Tot de kroonjuwelen van de sociologie behoort Max Webers theorie van de ‘onttovering van de wereld’. Het inzicht dat de afgelopen vier eeuwen een proces van rationalisering plaats heeft gevonden dat veel toverachtigs (de kosmos), geheimzinnigs (elektriciteit) en raadselachtigs (het brein) heeft onttoverd en teruggebracht tot nuchtere feiten, is een wetenschappelijke prestatie. Maar het kroonjuweel is door de nuchterheid en feitelijkheid tegelijk wel van zijn schitter ontdaan. Weber was zelf niet zo opgetogen over zijn bevindingen, maar hij kon ze niet ontkennen. Het hield in dat het leven zelf ook gerationaliseerd werd, in cijfers, formules, statistieken en bureaucratie werd gegoten.

De sociologie is een wetenschap die zich vertakt in richtingen en stijlen. Elke socioloog vertegenwoordigt zo’n beetje een eigen school, waarbij lustig van andere disciplines gebruik wordt gemaakt. Toch behoren de bekendste en origineelste Nederlandse sociologen van de afgelopen vijftig jaar tot een bepaalde school. Ze hadden bijna allemaal iets met Norbert Elias en zijn standaardwerk Het civilisatieproces: J. Goudsblom, Kees Schuyt, Abraham de Swaan, Jacques van Doorn, Anton Zijderveld, Herman Vuijsje, Christien Brinkgreve.

Red de sociologie

Volgens de Rotterdamse socioloog Mark van Ostaijen heeft deze ‘grote’ generatie een leemte achtergelaten en was van de sociologie de laatste jaren niet veel meer te merken. Het perspectief op de samenleving betrof volgens Van Ostaijen het individu, niet meer de complexiteit van groepen of instituties. Er werd niet meer ‘door de lens van het sociale’ gekeken. Nieuwe aanwas van sociologen stokte en de leemte werd opgevuld door psychologen, psychiaters, biologen, neurologen en filosofen. Reden voor Amsterdamse socioloog Jan Willem Duyvendak om in 2013 een brandbrief te schrijven onder de titel Red de sociologie van haar maatschappelijke ondergang.

Toch werd de volgens de Nederlandse Sociologische Verenigen over de Nederlandse sociologie een jaar later door een internationale commissie gezegd dat zij ‘zeer goed’ tot ‘excellent’ was. Thema’s, methode, variatie en relevantie werden geroemd: ‘The Netherlands ranks among the top units internationally.’

De making-it en celebrity-cultuur, waarin dit zonnekoning-gedrag kan afspelen, is buiten de schijnwerpers een eigen leven gaan leiden.

Mark van Ostaijen voelt zich desondanks aangesproken door de brandbrief. Hij is in Wij zijn ons. Een kleine sociologie van grote denkers uit op een herwaardering van de sociologie doormiddel van een apologie voor de sociologische manier van denken. Ook behelst het elf portretten van gerenommeerde sociologen: Weber, Durkheim, Bourdieu, Goffman, Simmel, Elias). Als bewijs voor de marginalisering van de sociologie verbaast Van Ostaijen zich er niet over dat de sociologie niet was te horen in de discussie rond #MeToo. Het lag zo voor de hand om niet alleen Harvey Weinsteins gedrag en geest te bestuderen, maar ook een analyse te maken van de cultuur die zijn gedrag uitlokt. De making-it en celebrity-cultuur, waarin dit zonnekoning-gedrag zich kan afspelen, is buiten de schijnwerpers een eigen leven gaan leiden.

Van Ostaijen wil afrekenen met het huidige ‘psychologische en individualistische paradigma’. Dat lijkt mij niet verstandig. Hij vergeet dat hij zelf een uitspraak van C. Wright Mills als motto heeft gekozen, waarin die zegt dat ‘de sociologische verbeelding bestaat uit het vermogen om je van het ene perspectief naar het andere te verplaatsen’. Twee van die perspectieven zijn het psychologische en het sociologische. Die kunnen in wisselende mate van belang zijn, maar ze staan niet los van elkaar. De ene keer overheerst de groepsdynamiek (de sociologie), de andere keer zijn het individuen die bepalend zijn (psychologie), maar ze hebben wel een verband met elkaar.

Na-apers en imitators

De essentie van de sociologische verbeelding bestaat uit het combineren van ideeën waarvan niemand wist dat ze combineerbaar waren, schrijft C. Wright Mills. Dat combineren kan goed uitpakken, maar ook verkeerd gaan. Wanneer van Ostaijen de Franse socioloog Pierre Bourdieu (1930-2002) behandelt komt natuurlijk zijn ‘reproductietheorie’ aan de orde: dat de ene generatie zijn ‘cultureel kapitaal’ overdraagt aan de volgende. Daardoor zou er nooit iets veranderen in de standen- of klassenmaatschappij. Dit is alleen een plausibele theorie als de leden van de volgende generaties altijd dociele na-apers en imitators blijven. Maar dat blijven ze niet. Er zijn er altijd die ontsnappen en stijgen op de maatschappelijke ladder. Het begrip ‘sociale mobiliteit’ bestaat niet voor niets. Behalve voor Bourdieu.

Bourdieu maakte alle cultuur verdacht, alleen omdat er ook snobs en witte wijn-elite tussen
de toehoorders zaten.

Rampzalig is ook de invloed van Bourdieu geweest op het sociologisch taalgebruik. Hij introduceerde economisch jargon in het denken over cultuur. Al het louter culturele kon en mocht niet bestaan, was altijd door geld en status beïnvloed. Vandaar dat bij Bourdieu alles in de cultuur ‘kapitaal’ ging heten. Men had ineens ‘cultureel kapitaal’ als men op school had gezeten, en zat aan de grond zonder cultureel kapitaal als men in een achterstandswijk was geboren. Bourdieu maakte alle cultuur verdacht, alleen omdat er ook snobs en witte wijn-elite tussen de toehoorder zaten. Van Ostaijen noemt de kritiek op Bourdieu’s sociaal-determinisme wel, maar zelf gaat hij met hem mee: ‘het uitbannen van afkomst is sociologisch gezien onmogelijk.’ Aan je klasse ontsnappen kan ook bij Van Ostaijen niet. Daar zou een individu alleen niet toe in staat zijn.

De interdependentie

Omdat hij de sociologie in bescherming wil nemen is het jammer dat Van Ostaijen zo afgeeft op het individu en de psychologen. Maar vaak genoeg vergeet hij die afkeer ongemerkt en moet hij erkennen dat het vaak om het individu draait. Kijk maar naar het voorbeeld dat hij geeft aan de hand van het verschil dat Max Weber maakt tussen ‘functionele rationaliteit’ en ‘waarderationaliteit’. Wanneer een politicus per se wil ‘scoren’ zal hij functioneel rationeel te werk gaan en het met de waarden (waarderationaliteit) niet zo nauw nemen. Zonder aan waarden te denken wendt hij alle middelen aan voor dat scoren. Dat doet deze individuele politicus, weliswaar als onderdeel van een politieke mores die zegt dat er nodig gescoord moet worden, maar hij heeft er voor gekozen. Een andere politicus niet. Hier zijn, zoals zo vaak, psychologie en sociologie min of meer even belangrijk om inzicht in gedrag te krijgen.

In een prestatiecultuur zal de balans wellicht naar groepsdruk, en dus sociologie, overslaan: een institutie als de universiteit die grote druk uitoefent om te publiceren, geeft niet over welk onderwerp, als de hoeveelheid output maar gehaald wordt. Een omroep die grote druk uitoefent met de eis om bepaalde kijkcijfers te halen kan ook ten koste gaan van het rekening houden met waarden: die vragen vooral om kwaliteit, niet om kijkcijfers.

Het is vaak de vraag of een idee sociologisch, politicologisch of bestuurskundig is. Om te voorkomen dat bazen van woningcorporaties miststappen begaan, dat advocaten, wethouders en boekhouders van verenigingen hun bedrijfsadministratie niet op orde hebben, maar hun eigen bankrekening wel, bedacht Max Weber de ‘tegenmacht’. Die moet er voor zorgen dat in een bedrijf een cultuur heerst waarin iemand niet eigenmachtig dingen doet die niet deugen. Die moet zonnekoning-gedrag voorkomen, vandaar het bestaan van ‘tegenmacht’-instanties als de Ombudsman, de Rekenkamer, de Raad van State, Toezichthouders in het algemeen, en besturen van clubs en verenigingen. En natuurlijk in de politiek: de oppositie. Gaat het hier nu om sociologie, politicologie of bestuurskunde?

De sociologie voorkomt dat we gaan denken dat we alleen ons brein zijn. Wie dat wel denkt, reduceert de complexiteit van de samenleving.

Zelf heb ik niet zo erg gemerkt dat de sociologen door de ondergang werden bedreigd. Kennelijk zijn er genoeg schrijvers van andere disciplines, columnisten, essayisten en denkers die gelijksoortige ideeën hebben voortgebracht. Wat niet wegneemt dat het sociologische perspectief van Wij zijn ons, naast het individualistische, psychologische, literaire, historische en biologische perspectief, een onmisbaar en verhelderend onderdeel is wanneer we een idee willen krijgen van het menselijk gedrag als geheel. Van de sociologie komen veel begrippen die het denken beïnvloeden, zoals ‘netwerken’, ‘paradigma’, ‘vloeibare samenleving’, ‘vervreemding’, ‘self-fulfilling prophecy’ of ‘meritocratie’.

De sociologie voorkomt dat we gaan denken dat we alleen ons brein zijn. Wie wél denkt dat we ons brein zijn, reduceert de complexiteit van mensen en de samenleving. Die negeert ‘de interdependentie’, de onderlinge afhankelijkheid van mensen. Ook al zijn het individuen.

Dat mensen veel meer en gecompliceerder zijn dan hun brein, betekent dat ze nog tamelijk geheimzinnig zijn. En dat neemt toe naarmate we meer over ze te weten komen. Op den duur leven dan weer in een toverachtige wereld waarvoor we een socioloog als Max Weber nodig hebben om die wereld te begrijpen.

Wij zijn ons. Een kleine sociologie van grote denkers door Mark van Ostaijen is uitgegeven door Vantilt. ISBN 9789460043970, paperback, 160 pagina’s. € 15,00.