Het is een mooie scène in Maarten Asschers roman Een schaduw van een vriend wanneer een van de vrienden waarover de roman gaat ‘s-avonds in bed stapt. Zijn vrouw ligt te lezen, maar doet haar wijsvinger tussen de pagina’s waar ze gebleven is en luistert naar wat hij te zeggen heeft. Hij heeft het over zijn vijf leden tellende jaarclub die al veertig jaar regelmatig bij elkaar komt, maar nu door een journaliste wordt achtervolgd omdat een van de mannen als politicus extreem rechtse ideeën aan het verkondigen is. Veel geduld heeft de vrouw niet met wat haar man vertelt. Ze heeft wel begrip voor die journaliste. Ze vindt dat mannenclubje van haar man ‘behoorlijk oubollig’. Het is niet bepaald haar wereld.

Wanneer zich deze scène voordoet is de roman een kleine zestig pagina’s op streek en ben ik het volmondig eens met deze Thecla, de vrouw van vriend Marcel, een middelbare bestuurder, commissaris en adviseur bij verschillende bedrijven. Van Marcel wordt door zijn vriend Edgar op een zelfvoldane manier gezegd dat hij ‘zijn zaakjes in het leven prima op orde’ heeft. Over de vrienden zelf zegt Edgar dat ze na een paar minuten bij elkaar ‘weer helemaal hun oude jongensachtige zelf zijn’. Wanneer de mannen aan hun komende lustrumviering denken gaan de gedachten uit naar kitesurfen, jetski’s huren of duiken in echte rubberen pakken. Wanneer ze ergens geluncht hebben vormt een ‘dubbele espresso met een schepje kandijsuiker een aangename afronding van hun gesprek’. En mijmert Marcel nog even tevreden na: ‘Dat was een gezellig boterhammetje.’ De vrouw van Marcel zat er met een ‘behoorlijk oubollig’ clubje niet ver naast.

Dat schept wel een probleem: een roman van bijna driehonderd pagina’s over een behoorlijk oubollig clubje is niet goed uit te houden. Die oubolligheid wordt wel wat minder omdat de zoon van Edgar haaks gaat staan op de wereld van zijn vader (hij wil in de muziek en geen advocaat worden). En hij wordt verliefd op de journaliste Kyra die de mannen telefonisch stalkt. Er ontstaat enige milde onmin in het clubje over de hardnekkige ultrarechtse overtuigingen van de politicus. Maar de oubolligheid blijft toch als een sfeer in de hele roman hangen. Asscher geeft er met opzet voeding aan. Tijdens het lustrumdiner vermeldt hij steeds met welke wijn de volgende gang wordt besprenkeld (‘met een bijbehorend meursault, nu eenmaal de witte lievelingswijn van Marcel’, of ze te laten ‘proosten met onze mooie port’). En door de gerechten bij naam te noemen: na een pauze ‘zette het gezelschap zich weer aan tafel, voor de gebakken doradefilet met tomatengnocchi en wilde spinazie.’ En om sfeer aan te brengen: Marcel krijgt meteen ‘de lachers op zijn hand’ met een citaat van de Franse schrijver Brillat-Savarin: ‘Een maaltijd zonder kaas is als een vrouw met één oog.’ Soms is het de vraag of Asscher de mannen niet in de maling neemt en satire aan het bedrijven is.

Romantechnisch probeert Asscher de gezapigheid wel wat te doorbreken door het relaas af te wisselen in de vorm van brieven tussen Philip en Ferdinand, sinds kort ver weg ambassadeur in Lesotho. Daar staat weer tegenover dat Asscher veel triviale handelingen beschrijft. Die voegen niets toe. Ook de uitvoerige beschrijvingen van interieurs zijn onnodig en vergeet je makkelijk.

niets op scherp

Indachtig de titel De schaduw van een vriend lijkt een fenomenologie van de vriendschap in romanvorm te ontstaan. Maar die ontwikkelt zich niet echt. Wanneer de mannen tijdens hun diner ieder een heel verschillend praatje over het thema vriendschap houden, komt er iets vaags gemeenschappelijks uit de bus. Hun vriendschap is gebaseerd op veertig jaar gezamenlijk iets ondernomen te hebben: reisjes naar Rome, naar Parijs, samen gekampeerd, samen dronken geworden, spannende momenten meegemaakt. Voor de vriendschap doet het er eigenlijk niet zo erg toe wat ze denken, wat ze zijn, hoe ze in het leven staan, dat behoort tot een ander domein. De verschillen staan van tevoren vast, die worden ongezien geaccepteerd. De vriendschap lijkt aan politiek, geloof en overtuiging vooraf te gaan, zich meer af te spelen in de oppervlakkige sfeer van bier en goede wijn. De journaliste denkt ten onrechte dat onder de jongens-onder-elkaar gezelligheid ‘een onsmakelijke, extreemrechtse inhoud schuilgaat’.

De figuur van de extreemrechtse politicus Xavier zorgt voor de nodige verwikkelingen die Asscher goed in de hand heeft. De man is wel erg precies wat je je bij zo iemand voorstelt, bijna een milde karikatuur. Hij is tegen ‘vreemde elementen’ en voor een homogene samenleving waarin geen sprake is van multiculturalisme. Nederland kan beter uit de Europese Unie en teruggaan naar de gulden. Thema’s als kolonialisme en slavernij zijn vooral in de mode. ‘Verandering van onze bevolkingssamenstelling’ is ongewenst. Vriendschap is als een vaderland, ‘een vaderland dat je zuiver moet zien te houden.’ Politiek is een hartstocht voor hem, als we niet van een…liefde mogen spreken. Een jaarclub, zegt Xavier, is ‘in de kern ook een studentenweerbaarheid’.

Het citaat is een honderd karaats dooddoener waar de vrienden niets meer op te zeggen hebben: ‘Er zijn nederlagen die even glorieus zijn als overwinningen’.

Wanneer Xavier het zo zelfverzekerd over vriendschap als vaderland heeft laat vriend Philip, de assyrioloog, plompverloren de woorden ‘Blut und Boden’ vallen en valt het gezelschap van schrik stil. Maar daarbij, en bij een wat ongemakkelijk afscheid, blijft het grotendeels. De vrienden zijn gegeneerd, alsof Xavier en Philip een grens hebben overschreden. Philip en Xavier proberen het daarna eerst per brief en daarna tegenover elkaar zittend uit te praten, maar dat gaat mis wanneer Philip zich verspreekt over de telefoon waarmee de journaliste de gesprekken tijdens het diner heeft proberen op te nemen. Dat is nieuw voor Xavier.

In De schaduw van een vriend wordt niets op scherp gesteld, het blijft tamelijk gemoedelijk. Door de trouw aan de vriendschap wordt er niets op de spits gedreven. Het eindigt in vage camaraderie wanneer Ferdinand vanuit Lesotho met een citaat van Montaigne een punt probeert te zuigen aan de gegeneerde toestand waarin de club is beland. Het citaat is een honderd karaats dooddoener waar de vrienden niets meer op te zeggen hebben: ‘Er zijn nederlagen die even glorieus zijn als overwinningen’. De titel van de roman is ook afkomstig van Montaigne, die hem weer van de Griekse blijspeldichter Menander heeft. Ook dat citaat is niet erg kernachtig voor Asschers doen: ‘dat iemand al gelukkig zou zijn wanneer hij zelfs maar de schaduw van een vriend zou leren kennen.’

De schaduw van een vriend door Maarten Asscher is uitgegeven door De Bezige Bij.