Binnen terrorismewetenschappen gold lange tijd de stelregel: het aantal jihadistische aanslagen is relatief laag maar daarbij vallen veel doden, en extreemrechtse aanslagen komen vaak voor maar hebben doorgaans weinig doden. Het gaat dan hooguit om één of twee slachtoffers per keer, waarop de bomaanslag van Timothy McVeigh in Oklahoma in 1995 de uitzondering vormt.

Er lijkt nu een nieuw patroon zichtbaar: extreemrechtse terroristen gaan steeds vaker op zoek naar manieren om zo veel mogelijk slachtoffers te maken.

Het begon met de aanslag van Breivik in Oslo en Utøya in 2011, waar hij in totaal 77 slachtoffers maakte. Ook in Christchurch waren er begin vorig jaar 51 doden. En hoewel er in Halle in 2019 ‘slechts’ 2 slachtoffers te betreuren waren, kwam dat vooral doordat de 3D-geprinte wapens van de dader meerdere malen weigerden.

En nu zijn er 9 doden in de shisha-lounges van Hanau.