vwo’ers nu alsnog tot hun achttiende naar school. Meestal wordt dat een niveau 2 opleiding op het mbo. Mbo-scholen moeten een kloppende verzuimadministratie overleggen en worden financieel afgerekend op het aantal uitvallers. Het heeft ertoe geleid dat Nederland nu de laagste schooluitval heeft van Europa: afgelopen jaar 22.500, dat is minder dan 1 procent van de jongeren tot 18 jaar.

Maar er blijft een hardnekkige groep over: jongeren tussen de achttien en de 23 in de vier grote steden. Uit de cijfers blijkt dat vijftien procent van die jongeren wordt verdacht van een misdrijf.

De groep jong volwassen boven de 23 jaar zonder startkwalifiactie groeit de laatste jaren weer. Bovendien blijkt dat jongeren met een niveau 2 diploma helemaal niet zo makkelijk aan het werk komen als in 2007 werd gedacht: ze zijn vaker werkloos en hebben vaker flexbanen vergeleken met jongeren met een mbo niveau 3 of 4 diploma. Vooral in de adminstratie zijn de kansen op werk en stage gering. Het kabinet Rutte III wil daarom jongeren tot 21 jaar verplichten om een startkwalificatie te halen. Maar het is de vraag of dat gaat helpen.

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.
Credits portretserie

Fotografie Barrie Hullegie
Assistent fotografie Ramazan Barlas
Casting en styling Robbie Baauw
Haar en make-up Eva Copper voor La Mer en Balmain Hair Couture @ House of Orange