Geen beslissing gaf hem meer gedonder dan zijn verzoek aan de conservatieve filosoof Roger Scruton om in de jaren tachtig een wekelijkse column te schrijven voor The Times, schreef hoofdredacteur Peter Stothard in 1998. Scrutons column was op zaterdag nog niet verschenen of de ingezonden brieven met de aansporing ‘dump the mad doctor’ liepen al binnen. Iedereen kon zijn bloed wel drinken, niet alleen links, ook rechts. Scruton maakte het dan ook bont. Zoals orthodoxe katholieken roomser dan de paus konden zijn, zo was Scruton meer Thatcher dan Thatcher.
Scruton belichaamde in zijn eentje de hele conservatieve catechismus en schreef er een nieuwe versie van met De betekenis van het conservatisme. Maar veel nieuws staat er niet in. Geheel in de geest van het conservatisme bouwt Scruton voort op wat al geconserveerd was: hij is tegen het liberalisme want de mens is veel minder vrij dan de liberalen denken. De mens wordt gedetermineerd door waar hij woont, door zijn afkomst, door zijn intelligentie, door zijn gewoonten. De eigen inbreng van de mens is beperkt.
Scruton is ook tegen het individualisme aangezien de mens in een gemeenschap het beste zou gedijen. Scrutons conservatisme bestrijdt de door de Verlichting bevorderde mondigheid van de mens: mensen zouden juist behoefte hebben aan autoriteit en gezag. Ze zoeken daarom houvast in tradities en gewoonten.
hiërarchisch denken
Dit staat allemaal haaks op de progressieve en bevrijdende ontwikkelingen in de tweede helft van de vorige eeuw, te beginnen met de studentenprotesten in mei 1968. Scruton was daar zelf in mei ‘68 in Parijs getuige van. Vanuit zijn logeeradres in het Quartier Latin keek hij neer op de schermutselingen tussen studenten en politie. ‘In mei ’68 in Parijs ontdekte ik mijn roeping,’ schreef hij. Zijn roeping werd het bestrijden van de culturele en politieke ontwikkelingen sinds de achttiende eeuwse Verlichting en de Franse Revolutie.
Scrutons conservatisme bestrijdt de door de Verlichting bevorderde mondigheid van de mens: ze zouden juist behoefte hebben aan autoriteit en gezag.
Dat het uitoefenen van macht op mensen in die tijd een groot psychologisch, cultureel, politiek en economisch probleem was, uitmondend in de protesten van mei ’68, wilde Scruton niet zien. Michel Foucault zag het probleem van de macht wel in zijn boek De woorden en de dingen, maar zag nu ineens óveral macht. Het hele maatschappelijke en politieke ‘discours’ draaide volgens Foucault om macht. Scruton bestreed dat, maar onderschatte zelf de mate waarin in het conservatisme in alle geledingen op hiërarchie en macht is gebaseerd. Sterker nog: dat hiërarchische denken verdedigde hij, zoals hij ook speciaal gesteld was op ‘elites’.
Tabloid moralising
Scruton wilde graag denken dat traditie het ‘residu’ was van ‘kritische conflicten’. Dat zou mooi zijn, maar dat is helemaal niet het geval. Tradities ontstaan nu juist meestal op basis van consensus. Kenmerk van traditie is nu juist dat men er geen conflicten om wil, ze moeten iets vanzelfsprekends hebben. Dat is in veel gevallen best, maar vaak genoeg hebben tradities zichzelf overleefd. Vandaar dat er ook zoiets als ‘de traditie van het nieuwe’ is.
Natuurlijk gooide volgens Scruton de hele westerse cultuur het ‘morele erfgoed’ te grabbel. Zijn conservatisme hield het daarom eenvoudig: men moest zich aan de christelijke deugden houden, dan kwam alles goed. Deed men dat niet, dan ging het mis. De Engelse criticus Adam Mars-Jones schreef naar aanleiding van An Intelligent Person’s Guide to Modern Culture (1998, het is geen product van de Monty Python) in The Observer dat je bij Scruton geen gebrek hebt aan ‘tabloid moralising’.
Het conservatisme van Scruton hield het eenvoudig: men moest zich aan de christelijke deugden houden, dan kwam alles goed.
Als voorbeeld van de roddelblad-moraal koos hij deze sweeping generalisatie uit het boek: ‘De wereld zoals we die te zien krijgen in de jeugdcultuur is een wereld waaruit de ouders zich hebben teruggetrokken – dat is wat je in deze tijd algemeen ziet.’ ‘Tabloid moralising’ is eenvoudig generaal de bezem halen door alles.
In 2002 kwam Scruton zelf in de knel met de christelijke deugd van de hebzucht: The Guardian publiceerde een uitgelekte brief waarin Scruton de firma Tobacco International in Japan vroeg om verhoging van zijn maandelijkse honorarium van 4500 pond met 1000 pond voor zijn promotie van het roken in de artikelen die hij voor Engelse en Amerikaanse kranten schreef. Het kostte hem zijn columns in de Wall Street Journal en de Financial Times.
geen glimp van de gewone mens
Scruton was een ongenadige criticus van de moderne kunst en architectuur. Dat er vaak afzichtelijk gebouwd wordt is een open deur, maar bij Scruton kan niets door de beugel behalve Engelse huizen in de country, zoals dat van hemzelf in Wiltshire, Scrutopia genaamd. In een documentaire die hij in 1991 maakte met de BBC, Think of England, zou het Engelse landschap de belichaming zijn van het streven naar harmonie en de bereidheid tot compromis.
Van compromis-bereidheid is bij Scruton natuurlijk helemaal geen sprake. Je zag dan ook alleen maar Constable-achtige taferelen, hoorde citaten uit romans van Anthony Trollope en ging mee op de vossenjacht. Er kwamen louter erfelijke landeigenaren aan het woord. Er was alleen maar een glimp van een gewoon mens te zien.
Dat er vaak afzichtelijk gebouwd wordt is een open deur, maar bij Scruton kan niets door de beugel behalve Engelse huizen in de country,
De verdediging van de religie die Scruton op zich nam in The Soul of the World ging gepaard met afgeven op andere geloven, zoals de islam. Die verwijt hij in Culture Counts ‘humorloze kwezelarij’. Zou dat niet voor meer religies kunnen gelden? Wat te denken van het christendom, dat ons volgens Scruton ‘het visioen van Gods genade en onze verlossing’ heeft geschonken.
Het is niet onredelijk om je hierbij als ongelovige af te vragen wat in hemelsnaam ‘Gods genade’ mag zijn. En wat mag die ‘verlossing’ inhouden? En wat te denken van Scrutons apodictische bewering dat ‘de behoefte aan offeren in ieder van ons diep geworteld’ is? In ieder van ons? Dan is iemand helpen ook al ‘offeren’.
een conservatieve slijpsteen voor betere ideeën
Er is nauwelijks een zin in het werk van Scruton die niet vraagt om te worden weerlegd. ‘Cultuur’, schrijft hij in Culture Counts, ‘komt voort uit oordeel’. Zou cultuur alleen maar uit oordeel voortkomen? Oordeel is een essentieel onderdeel, zeker nu we een lange postmoderne periode hebben meegemaakt waarin het oordeel werd verwaarloosd, maar cultuur ontstaat natuurlijk altijd uit een samenstel van eigenschappen, instrumenten en vermogens. Zoals kennis, inzicht, analyse en interpretatie. Een oordeel ontstaat uit het aanwenden van deze eigenschappen en vermogens. Maar het is duidelijk: Scruton wil graag een vastberaden en heroïsch criticus van de cultuur zijn en dan kun je niet met fluwelen handen te werk gaan.
Het valt niet te ontkennen dat Scruton van tijd tot tijd een gouden ingeving heeft gehad. Zoals het bedenken van de ‘oikofobie’ waaraan de Europese mens zou lijden en dat Thierry Baudet van hem heeft geleend voor zijn gelijknamige boek: Oikofobie, de angst voor het eigene. Omdat er mensen zijn die de nationale staat niet alleenzaligmakend vinden en zich graag onderdeel voelen van een Europese cultuur, zouden zij hun eigen land volgens Scruton en Baudet maar niets vinden, zelfs angst hebben voor het ‘eigene’. Omdat Scruton graag een ‘intellectuele paria’ wilde zijn moest hij altijd krachtig een eenzijdig standpunt innemen. Het kon bij hem nooit twee dingen zijn: zowel vertrouwen hebben in de zin van een nationale staat als lid zijn van een sterke Europese Unie: oikofilie én eurofilie.
Scruton heeft in het intellectuele landschap van de afgelopen vijftig jaar hoe dan ook een opzichtige rol gespeeld met zijn consequente conservatisme. Ik ben het dan ook eens met Frederic Raphael die al in 1990 naar aanleiding van The Philosopher of Dover Beach in The Sunday Times schreef dat Scrutons ‘boldness’ (stoutmoedigheid) een ‘waardevol contrast’ vormt met de linkse ideeën van A.J.(Freddie) Ayer, die hij samen met Scruton besprak. Scruton is een nuttige tegenvoeter voor iedereen die minder conservatief en minder benauwd is voor vernieuwing dan Scruton.
Scrutons ideeën staan ver van de werkelijkheid af en hebben er toch wel zoveel mee te maken dat hij als slijpsteen kan dienen voor denkbeelden die uiteindelijk vruchtbaarder zullen zijn.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.