Het langverwachte video-optreden van de Oekraïense president Volodimir Zelenski in de Tweede Kamer van de week werd afgesloten met een daverende staande ovatie, zoals te verwachten viel. Zo ging het steeds tijdens de digitale zegetocht van de voormalige acteur langs de Europese parlementen die eerder aan de beurt kwamen.

Maar tijdens het applaus bekroop me ook een ongemakkelijk gevoel. Tegen de achtergrond van de aanhoudende Russische bombardementen op woonwijken en kinderziekenhuizen in Oekraïne is het best te begrijpen dat Zelenski ook hier te lande als oorlogsheld word toegejuicht, maar in zulke situaties ligt altijd vals sentiment op de loer: voor je het weet slaat solidariteit met de getroffenen om in gedweep met de eigen voortreffelijkheid.

Het begon ermee toen De Volkskrant begin maart opeens besloot de Oekraïense benaming van steden te hanteren in plaats van de Russische. Kiev werd Kyiv, Charkov werd Charkiv, ‘omdat ieder land dat na een periode van onderdrukking voor de vrijheid kiest, onze steun verdient’. Het waren vrome woorden, maar het had ook iets kokets, alsof het eigen verlangen om aan de goede kant te staan belangrijker was dan historisch besef.

Niet lang daarna werd bekend dat de Hermitage in Amsterdam alle banden met het beroemde moedermuseum in Sint Petersburg verbrak. ‘De Hermitage Amsterdam heeft geen andere keuze’, schreef het bestuur op de website, ongetwijfeld tot diepe frustratie van oprichter Ernst Veen, die er zijn levenswerk van maakte de Hermitage naar Amsterdam te halen, en zonder twijfel tot bittere teleurstelling van de conservatoren van de Hermitage in Sint Petersburg, die de afgelopen jaren uit liefde voor de kunst met de Amsterdamse vestiging hadden samengewerkt. Want die keuze was er natuurlijk wel. ‘De uitdrukking “kunst verbindt” kenmerkte de relatie,’ vervolgde het bestuur. ‘Met de inval van het Russische leger in Oekraïne is een grens overschreden. Oorlog maakt alles kapot. Zo ook 30 jaar samenwerking.’

Precies dat is het probleem, want juist die vermeende vaststelling is een keuze: pas als je zwicht voor maatschappelijke druk – die er op dat moment helemaal niet was – en dus eigenlijk voor de angst voor mogelijke reputatieschade of – in het beste geval – voor het verlangen moreel aan de goede kant te staan, maakt oorlog alles kapot. Daar sta je dan met je mooie woorden over ‘kunst verbindt’.

In wezen zijn de acties van het bestuur van de Hermitage en van de Haarlemse Philharmonie geen haar beter dan de spontane opwelling van de idioten die laatst de ruiten insloegen van de Russische winkel in Amsterdam.

Niet lang daarna was het weer raak, en besloot het bestuur van de Philharmonie in Haarlem een streep te zetten door een tweedaags festival gewijd aan de Russische componisten Tsjaikovski en Stravinsky. De directeur verklaarde: ‘We willen niet voorbijgaan aan de bij velen intens gevoelde bezorgdheid over Oekraïne’. Alsof Tsjaikovski en Stravinsky ook maar iets te maken hebben met de praktijken van Vladimir Poetin. Wat was er mis mee geweest om aan het begin van het festival te getuigen van solidariteit met de Oekraïense slachtoffers, en de hoop uit te spreken dat de kunst uiteindelijk overwint? ‘Dit lijken wel Sovjetpraktijken,’ zei oud-Rusland-correspondent Michel Krielaars in De Volkskrant. Hij had gelijk.

eigen morele voortreffelijkheid

En zo moest ik opeens weer denken aan de Europarlementariërs Guy Verhofstadt en Hans van Baalen die in 2014 de demonstranten op het Maidanplein in Kiev mochten toespreken. ‘I’m very emotional to be here today,’ sprak de Vlaamse Verhofstadt in steenkolenengels, ‘together with you, who are the most courageous and brave people and citizens of the world!’, terwijl Van Baalen het betoog van zijn mede-parlementariër met een priemend vingertje kracht probeerde bij te zetten. Of ze tranen in de ogen hadden van het historische moment of van hun eigen morele voortreffelijkheid viel niet met zekerheid te zeggen.

In wezen zijn de acties van het bestuur van de Hermitage Amsterdam en van de Haarlemse Philharmonie geen haar beter dan de spontane opwelling van de idioten die laatst de ruiten insloegen van de ‘Russische’ winkel Priwet Rossia in Amsterdam. De winkel bleek van Armeense eigenaren te zijn.

Het scheelde ook geen haar, onthulde de Telegraaf deze week, of het kabinet had tijdens de overleggen over het koopkrachtpakket de oproep gedaan de thermostaat op 17 graden te zetten en een extra trui aan te doen uit solidariteit met Oekraïne. Leg dat maar uit aan mensen met een AOW die hun gasrekening niet meer kunnen betalen omdat eerdere kabinetten-Rutte zich aan de firma Gazprom hebben uitgeleverd.

Laten we alsjeblieft blijven nadenken.