‘Wat ik wel een beetje gek vond, was dat wij als mannelijke stagiairs niet met de kleuters mee mochten lopen naar de wc en er zelfs niet naar mochten wijzen. Dat moesten we van de gymleraar overlaten aan de vrouwelijke stagiairs. Daarmee zouden we volgens hem voorkomen dat we in de problemen kwamen.’

Mijn zoon (19) is net begonnen in een sportklas van de pabo. Als hij zijn opleiding succesvol afrondt, behoort hij straks tot de krimpende groep mannelijke leerkrachten in het basisonderwijs: maar liefst 87 procent is vrouw. Gelukkig zijn de verslagen die ik flardsgewijs van hem krijg ontzettend positief. Maar toen zijn klas een sportdag moest begeleiden en hij werd ingedeeld bij een groepje kleuters verkleurde het beeld. Dat lag niet aan de kleuters. Het was vooral de opmerking van de gymleraar die hem ongemakkelijk maakte.

Volgens Edwin Borger, medeoprichter van ‘Meestert’, een platform voor meesters in het basisonderwijs, is de angst voor pedofilie en seksueel misbruik niet iets van alle tijden. In de ruim dertig jaar dat hij nu in het basisonderwijs werkt, als docent en als directeur, heeft hij gezien dat ouders er banger voor zijn geworden. Hierdoor is hij zorgvuldiger gaan handelen. ‘Vroeger zou ik een jongetje dat zijn gulp niet open krijgt gewoon helpen en zou ik hem, net als mijn eigen kinderen, wegsturen met de opmerking dat hij goed moet mikken. Nu doe ik dat niet meer. Dat is te beladen.’

Niet-pedofiele gelegenheidsplegers

Dat ouders banger zijn geworden is niet iets dat met cijfers kan worden verklaard. ‘Op basis van de gegevens uit de landelijke veiligheidsmonitoren in po, (v)so, vo en mbo kunnen over de aard en omvang van SGG [seksueel grensoverschrijdend gedrag, ME] in het onderwijs geen betekenisvolle uitspraken worden gedaan’, zo valt te lezen in een onderzoek dat in 2020 werd uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Onderwijs. ‘In het po [basisonderwijs, ME] kan slechts worden gezegd dat SGG wel eens voorkomt, maar niet of daar personeel bij betrokken was.’

Jules Mulder, auteur van het in 2019 verschenen boek Pedofielen en misbruikplegers en jarenlang werkzaam in de forensische psychiatrie, weet de witte plekken van het rapport wel iets verder in te kleuren. Hij stelt dat recente onderzoeken erop wijzen dat ongeveer een half procent van de bevolking – vooral mannen – pedoseksuele gevoelens heeft. Maar wie op basis van deze cijfers de angstaanjagende conclusie trekt dat ongeveer één op de tweehonderd mannen ooit een kind tussen de 0 en 12 zal misbruiken, zit er behoorlijk naast. ‘Het merendeel van de pedofielen schaamt zich heel erg voor zijn gevoelens en doet er alles aan om die te verbergen,’ zegt Mulder. ‘Ze zijn zich er meestal van bewust dat handelen naar hun geaardheid schadelijk is voor kinderen én voor henzelf: los van het risico om in de gevangenis te komen is de kans immers groot dat ze worden uitgestoten door de gemeenschap. Daarom is de groep die pedoseksuele delicten pleegt erg klein.’

‘Het idee van kindermisbruik is voor veel mensen zo eng, dat de pedofiel al snel verandert in een onbekend monster dat overal kan toeslaan.’

Ongeveer de helft van de kindslachtoffers van seksueel misbruik, in 2022 waren dat er volgens Fonds Slachtofferhulp 1010, werd mishandeld door niet-pedofiele gelegenheidsplegers. In de meeste gevallen gaat het dan om mensen die veel alcohol of drugs hebben gebruikt of psychiatrische problemen hebben. ‘Al met al is de kans dat kinderen op school te maken krijgen met seksueel grensoverschrijdend gedrag van hun meester dus héél erg klein,’ stelt Mulder.

Toch wil hij de angst van ouders niet bagatelliseren. ‘Het misbruik dat in 2010 plaatsvond op een kinderdagverblijf in Amsterdam heeft ouders natuurlijk veel schrik aangejaagd – de kans is duidelijk niet helemaal nul. Die gedachte is voor veel mensen zo eng dat de pedofiel al snel verandert in een onbekend monster dat overal kan toeslaan. De angst kan vervolgens weer geprojecteerd worden op iedere man die met kinderen werkt.’

In een hoek geplaatst

De angst voor alles wat met seks en kinderen te maken heeft, kwam het afgelopen jaar regelmatig tot uiting. In februari ontketende een aantal influencers een rel toen de schrijver Pim Lammers werd voorgedragen om het kinderboekenweekgedicht te schrijven. Lammers schreef eerder een boek voor volwassenen dat de complexiteit van pedoseksualiteit en misbruik laat zien. Later in het jaar ontstonden vergelijkbare rellen rond ‘de week van de lentekriebels’, een nationale projectweek over weerbaarheid, relaties en seksualiteit voor basisschoolkinderen, en rond een voorleesmiddag van drag queens. De foutieve berichten die rondgingen op sociale media – jonge kinderen zouden bijvoorbeeld les krijgen in orale seks of zouden worden aangemoedigd om van gender te veranderen – leidde tot bedreigingen van medewerkers van Expertisecentrum Seksualiteit Rutgers en tot demonstraties met teksten als ‘Nederland wees paraat haal de pedo’s van de straat’. De petitie ‘Stop de seksualisering van kinderen’, sterk gepromoot door conservatief christelijke organisaties zoals Gezin in Gevaar en conservatief rechtse politieke partijen als FvD, staat inmiddels op 66.000 handtekeningen.

In dat licht is het niet verwonderlijk dat Edwin Borger ongemak ziet bij de mannen die aankloppen bij Meestert. ‘In een aantal intervisiegroepen van mannelijke zijinstromers horen we regelmatig dat zij het gevoel hebben dat ze extreem op hun hoede moeten zijn. Alles lijkt beladen: een aai over een bol, een kind dat spontaan op je schoot springt, een broek die niet zo makkelijk losgaat. Veel van de mannen die wij spreken voelen zich in een hoek geplaatst waar ze niet in terecht willen komen en voor hun gevoel ook niet in thuishoren. Ook al snappen ze dat ze met dat ‘op hun hoede zijn’ mogelijk een hoop gedoe kunnen voorkomen.’

Man-shaming

Op de school waar mijn zoon stageliep, nemen ze ook een toegenomen gevoeligheid waar als het gaat om seksueel beladen onderwerpen. Laatst had de directeur, die liever niet met naam genoemd wordt, te maken met twee verschillende ouders die niet wilden dat hun kinderen meededen aan de seksuele vormingslessen ‘Kriebels in je buik’. Kort daarop kreeg hij weer een telefoontje van een bezorgde moeder die vertelde dat de sportstagiair in de buitenschoolse opvang tegen haar dochtertje had gezegd dat hij haar onderbroek kon zien. Daar kreeg die moeder een ongemakkelijk gevoel bij. ‘Ik dacht toen meteen: het zal toch niet? Gelukkig bleek het na grondig uitzoeken loos alarm. Maar je realiseert je wel weer even hoe kwetsbaar mannen in het onderwijs zijn.’

‘Ik kan me voorstellen dat mannen denken: ben ik een soort seksueel roofdier? Moet ik me schamen voor mijn man-zijn?’

Volgens seksuoloog en cultuurfilosoof Erik van Beek moeten we niet onderschatten wat dit soort verdenkingen met jonge mannen kunnen doen. ‘Het is toch een soort man-shaming,’ zegt hij aan de telefoon. ‘Ik kan me voorstellen dat mannen denken: ben ik een soort seksueel roofdier? Moet ik me schamen voor mijn man-zijn?’ Het zou hem niet verbazen als dit mannen afschrikt om naar de pabo te gaan.

Edwin Borger van het platform Meestert deelt die zorg. ‘Ik hoor op de pabo’s waar we als Meestert vaak mee in gesprek zijn, dat mannelijke studenten niet zo makkelijk praten over wat ze dwars zit. Het in goede banen leiden van dit soort ongemakkelijke gevoelens wordt daardoor wel erg moeilijk. En dat is zonde, ik denk dat we met een tijdig gesprek hierover veel meer mannelijke pabo-studenten aan boord zouden kunnen houden.’

Praten is het devies

En dat aan boord houden van die mannen is echt iets waar we op in moeten zetten, vindt Lauk Woltring, gedragskundige en oprichter van het platform ‘Jongens in balans’. Jongens hebben juist méér positieve mannelijke rolmodellen nodig, niet minder. Dat draagt bij aan hun zelfvertrouwen en zelfbeeld. Als ze daar te weinig mee te maken krijgen, zoals nu op de basisschool, vergroot je de kans dat ze hun heil gaan zoeken bij van die agressieve, karikaturale rolmodellen als influencer Andrew Tate. Mannen dus die het niet zo nauw nemen met de lichamelijke integriteit van mensen – in het bijzonder vrouwen natuurlijk.

Dat mannen in het onderwijs last hebben van dit soort vooroordelen betekent volgens de ondervraagde experts niet dat we seksueel grensoverschrijdend gedrag moeten bagatelliseren. ‘Ik snap dat je als school niet het minste risico wilt lopen dat een stagiair of leraar aan je kinderen zit,’ zegt seksuoloog Van Beek. Lauk Woltring zegt iets vergelijkbaars: ‘Stel dat je een pedofiele man bent die er op uit is om kinderen te misbruiken, waar ga je dan werken? Precies, in het onderwijs of in de kinderopvang. Als je je dan bedenkt dat mannen vaker grensoverschrijdend gedrag vertonen dan vrouwen, dan moet je daar toch wel iets mee.’

Maar dit thema zou volgens de experts wel een stuk openlijker en eerlijker besproken moeten worden – zowel op de scholen als op de pabo’s. ‘Ik merk in de gesprekken met de mannelijke leerkrachten die ons platform benaderen, dat scholen de discussie over dit gevoelige onderwerp vaak uit de weg gaan,’ zegt Edwin Borger van Meestert.

Dan is de kans veel groter dat de boel uit de hand loopt, denkt seksuoloog Erik van Beek. ‘Je weet gewoon dat een meester te maken gaat krijgen met kinderen die troost bij hem zoeken. Als hij dan vanuit medemenselijkheid een arm om een kind heen slaat en dit wordt verkeerd geïnterpreteerd, dan kun je als man goed in de problemen komen als je hier nooit over hebt gepraat met z’n allen.’

In zo’n open en transparante cultuur waarin er niet besmuikt over dit onderwerp wordt gesproken kan een potentiële misbruiker ook veel minder goed gedijen, voegt Lauk Woltring daaraantoe. ‘Een van de redenen dat Robert M., berucht door de zedenzaak in de kinderopvang, zo zijn gang kon gaan, had te maken met de weinig open gesprekscultuur.’

Praten is dus het devies. Maar natuurlijk is het óók belangrijk om zo min mogelijk gelegenheid voor misbruik te scheppen. In zijn boek Pedofielen en misbruikplegers heeft Jules Mulder het onder andere over open ruimtes, een Verklaring Omtrent Gedrag en duidelijke regels over de omgang met kinderen. Elsbeth Reitzema van het Expertisecentrum Seksualiteit Rutgers is het daarmee eens, mits die regels voor iedereen gelden. ‘Zeg gewoon tegen alle stagiairs dat ze niet met de kinderen naar de wc mogen lopen. Stel een “plasjuf” aan bijvoorbeeld. Apart beleid voor mannen is ronduit seksistisch. Daar moet je ver van blijven.’