‘Eh’ sterft uit. Langzaam, maar gestaag. Voorzichtig, tussen de regels door, vecht ‘ehm’ ‘eh’ de ring uit. Moeten we rouwen om een verloren tussenwerpsel?
Met scrabble heb je er niets aan, aan ‘eh’ en ‘ehm’. Weinig letters, lullige klanken en volgens de taalencyclopedie niet eens een woord. Slechts een tussenwerpsel. Maar zodra je je best doet ze weg te laten, treedt er een error op in je spreekvaardigheid. Je stamelt en rekt woorden onnodig uit. De stiltes voelen onwennig. Je gesprekspartner schuifelt ongemakkelijk van links naar rechts. ‘Eh…’
Ze zijn broodnodig, onze tussenwerpsels. Het laatste nieuws jaagt ons dan ook de stuipen op het lijf: er dreigt er eentje te verdwijnen: de ‘eh’, langzaam maar gestaag. Oudere mensen kunnen er nog mee uit de voeten, maar jongeren (en vooral vrouwen) kiezen steeds vaker voor ‘ehm’. ‘En zij leiden de revolutie’, zegt taalwetenschapper Martijn Wieling. ‘Ehm zit eh op de hielen.’
Wieling, taalkunde-onderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen, spreekt op conferenties liever wat later op de dag. ‘Anders verpest ik het voor de rest.’ Geen kapsones, dat niet, maar gelijk heeft-ie. ‘Als ik klaar ben met mijn praatje, is iedereen veel te zelfbewust.’ Een telefoongesprek met de taalwetenschapper, al is het krap een half uur, doet je stotteren.
Wieling doet sinds kort onderzoek naar zogenaamde ‘filled pauses’. De leegten tussen gesproken woorden door, die we graag opvullen met eh’s en ehms.
Al eerder ondekte de Amerikaanse taalkundige Mark Liberman dat Amerikanen de eh’s (‘uh’ in het Engels) lijken te vervangen door ehm’s. Wieling liet zien dat zij niet de enigen die dit doen: ‘In elke Germaanse taal die we bekeken vonden we hetzelfde patroon, tegelijkertijd.’
Schijnbaar achteloos vervangen we ‘eh’ door ‘ehm’. Kan dat wel? Krijgen we daar geen last van? ‘Er lijkt wel degelijk wat verschil te zitten in het gebruik van die twee,’ legt Wieling uit. Onderscheid tussen de twee tussenwerpsels kan goed van pas komen. ‘Onbewust weten we wat we kunnen verwachten,’ zegt Wieling. ‘Na “eh” komt misschien een lastig woord.’ Dan werkt het als een seintje: even opletten nu. Bovendien: ‘Na “ehm” volgt relatief een langere pauze dan na “eh”. Vaak wordt gedacht dat we na “ehm” even nadenken over wat we willen zeggen. Na “eh” twijfelen we aan de manier waarop.’ Bedenken wat we willen zeggen vereist net wat meer tijd. Vandaar die extra letter. ‘Precies. Ehm zeggen kost ons net wat meer moeite.’
En toch hebben we het ervoor over. Al wordt de pauze na ‘ehm’ ook steeds korter. ‘Het ene type wordt steeds vaker gebruikt als alternatief voor het andere,’ zegt Wieling. ‘Het onderscheid verdwijnt.’ Waarom vinden we ‘ehm’ tegenwoordig dan toch lekkerder bekken? ‘Misschien is het overgewaaid uit het Engels, waar ‘um’ relatief vaker gebruikt wordt, of misschien zijn we beleefder geworden,’ suggereert Wieling. ‘Het is wel zo netjes om tijdens een praatpauze je mond dicht te doen. Dan zeggen we dus liever ‘ehm’ dan ‘eh’.’ Een groot offer, want het scheelt een hele extra klank, die beleefdheid. Heel netjes. ‘Ja. We zijn ons er onbewust bewust van.’
Moeten we rouwen om een tussenwerpsel dat verloren dreigt te gaan? ‘Eh…’ Wieling twijfelt. ‘Eh… Nee. We kunnen heus zonder.’ Het is alleen, ehm… even wennen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.