Zat het Internationaal Monetair Fonds te slapen toen het misging met de internationale kapitaalmarkt? ‘Ja, het IMF heeft gefaald,’ zegt Age Bakker, de Nederlandse bewindvoerder van het instituut. Maar het fonds heeft van zijn fouten geleerd. Het krijgt een centrale rol bij de oplossing van de financiële crisis.

Eigenlijk kwam het uitbreken van de kredietcrisis voor het IMF (Internationaal Monetair Fonds) precies op het goede moment. Het ooit zo belangrijke instituut was tot voor kort nog op sterven na dood. ‘We zaten in een kritische fase,’ geeft de Nederlandse bewindvoerder Age Bakker toe. ‘Ons bestaansrecht werd openlijk in twijfel getrokken. In de financiële wereld leken de bomen tot in de hemel te groeien, landen zouden nooit meer kredietproblemen krijgen en de internationale kapitaalmarkt zou perfect werken. Eerlijk gezegd, heb ik dat zelf nooit geloofd. Een instelling als het IMF is nodig voor als het misgaat.’ De harde economische werkelijkheid gaf Bakker (58) gelijk.

Na het wereldwijde instorten van het bank- en verzekeringswezen zijn de ogen van veel wereldleiders opeens weer hoopvol gericht op het internationale fonds dat na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht om de financiële stabiliteit te bewaken. Tijdens de G20-top in april kreeg het een centrale rol bij de oplossing van de crisis. Het budget voor kredietverlening aan arme en opkomende landen is in één klap verdrievoudigd tot 750 miljard dollar. Daar bovenop mag het instituut 250 miljard euro aan eigen kunstmatige valuta, Special Drawing Rights, uitlenen aan landen die in de problemen zitten. Deze kunnen de IMF-valuta vervolgens omwisselen in dollars of een andere munteenheid. Bovendien laten Amerika en China voor het eerst hun toezichtsystemen doorlichten. Ook heeft het IMF opdracht gekregen een alarmsysteem op te richten dat de wereld moet waarschuwen voor volgende crises. Kortom: het IMF is terug.

Bakker, die sinds twee jaar in Washington de Nederlandse belangen en die van twaalf Oost-Europese landen vertegenwoordigt, is voor een kort verblijf in Nederland. Het interview vindt plaats bij zijn voormalige werkgever De Nederlandsche Bank, waar hij onder meer directeur Financiële Markten was en nauw betrokken bij de introductie van de euro. Hij was in die tijd tevens kroonlid van de Sociaal Economische Raad en hoogleraar economie aan de Vrije Universiteit. Als zijn termijn bij het IMF over twee jaar afloopt, hoopt hij het hoogleraarschap weer op te pakken. ‘Ik denk dat ik de studenten wel wat te vertellen heb,’ zegt Bakker. Op zijn blackberry ontvangt hij een niet-aflatende stroom berichten met kredietaanvragen van ‘zijn’ landen. Veel Oost-Europese landen verkeren in grote problemen, vertelt hij. ‘Zij hebben een dubbele klap gehad. West-Europese investeerders, die daar de afgelopen jaren actief waren, trekken zich massaal terug. Daarnaast zakt de export volledig in. Deze landen hebben het IMF nu nodig, dat maakt mijn werk enorm boeiend.’

Uw werk is het afgelopen jaar vast veranderd.

‘Jazeker. Toen ik aantrad, vroegen velen binnen het IMF zich af of we nog wel nodig waren. Vorig jaar zaten we in een grote reorganisatie, dertig procent van de medewerkers is wegbezuinigd. Nu hebben we juist meer financieel experts nodig.’ Lachend: ‘Gelukkig zijn die nu makkelijk te vinden en stellen ze geen hoge salariseisen. Ikzelf ben non-stop aan het vergaderen met de directie van het IMF. Er komt een enorme hoeveelheid kredietaanvragen langs, maar ook analyses van de wereldeconomie.’

Het IMF is na de Bretton Woods-conferentie in 1944 opgericht om te voorkomen dat de wereld ooit nog in een grote financiële crisis terecht zou komen. Heeft uw instelling gefaald?

‘Ja. En met het IMF hebben alle 185 lidstaten gefaald in hun afspraak om gezamenlijk dit soort crises te voorkomen.’

Hoe had de crisis voorkomen kunnen worden?

‘We hadden snellere conclusies moeten trekken uit de enorme groei van het internationale kapitaalverkeer. Het wereldwijde toezicht heeft daarmee geen gelijke tred gehouden. Vroeg of laat komt er dan, als een land het uit de hand laat lopen, een klap waar de hele wereld last van heeft. Nu was het overduidelijk dat het Amerikaanse toezichtsysteem niet functioneerde. Dat is een lappendeken aan toezichthouders. Hoe het precies in elkaar zit, zou ik aan mijn studenten niet kunnen uitleggen. Voor een deel houden ze toezicht op dezelfde instellingen, terwijl andere instellingen buiten de boot vallen. Het IMF had eerder moeten laten weten dat er grote gaten in het toezicht zitten.’

Waarom is dat niet gebeurd?

‘De doorlichting van toezichtsystemen is op vrijwillige basis en Amerika wilde er nooit aan. Maar zelfs als het systeem wel was doorgelicht, hadden we de crisis niet kunnen voorkomen. Het IMF is geen regelgever, maar afhankelijk van wat landen met zijn adviezen doen. Wij kunnen geen sancties uitdelen, maar ik vind wel dat we meer tanden moeten krijgen. Ik pleit er niet voor dat we zelf toezicht gaan houden op banken en financiële instellingen. Daarvoor is de afstand wereldwijd te groot en zijn wij met 2400 medewerkers te klein. Maar de rol die het IMF wel kan krijgen, is die van toezichthouder op de nationale toezichthouders. Als onze adviezen over gaten en risico’s in toezichtsystemen niet worden overgenomen, zouden we dat publiekelijk aan de kaak moeten kunnen stellen. Dan creëer je peer pressure en kunnen lidstaten elkaar aanspreken op de follow-up.’

Gaat het IMF met een wereldwijd waarschuwingssysteem die rol nu wel vervullen?

‘Ja, hoewel het lastig blijft om op risico’s te wijzen. Er bestaat een gevaar voor self-fulfilling prophecy. Als wij zeggen dat we een risico zien in een land, denkt iedereen dat het mis kan gaan. Dan roepen we de crisis zelf op. Maar als je er vroeg bij bent, kun je volstaan met een kleine correctie. Overigens heeft het IMF er vanaf 2007 wel voor gewaarschuwd dat het feestje op Wall Street, want dat was het voor veel bankiers, uit de hand liep. Alleen zijn die waarschuwingen misschien te behoedzaam geuit, juist om te voorkomen dat het een self-fulfilling prophecy zou worden. En toen we zeiden dat er wereldwijd harde klappen in de financiële wereld zouden vallen, was de reactie van veel ministers van Financiën: pas op, dit is paniekzaaierij. En zij zijn wel de bazen van het IMF.’

Amerika heeft met zeventien procent van de stemmen een vetorecht bij belangrijke besluiten. Kan het IMF wel onafhankelijk te werk gaan?

‘Bij de opkomende landen is daarover al veel wrevel ontstaan. Zij vinden dat we te streng voor ze waren, en dat we voor Amerika te vriendelijk zijn geweest. Vooral de Aziëcrisis heeft ons een slechte naam bezorgd. Landen als Indonesië en Thailand kregen leningen, maar moesten in ruil daarvoor hun begrotingstekort terugdringen. Bovendien zijn opkomende landen als China, Brazilië en India enorm gegroeid en daar profiteren ook de rijke landen van. De stemverhoudingen moeten de economische werkelijkheid meer gaan weerspiegelen. Die discussie gaat nu wel gevoerd worden.’

Op de voorjaarsvergadering vorige week stelden minister Koenders en staatssecretaris De Jager dat dit niet ten koste mag gaan van de Nederlandse invloed binnen het IMF.

‘Als opkomende landen meer stem krijgen, betekent dat per definitie minder stem voor de rijke landen, waaronder Nederland. Ik vertegenwoordig nu vijf procent van alle stemmen, de helft daarvan is voor Nederland en de andere helft voor de twaalf Oost-Europese landen. Eigenlijk hangt mijn invloed niet af van dat percentage, maar van de kwaliteit van de argumenten. Nederland heeft daarbij als voordeel dat het eigenbelang parallel loopt met het internationale belang, omdat wij een open natie zijn. Hier is bijvoorbeeld meegedacht over de nieuwe kredietlijn van het IMF voor opkomende landen. Die is er voor landen die nu buiten hun schuld in de problemen zijn gekomen en daarom zonder voorwaarden over bijvoorbeeld aanpassingen in hun begrotingsbeleid een lening kunnen aanvragen. Polen, Mexico en Colombia maken daar gebruik van.’

Hoe kijkt het IMF naar de Nederlandse aanpak van de financiële crisis?

‘Nederland had samen met Engeland als eerste een reddingspakket voor financiële instellingen. Dat is opgevallen. Ik merk dat we een goede naam hebben in Washington, als land dat constructief meedenkt en ook internationale verantwoordelijkheid neemt. Wij weten allang dat wij alleen de wereld niet kunnen veranderen, terwijl Frankrijk die illusie nog wel heeft. Ook voor ons toezichtmodel is veel belangstelling, bijvoorbeeld in Amerika waar het regime op de schop zal gaan. Ik voel me bij het IMF een trotse Nederlander.’

Wat doet het IMF?

Het Internationaal Monetair Fonds heeft drie hoofdtaken: het verstrekken van leningen aan ontwikkelings- en opkomende landen met betalingsproblemen, het doorlichten van toezichtsystemen van de lidstaten (op vrijwillige basis) en het doen van economische voorspellingen. Daarnaast adviseert het Fonds de 185 lidstaten over hun begrotings- en monetaire beleid. In ruil voor financiële steun moeten de arme landen instemmen met een pakket van economische hervormingen, waarmee zeker wordt gesteld dat ze de lening later kunnen terugbetalen. Voor landen die economisch goed presteren, maar door de crisis in zwaar weer zijn gekomen, is nu een flexibele kredietlijn zonder voorwaarden geopend.

De 185 lidstaten worden binnen het IMF vertegenwoordigd door een directeur. Grote landen als Amerika en Frankrijk hebben hun eigen bewindvoerder, maar de meeste landen zijn verdeeld over verschillende kiesgroepen. Nederland vormt samen met twaalf andere, voornamelijk Oost-Europese, landen één kiesgroep. De totale directie van het IMF bestaat uit vierentwintig bewindvoerders.

Het IMF is voor haar middelen grotendeels afhankelijk van de financiële bijdragen van de lidstaten. Hoe hoger die bijdrage, hoe meer stemrecht een lidstaat binnen het IMF heeft. Hierdoor hebben de rijke landen meer invloed dan de ontwikkelings- en opkomende landen. De discussie over de herverdeling van de stemverhoudingen moet in 2011 tot een definitief besluit leiden.