Hymne aan en naar Lucebert
op stralend hogepriesterlijke toon
fiolen en retorten uitstortend over
o het gansche aardrijk en haar arme blaren
en het blèren
als de grote eendenpas weer eens stagneerde
en
het opgezwollen geweten
het filigrein filisterdom
het groezelige christendom
het monolithische ministerdom
opspeelde in het luxe vrijheidsbad
hij voer in de mensen de schrikgrage dieren
de bloedjassen en de bedeesde jongeling
kwam iedereen maar naar zijn voorlaatste oordeel
daar was het toet toet uitverkoop
voor wie de weg wist en wie niet
daar staakten makkers het oude stukmaken
werden weer nieuw en zongen:
samen kennen wij de muzelman de muzelman
de muzelman die woont in nieuw-west
hij leek te ontoegankelijk voor veel benul
maar nu het zacht gelispel en geleuter
passim verstaanbaarheid bevordert
en de koudwatervrees weer breed
door hollands palingpolders stroomt
waar het zucht van wijs begeren
van zoekende boeren en grondige graaiers
waar men de oren spitst
als er iets matigs opklinkt uit
het ongecensureerde modebeeld
o mestblije lucht en dankbare stank
van zijn verzen ik ontbeer dat
ik honger naar zijn grote dikke niet-van dale
waarvoor men genezing zocht
bij de poëtische panfluiters
en de afschuwelijke horlepiep
te Nederland Europa wereld heelal.
Hogepriesterlijke toon
Lucebert (1924-1994) was een van de belangrijkste dichters/kunstenaars van de twintigste eeuw. Hij was voorman van de experimentele dichtersgroep de Vijftigers. Zijn onconventionele gedichten weer-spiegelen zijn overtuiging dat de poëzie na de oorlog niet op de oude voet kon doorgaan.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.