Eind augustus kwam Wybren van Haga met een opmerkelijke verklaring. ‘Gratis OV is géén socialisme,’ meldde hij pardoes via Twitter. ‘Het is tijd dat de overheid er voor iedereen is.’ Pardon? De voorman van BVNL, die ooit uit de VVD werd gegooid, zijn heil zocht bij Forum voor Democratie en zich vervolgens afsplitste om het rechtse splinterpartijtje voor hardwerkende ondernemers op te richten, was opeens voor gratis OV, een links thema par excellence? Hoe ongerijmd die wending was (zij het dat ervoor betaald moet worden uit het Klimaatfonds), werd nog eens extra onderstreept door Van Haga’s bezwering dat gratis OV natuurlijk géén socialisme is.

Het was een teken aan de wand: de afgelopen tijd wordt het ene na het andere linkse thema door rechtse partijen omarmd. Het begon al enige jaren geleden toen Geert Wilders van de PVV, voordien nog rechts-liberaal voorstander van een kleine overheid en lage belastingen, opeens pleitte voor grootschalige investeringen in de ouderenzorg. Na het uitbreken van de energiecrisis, de aanhoudende berichten over de kaalslag in de zorg en het groeiende legioen werkende armen, ging de ene na de andere partij om. Het CDA bekommert zich in het kielzog van de BBB plots om de verschraling van de publieke voorzieningen op het platteland, waar buslijnen, bibliotheken en zwembaden de afgelopen decennia mede door toedoen van diezelfde partij in rap tempo zijn verdwenen, CDA-afsplitser Pieter Omtzigt maakte ‘bestaanszekerheid’ tot één van de speerpunten van zijn nieuwe partij, D66 herontdekte de laatste jaren haar oorsprong als sociaal-liberale partij (‘Laat iedereen vrij, maar niemand vallen’), en zelfs de VVD, voorheen nog kampioen van een kleine overheid, marktwerking en verlaging van de belastingen, maakte in het nieuwe verkiezingsprogramma een ruk naar wat voorheen nog als links werd beschouwd.

Gelijk hebben, gelijk krijgen

Ulko Jonker becijferde in het FD dat het woord ‘marktwerking’ in het VVD-programma nul keer voorkomt en het woord ‘overheid’ maar liefst 94 keer, en dat er maar liefst 315 keer iets ‘moet’. Onder Mark Rutte stond de zelfredzaamheid van de burger nog voorop bij de VVD, nu klinkt het dat de ‘werkende armen’ moeten worden ondersteund: de mensen dus die er zelfs met twee oproepbanen nauwelijks is slagen hun huur te betalen – een direct gevolg van de flexibilisering van de arbeidsmarkt waar juist de VVD zich vele jaren sterk voor maakte. ‘Mensen die hard werken en nauwelijks kunnen rondkomen, dat zal ik nóóit accepteren,’ verklaarde Dilan Yeşilgöz, ooit nog lid van de Socialistische Partij, daags na haar verkiezing tot VVD-lijsttrekker.

Intussen is de SP – de enige partij die zich de afgelopen decennia onvermoeibaar hard maakte voor precies die publieke voorzieningen waar de rechtse partijen zich nu opeens om zeggen te bekommeren, van de ouderzorg en het OV tot inkomenssteun voor de armen – in de laatste peiling van 1Vandaag weggezakt naar een treurige drie zetels.

De PvdA herontdekte het belang van bestaanszekerheid en de waarde van de publieke voorzieningen al jaren eerder dan de andere middenpartijen. Na de paarse kabinetten, waarin de sociaaldemocraten met hun Derde Weg de marktwerking omarmden, stelden ze onder Job Cohen ‘bestaanszekerheid’ weer voorop, na het grote herbezinningsproject ‘Van waarde’.

In de politiek hoeft gelijk hebben bepaald niet te betekenen dat je ook gelijk krijgt – laat staan dat je daar door de kiezer voor wordt beloond.

Hoe verstandig en profetisch die keuze ook was, de PvdA kreeg er tot dusverre van de kiezer weinig voor terug. Job Cohen verloor in 2010 nipt van Mark Rutte, Diederik Samsom legde het twee jaar later af tegen dezelfde VVD-leider, waarna hij zich liet meeslepen in harde bezuinigingen op de zorg, de jeugdzorg en de sociale werkplaatsen, en Lodewijk Asscher leed in 2017 de grootste verkiezingsnederlaag in de geschiedenis van de partij. Nu Frans Timmermans van de Europese Olympus is afgedaald om de sociaaldemocratie, met GroenLinks als bijwagen, te redden van de ondergang, staat het gezamenlijke programma bol van de linkse plannen, van afschaffing van het eigen risico, verlaging van de zorgpremie en uitbreiding van het basispakket tot forse verhoging van het minimumloon, van meer geld voor wijkverpleging, ouderenzorg en jeugdzorg tot gratis musea, gratis kinderopvang en meer geld voor het OV – dat alles met bestaanszekerheid als belangrijkste speerpunt.

Maar het is zeer de vraag of Timmermans het Torentje zal weten te bereiken, want je hoort het de rechtse partijen al roepen: wie gaat dat allemaal betalen? In de politiek hoeft gelijk hebben bepaald niet te betekenen dat je ook gelijk krijgt – laat staan dat je daar door de kiezer voor wordt beloond.

Te hopen valt dat diezelfde kiezer ook de rechtse partijen zal houden aan de mooie woorden die ze nu laten horen over bestaanszekerheid en investeren in de publieke voorzieningen: iedere nieuwe coalitie, al dan niet met GroenLinks-PvdA, zal ermee aan de slag moeten.